Met zijn partij Likoed op kop en Donald Trump als luidruchtige bondgenoot ruikt Benjamin Netanyahu opnieuw kansen om aan de macht te blijven. De voorlopige verkiezingsuitslag is nog geen overwinning, maar ze legt een ongemakkelijke realiteit bloot: ook na Gaza, de regionale oorlogen en een internationaal arrestatiebevel blijft een aanzienlijk deel van de Israëlische politiek achter dezelfde premier staan.
Met ongeveer 42 procent van de getelde stembiljetten stond het blok rond Netanyahu woensdagochtend op 57 zetels, tegenover 47 voor het kamp rond uitdager Gadi Eisenkot. De Arabische partijen hielden samen de overige zestien zetels. Voor een meerderheid in de Knesset zijn er 61 nodig. De voorlopige cijfers kunnen dus nog veranderen en Netanyahu heeft zijn volgende regering niet binnen.
De inzet is groter dan de vraag wie de komende jaren in Jeruzalem de ministerraad voorzit. Een nieuwe regering onder Netanyahu zou de koers voortzetten van een leider die veiligheid als zijn voornaamste politieke legitimatie gebruikt, zijn militaire optreden verdedigt als noodzakelijk voor het voortbestaan van Israël en internationale kritiek geregeld afdoet als vijandigheid tegenover de Joodse staat. Voor de Palestijnen kan dat nog meer onzekerheid betekenen; voor Israël zelf dreigt de kloof tussen militaire macht en politieke veiligheid verder open te scheuren.
Een internationaal arrestatiebevel is geen voetnoot
Het Internationaal Strafhof in Den Haag vaardigde op 21 november 2024 een arrestatiebevel tegen hem uit wegens vermeende oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De aanklachten omvatten onder meer uithongering als oorlogsmethode, het opzettelijk aanvallen van burgers, moord, vervolging en andere onmenselijke daden. Het Hof oordeelde dat er redelijke gronden waren om aan te nemen dat hij strafrechtelijk verantwoordelijk kon zijn voor de genoemde misdrijven. Dat is een zwaarwegende juridische vaststelling, geen definitieve veroordeling.
Daarnaast loopt bij het Internationaal Gerechtshof de genocidezaak die Zuid-Afrika tegen Israël aanspande. Het Hof heeft voorlopige maatregelen opgelegd om rechten van Palestijnen in Gaza onder het Genocideverdrag te beschermen. Een definitief oordeel over de vraag of Israël genocide heeft gepleegd, is er niet. De zaak loopt nog; de volgende schriftelijke processtappen zijn inmiddels tot 2027 en 2029 vastgelegd. Wie de juridische stand van zaken ernstig neemt, hoeft de uitkomst dus niet vooruit te lopen om te erkennen hoe uitzonderlijk de internationale druk op Israël is geworden.
Dat Netanyahu ondanks deze dossiers politiek overeind blijft, zegt iets over de Israëlische samenleving, maar ook over de manier waarop oorlog de binnenlandse politiek kan hertekenen. Wanneer een bevolking zich bedreigd voelt, krijgt de leider die veiligheid belooft vaak krediet. Punt. De vraag naar de gevolgen van militaire operaties raakt dan ondergeschikt aan de belofte dat de volgende operatie de dreiging eindelijk zal wegnemen.
Trump geeft Netanyahu rugdekking én een nieuwe oorlogstaal
De Amerikaanse president Donald Trump maakte van zijn steun aan Netanyahu geen geheim. Op de vooravond van de verkiezingen riep hij Israëli's op voor de premier te stemmen en stelde hij dat ze het werk moesten afmaken dat beide landen met hun oorlog tegen Iran waren begonnen. Netanyahu presenteerde de steun van Trump als een historische kans om de Iraanse dreiging definitief weg te nemen en suggereerde dat nieuwe militaire actie mogelijk blijft als hij aan de macht blijft.
De alliantie met Washington geeft Israël militaire, diplomatieke en strategische armslag, maar maakt Netanyahu's koers tegelijk afhankelijk van de politieke prioriteiten van een Amerikaanse president die zelf met zijn binnenlandse agenda aan het rommelen is. Trump kan Netanyahu helpen om zijn internationale isolement te doorbreken, maar zijn steun is geen blanco cheque. De Verenigde Staten hebben hun eigen belangen, en een nieuwe escalatie met Iran kan de hele regio opnieuw meesleuren in een conflict waarvan de gevolgen moeilijk te beheersen zijn.
