Het politieke equivalent van op de bank slapen.
Voorlopige twaalfden is in politieke termen de walk of shame van een regering die haar huiswerk niet af kreeg. Het systeem treedt in werking wanneer een regering er niet in slaagt om vóór 1 januari een nieuwe begroting goed te keuren.
Concreet betekent het dat de federale administratie maandelijks slechts één twaalfde van de uitgaven van het vorige begrotingsjaar mag spenderen. Geen nieuwe investeringen, geen nieuwe beleidslijnen, geen fiscale hervormingen die geld moeten opbrengen. Alleen het hoogstnoodzakelijke om het overheidsapparaat draaiende te houden: lonen, uitkeringen, lopende contracten.
Automatische piloot, geen stuur in handen
De techniek van voorlopige twaalfden is een noodrem in het Belgisch begrotingsrecht. Ze voorkomt dat de staat in “shutdown” gaat — zoals in de Verenigde Staten, waar overheidsdiensten letterlijk de deuren sluiten bij gebrek aan een goedgekeurd budget. In België blijft alles draaien, maar wel op automatische piloot.
Elke maand moet de administratie nagaan of de lopende uitgaven binnen dat maandelijkse twaalfde passen. Wil een minister iets nieuws ondernemen — bijvoorbeeld een hervorming of een project dat nog niet in de vorige begroting stond — dan kan dat pas zodra de nieuwe begroting is gestemd. In extreme gevallen kan het parlement bijkomende voorlopige twaalfden stemmen om langere periodes te overbruggen, maar dat blijft uitzonderlijk.
In de praktijk is het dus een periode van bestuurlijke bevriezing. Lopende dossiers blijven schuifelen, maar niets beweegt echt. Voor ambtenaren is het een nachtmerrie van tijdelijke kredieten en geblokkeerde budgetlijnen; voor politici is het een smet op het blazoen.
Een regering in volle bevoegdheid met handen op de rug
Normaal komt het systeem alleen voor bij ontslagnemende regeringen — bijvoorbeeld tijdens verkiezingsperiodes, wanneer het nieuwe parlement nog niet gevormd is. Maar dat een regering in volle bevoegdheid terugvalt op voorlopige twaalfden, is zeldzaam. En pijnlijk.
Het komt neer op een impliciete bekentenis dat de begrotingsmachine vastgelopen is. De ministers mogen wel vergaderen, verklaren en beloven, maar zonder goedgekeurd budget hebben hun woorden geen financiële draagkracht. Het politieke equivalent van met de handen op de rug toekijken hoe de administratie het land rechthoudt.
Voor premier Bart De Wever is dat niet minder dan een symbolische kaakslag. Een regering die zichzelf profileerde als “de hervormingsregering bij uitstek” moet het jaar 2026 beginnen zonder één euro extra te kunnen uitgeven. De hervormingen die het land moesten moderniseren — van de pensioenmalus tot de meerwaardebelasting — blijven geblokkeerd tot er eindelijk een akkoord ligt.
Geen ramp, maar wel een brevet van onmacht
Voorlopige twaalfden brengen het land niet financieel in gevaar. De lonen worden betaald, de pensioenen uitgekeerd, de scholen blijven open. Maar politiek gezien is het een nederlaag met grote symbolische waarde.
Een regering die tot voorlopige twaalfden veroordeeld is, slaagt er niet in haar meest fundamentele taak te volbrengen: een financieel plan maken voor het land. Ze is niet ingestort, maar ze slaapt op de bank — met het licht aan, wachtend tot iemand het gezond verstand terugvindt.
Voor De Wever betekent dat vooral gezichtsverlies. Waar zijn voorgangers struikelden over communautaire dossiers of coalitiebreuken, botst hij op de grens van zijn eigen ambitie. België blijft draaien, maar het vertrouwen in de hervormingsregering niet.
Kortom: voorlopige twaalfden zijn geen ramp voor de staatskas, maar wel een publiek brevet van bestuurlijke onmacht. En in een land waar symboliek even zwaar weegt als cijfers, doet dat meer pijn dan welk tekort ook.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)