Amerikaanse aandelen kelderden vrijdag, waarbij de Nasdaq de grootste procentuele daling op één dag sinds 5 juni doormaakte. Dit volgde op teleurstellende kwartaalresultaten van Intel en Amazon, die de groeiende zorgen over de enorme uitgaven van AI-gerelateerde bedrijven aan de prille technologie versterkten.
In totaal gingen AI-bedrijven dit jaar al 466 miljard dollar aan nieuwe leningen aan, berekende Morgan Stanley. Tussen nu en 2030 zouden er maar liefst 5.500 miljard dollar aan nieuwe investeringen bij komen, waarvan driekwart met schulden gefinancierd zou worden.
Gartner kritisch
IT-adviesbureau Gartner voorspelt dan weer in een rapport dat 80 procent van de nieuwe AI-bedrijven al in 2030 niet meer zal bestaan en 3,5 biljoen (3.500 miljard dus) dollar aan geleend geld zal moeten worden afgeschreven.
Waar in de begindagen van de AI-boom techbedrijven nieuwe datacenters vooral financierden met hun eigen middelen, gaan ze nu steeds grotere leningen aan. Zelfs de vier hyperscalers - Alphabet, Amazon, Microsoft en Meta - hebben dit jaar al 214 miljard dollar geleend, tegenover 83 miljard vorig jaar.
Raken deze investeringen nog gefinancierd tegen een achtergrond van hogere rentevoeten? En kan een voldoende return verdiend worden? Anders gezegd, is AI op de beurs een nieuwe zeepbel of rust de investeringsgolf op gezonde fundamenten? Kortom, die investeringen worden gefinancierd met geleend geld. Als er twijfel ontstaat of die investeringen worden terugverdiend, knapt de AI-zeepbel.
Positieve stem
Niet iedereen is negatief. Econoom Peter Praet onlangs in De Tijd: “Ik denk dat we in Europa misschien aan het begin staan van een krachtige investeringscyclus. In de macro-economische cijfers zie je dat nog nauwelijks, maar als je naar enquêtes en de investeringsplannen van bedrijven kijkt, zie je dat er iets aan het gebeuren is. Bedrijven beseffen dat ze moeten investeren in nieuwe technologie en energie. Ze kunnen niet gewoon met hun oude technologie blijven werken. Er is geen alternatief. Ook AI wordt door bedrijven echt serieus genomen en de implementatie gaat snel.“
De implementatie gaat inderdaad snel, maar sommige kritische denkers vragen zich af wat de toegevoegde waarde is van AI en of die toegevoegde waarde groot genoeg is om die massale investering te verantwoorden.
Een studie van het National Bureau of Economic Research (NBER), gepubliceerd in februari 2026, toonde aan dat, ondanks dat 90% van de bedrijven geen impact van AI op de werkplek en productiviteit rapporteerde, leidinggevenden voorspelden dat AI de productiviteit met 1,4% zou verhogen en de output met 0,8%, wat leidde tot een vergelijking met productiviteitsparadox.
Link met Doomsday?
In 1960 voorspelde het prestigieuze blad Science dat de wereld 66 jaar later ten onder zou gaan. Doomsday zou plaatsvinden op vrijdag 13 november 2026, aldus berekeningen van de Amerikaanse hoogleraar natuurkunde Heinz von Foerster en zijn team van de universiteit van Illinois.
De doomsdayvergelijking wordt zo genoemd omdat deze voorspelt dat het aantal mensen dat op aarde leeft maximaal positief zal worden tegen 13 november 2026, en op het volgende moment negatief zal worden. Anders gezegd, voorspelt de vergelijking dat op 13 november 2026 alle mensen onmiddellijk zullen verdwijnen.
Er is op het eerste gezicht geen verband met AI, maar de voorspelling werd onlangs wel gebruikt door de media in een kritische analyse van kunstmatige intelligentie.
AI-zeepbel
Is AI eigenlijk een zeepbel? De AI-bubbel is een concept dat stelt dat er sinds 2025 een beursbubbel of zeepbel groeit door de AI-boom, een periode van snelle toename van investeringen in kunstmatige intelligentie (AI) die The Wall Street Journal omschreef als "de grootste economische weddenschap in de Amerikaanse geschiedenis." Vroege AI-investeringen werden voornamelijk gefinancierd met operationele kasstromen, maar in 2026 domineerde de obligatiemarkt de financiering, evenals $3 biljoen (3.000 miljard) aan verplichtingen buiten de balans. Dat laatste doet dan weer denken aan eerdere zeepbellen en crashes.
Beleggers staan zeker steeds kritischer tegenover de grote investeringen die bedrijven in AI doen, zeker in tijden van hoge rentes en dus duurdere financiering. Coreweave-ceo Mike Intrator zei aan Bloomberg dat “wanneer je een nieuw soort technologiebedrijf uitbouwt, er een periode zal zijn dat de markt het niet begrijpt en irrationeel reageert”. Het Amerikaanse Coreweave bouwt datacenters in de VS en Europa die volgestouwd zitten met de krachtigste Nvidiachips om taalmodellen te trainen.
Hock Tan, de ceo van de Amerikaanse chipproducent Broadcom, vergeleek AI-investeerders met gokkers. “Veel investeerders hebben geen idee waarin ze investeren”, zei Tan op een evenement in Singapore. “Ze stellen extreem hoge verwachtingen, om er vervolgens achter te komen dat het bijna zo is als in een casino.” Hij benadrukte dat bedrijven als OpenAI nog miljarden verliezen maken en dat de sector nog een duurzaam verdienmodel zoekt. “Momenteel lijdt het bedrijf nog steeds verlies, omdat het veel geld uitgeeft aan training”, zei Tan, die met Broadcom componenten levert voor datacenters wereldwijd.
WSJ ook kritisch
Speculatie over een bubbel komt ook voort uit zorgen dat toonaangevende AI-technologiebedrijven betrokken zijn bij een circulaire stroom van investeringen die kunstmatig de waarde van hun aandelen en de bredere markt opblazen. The Wall Street Journal meldde dat de circulariteit, die doet denken aan de dotcom-uitbreiding in de jaren negentig, “deugdzaam kan zijn aan de opwaartse kant, en meedogenloos aan de dalkant.”
Sommigen, zoals hedgefondsmanager Ray Dalio, zien andere overeenkomsten met de dotcom-bubbel. Miljardair en beursgoeroe Ray Dalio (77) waarschuwt dat we gevaarlijk dicht bij het einde van het AI-sprookje komen. De torenhoge schulden van techgiganten en de stijgende rente vormen volgens hem een dodelijke cocktail voor de aandelenmarkt. “Dit is een klassieke bubbel”, klinkt het. Ray Dalio is oprichter van Bridgewater Associates, een van de grootste hefboomfondsen ter wereld.
De internetzeepbel, internetbubble of internethype (in het Engels dot-com bubble) was een hausse die duurde van 1997 tot voorjaar 2000. Tijdens deze hausse stegen de waarden van aandelen van internetbedrijven (en daarvan afhankelijke bedrijven) snel, als gevolg van de (verwachte) groei van die bedrijven. In het voorjaar van 2000 stortten de koersen ten slotte in en 'knapte' de zeepbel.