Netanyahu verkoopt de relatie als een uitzonderlijk partnerschap dat Israël de ruimte geeft om zijn vijanden aan te pakken. Het risico is dat militaire successen worden voorgesteld als een strategie op zichzelf. Het uitschakelen van een commandant, het bombarderen van een doelwit of het verzwakken van een tegenstander kan tactisch resultaat opleveren, maar levert nog geen stabiele politieke orde op. De vraag wat er na de oorlog moet komen, blijft veel moeilijker te beantwoorden dan de vraag waar de volgende aanval moet plaatsvinden.
De coalitie die Netanyahu nodig heeft
Zelfs als Likoed de grootste partij wordt, kan Netanyahu niet regeren op basis van zijn eigen zeteltal. Israël werkt met een parlementair stelsel waarin partijen na de verkiezingen een coalitie moeten vormen. Zijn kansen hangen daarom af van rechtse, religieuze en uiterst rechtse bondgenoten, met hun eigen eisen over veiligheid, religie, Palestijns grondgebied en de inrichting van de staat.
Dat maakt de samenstelling van een volgende regering minstens zo belangrijk als de overwinning van Likoed zelf. Om zijn meerderheid bijeen te houden, kan Netanyahu opnieuw afhankelijk worden van politici die een hardere lijn tegenover de Palestijnen willen, uitbreiding van Israëlische nederzettingen verdedigen of de bevoegdheden van rechters en andere controle-instellingen willen beperken. De precieze coalitie is nog niet gevormd, maar de rekenkunde legt een structureel probleem bloot: de premier heeft bondgenoten nodig die hem in het zadel kunnen houden, ook wanneer hun eisen het land verder verdelen.
Daar komt de strijd over de ultraorthodoxe militaire vrijstellingen bij. De vraag wie dienstplicht moet vervullen, raakt aan de verdeling van lasten in een samenleving die jarenlang in oorlog leeft. Voor veel Israëli's is het moeilijk te verdedigen dat militairen en reservisten steeds opnieuw worden opgeroepen, terwijl grote groepen ultraorthodoxe mannen uitzonderingen behouden. Een coalitie waarin religieuze partijen een sleutelpositie innemen, kan het voor Netanyahu moeilijk maken om dat dossier op te lossen zonder zijn meerderheid in gevaar te brengen.
Een regering die afhankelijk is van zulke partners, wordt niet noodzakelijk gematigder wanneer de premier meer ervaring heeft. Ze kan juist harder worden omdat elke coalitiepartner zijn politieke gewicht omzet in concrete eisen. Netanyahu's talent bestaat er al jaren in uiteenlopende belangen aan elkaar te knopen. De prijs daarvan kan zijn dat de koers van het land minder wordt bepaald door een langetermijnstrategie dan door het dagelijkse overleven van de coalitie.
De democratische keuze en haar grenzen
Het is misschien net iets te makkelijk om elke Israëlische kiezer die op Likoed stemt als voorstander van oorlogsmisdaden weg te zetten. Kiezers stemmen om uiteenlopende redenen: veiligheid, economische onzekerheid, religie, wantrouwen tegenover de oppositie of de overtuiging dat Netanyahu ondanks alles de meest ervaren leider is. De verkiezingsuitslag is geen referendum met één vraag over Gaza, en de voorlopige cijfers zeggen nog niet hoeveel zetels elk blok uiteindelijk zal krijgen.
Verkiezingen leveren op democratische wijze een regering, maar geven die regering geen vrijstelling van het internationaal recht. Ook een ruime meerderheid kan een arrestatiebevel niet wegstemmen, burgerleed niet ongedaan maken en de verplichting om burgers te beschermen niet opheffen.
De oppositie onder Gadi Eisenkot staat voor haar eigen uitdaging. Ze moet aantonen dat een andere regering niet alleen een ander gezicht oplevert, maar ook een geloofwaardig alternatief voor de veiligheidsstrategie van Netanyahu. Een wissel aan de top zonder een andere aanpak van Gaza, de Palestijnse kwestie, de dienstplicht en de verhouding tussen regering en rechterlijke macht zou vooral een personeelswissel zijn. Tegelijk kan het ontbreken van een duidelijke meerderheid de onderhandelingen verlengen en een politiek compromis afdwingen — of Israël opnieuw naar de stembus sturen.
Dus
Netanyahu staat voorlopig op kop. Of hij ook opnieuw kan regeren, moet de definitieve uitslag uitwijzen. De ernst van het moment zit in wat zijn mogelijke terugkeer zegt over een land dat na jaren van oorlog nog altijd geen politieke uitweg heeft gevonden — en over een internationale gemeenschap die de juridische grenzen van geweld wel benoemt, maar er nog altijd niet in slaagt ze consequent af te dwingen.