Donald Trump kreeg bij de midterms een politieke dreun die hij moeilijk kan wegwuiven. De Democraten veroveren de Senaat én een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. De president die maandenlang dreigde met een veto tegen alles wat hem niet zinde, spreekt plots over samenwerking. Meneer Veto probeert zijn verlies ineens te verkopen als een nieuwe kans.
Donald Trump wilde van de midterms een referendum over zichzelf maken. Hij riep zijn aanhang op om te stemmen alsof zijn eigen naam op het stembiljet stond. De Amerikanen hebben die uitnodiging aangenomen. Alleen hebben ze niet helemaal gestemd zoals hij had gehoopt.
De tussentijdse verkiezingen zijn uitgedraaid op een zware afstraffing voor de Republikeinen. De Democraten hebben de controle over de Senaat én het Huis van Afgevaardigden veroverd. De politieke boodschap is moeilijk te missen: veel Amerikanen hebben genoeg van Trump en zijn manier van regeren.
De verliezen zijn bovendien niet beperkt gebleven tot traditioneel Democratische bolwerken. In Texas, Kansas en South Carolina kozen de kiezers voor Democratische senatoren, voor het eerst in decennia. Ook North Carolina en Ohio kantelden. In Texas ging de Republikeinse gouverneur Greg Abbott onderuit en won de Democratische Gina Hinojosa. Een partij die ervan uitging dat sommige staten vanzelfsprekend tot haar eigendom behoorden, kreeg een onaangename herinnering aan het bestaan van kiezers.
De rekening van Trump
De afstraffing heeft verschillende oorzaken. De hoge levensduurte blijft wegen op Amerikaanse gezinnen, de oorlog met Iran heeft de energieprijzen verder onder druk gezet en ook de onvrede over het regeringsbeleid speelt mee. Daarnaast wegen de toenemende corruptie en belangenvermenging op het vertrouwen. Trump mag dan graag preken over economische successen en een land dat opnieuw groot wordt, aan de kassa van de supermarkt en bij het tankstation hebben zijn kiezers weinig aan slogans.
De president heeft bovendien van vrijwel ieder politiek meningsverschil een persoonlijke confrontatie gemaakt. Wie hem tegenspreekt, wordt verdacht gemaakt; wie hem steunt, krijgt een plaats aan tafel. Dat werkt zolang de eigen achterban voldoende groot blijft en de Republikeinen bereid zijn hun politieke lot aan dat van één man te verbinden. De midterms tonen dat die strategie grenzen heeft.
Binnen de Republikeinse partij wordt de verantwoordelijkheid voor de nederlaag dan ook steeds nadrukkelijker bij Trump gelegd. Campagnestrategen wijzen op zijn beleid, zijn bemoeienis met lokale verkiezingen en de economische onvrede die hij onvoldoende heeft weten weg te nemen. De president zelf heeft een andere verklaring: volgens hem zouden de Republikeinen met hem op het stembiljet een verpletterende overwinning hebben behaald.
Van 'Mr. Veto' naar meneer samenwerking
Nog voor de verkiezingen had Trump aangekondigd dat hij bij een Democratische overwinning de komende twee jaar zou uitgroeien tot 'Mr. Veto'. Hij zou zijn handtekening weigeren onder wetgeving die hem niet beviel en de Democraten zo weinig mogelijk ruimte geven. Een presidentieel veto is inderdaad een krachtig instrument. Trump kan het gebruiken tegen vrijwel iedere wet die het Congres goedkeurt. Om zo'n veto ongedaan te maken, is in beide kamers een tweederdemeerderheid nodig. Die haalt geen van beide partijen zomaar.
Toch klinkt de president na de verkiezingsnacht plots een stuk inschikkelijker. En dat zijn we niet van hem gewend. In een gesprek met Politico benadrukt hij dat zijn regering met de Democraten wil samenwerken om ervoor te zorgen dat het goed afloopt voor het land. Hij heeft naar eigen zeggen geen zin om twee jaar lang uitsluitend veto's uit te spreken. Wait and see.
Het is een opvallende koerswijziging voor een president die van confrontatie zijn handelsmerk heeft gemaakt. De dreiging van een veto blijft bestaan, maar Trump weet ook dat voortdurend blokkeren hem politiek duur kan komen te staan. Hij heeft de Republikeinse meerderheid in het Congres verloren, zijn partijgenoten moeten zich opnieuw verantwoorden tegenover hun kiezers en de volgende presidentsverkiezingen van 2028 zijn niet veraf. Een president die alleen nog maar deuren dichtgooit, maakt het voor zijn eigen partij bijzonder moeilijk om opnieuw aan de macht te komen.
De Democraten krijgen macht, maar geen blanco cheque
Wie denkt dat Trump vanaf nu aan de leiband van de Democraten loopt, vergist zich. Een verkiezingsnederlaag maakt hem niet minder president. Hij behoudt zijn uitvoerende bevoegdheden, zijn vetorecht en een aanzienlijke invloed op het buitenlandse beleid. De Democraten kunnen zijn agenda afremmen, maar niet zomaar vervangen door hun eigen programma.
In de Senaat vormt de zogenaamde filibuster een belangrijke hindernis. Voor de meeste gewone wetsvoorstellen is een meerderheid van zestig stemmen nodig om een blokkering te doorbreken. Zelfs met controle over de Senaat zullen de Democraten die drempel niet halen. Ze zullen dus voor belangrijke wetgeving Republikeinse steun moeten zoeken. Dat maakt grote beleidswijzigingen bijzonder moeilijk.
Er bestaan wel uitzonderingen. Begrotingswetgeving kan via een speciale procedure met een gewone meerderheid worden goedgekeurd, maar die route is strikt beperkt tot budgettaire maatregelen. De Democraten kunnen er geen volledig politiek verlanglijstje in verstoppen. Ze kunnen wel proberen begrotingsonderhandelingen als hefboom te gebruiken. Als Trump een noodzakelijk begrotingspakket blokkeert, dreigt opnieuw een shutdown: delen van de federale overheid moeten dan hun werkzaamheden stilleggen. De Amerikanen hebben daar weinig geduld voor, zeker wanneer ambtenaren hun loon niet krijgen en overheidsdiensten vastlopen.
Ook op het vlak van controle en onderzoek krijgen de Democraten meer armslag. Met een meerderheid in de bevoegde commissies kunnen ze hoorzittingen organiseren, regeringsmedewerkers ondervragen en mogelijke belangenvermenging of misstanden in de regering onderzoeken. Dat levert niet automatisch veroordelingen of beleidswijzigingen op, maar het kan het Witte Huis wel maandenlang in het defensief dwingen. Voor een president die het liefst zelf bepaalt waarover Amerika praat, is dat soort politieke jeuk.
Iran blijft een machtsproef
Een van de moeilijkste dossiers wordt de oorlog tegen Iran. De Democraten zullen druk proberen uit te oefenen om de militaire operaties te beperken of te beëindigen. Het Congres beschikt daarvoor over instrumenten, onder meer via de War Powers Resolution, die de presidentiële bevoegdheid om militaire operaties zonder toestemming van het Congres voort te zetten aan banden moet leggen.
Maar ook daar kan Trump zijn veto inzetten. Om dat te neutraliseren, is opnieuw een tweederdemeerderheid nodig. De kans dat de Democraten die vinden, is klein. De president kan dus voorlopig zijn eigen koers blijven varen, al zal hij rekening moeten houden met een Congres dat kritischer meekijkt en de politieke kosten van de oorlog nadrukkelijker op tafel legt.
Hetzelfde geldt voor de relaties met Rusland en de steun aan Oekraïne. De Democraten kunnen proberen de sancties tegen Moskou aan te scherpen en Trump onder druk te zetten om zijn beleid bij te sturen. Maar een Congresmeerderheid is geen afstandsbediening waarmee je vanuit het Capitool de president kunt uitschakelen.
Twee jaar politieke oorlog
De echte betekenis van deze verkiezingen ligt dan ook niet in de verwachting dat Trump plots een andere president wordt. Daarvoor is zijn politieke stijl te diep verankerd en zijn macht te groot. De verandering zit in de tegenmacht. De president zal zich opnieuw moeten verhouden tot een Congres dat hem niet langer automatisch volgt en dat zijn beleid, zijn benoemingen en zijn regering veel kritischer kan onderzoeken.
Voor de Democraten is dat een kans, maar ook een risico. Ze kunnen de komende twee jaar gebruiken om de regering ter verantwoording te roepen en de thema's naar voren te schuiven waarop Trump kwetsbaar is: de kosten van het levensonderhoud, de gezondheidszorg, de oorlog en mogelijke belangenvermenging. Als ze zich beperken tot obstructie en politieke afrekening, kunnen ze bij de volgende verkiezingen zelf de rekening gepresenteerd krijgen.
En nu?
Trump heeft intussen zijn eerste bocht genomen. De man die nog dreigde twee jaar lang als meneer Veto door Washington te trekken, zegt nu dat hij wil samenwerken. Misschien heeft hij ontdekt dat een president zonder betrouwbare meerderheid minder kan bevelen dan hij dacht. Of misschien heeft hij gewoon begrepen dat zelfs zijn eigen partij niet eeuwig bereid is de brokken op te ruimen.
De Amerikanen hebben hem geen ontslagbrief gegeven. Ze hebben hem wel iets bezorgd wat hij bijzonder slecht verdraagt: een tegenstander die opnieuw macht heeft. En die zal hij de komende twee jaar iedere dag tegenkomen, ook wanneer hij de televisie uitzet.
(Foto: P-magazine)