De Amerikaanse YouTuber Tyler Oliveira dacht dat hij gewoon een grappige reisvlog maakte maar er bleek al snel stront aan de knikker te zijn.
Een paar shots, wat mest in slow motion, klaar. Maar zijn documentaire over het Indiase ‘poepgooi-festival’ Gorehabba veranderde al snel in een online heilige oorlog.
Het eeuwenoude ritueel in het dorp Gumatapura draait om zuivering, koeienmest wordt ingezameld, gezegend en daarna enthousiast naar elkaar geslingerd als een soort spirituele paintball met drollen.
Oliveira filmde alles, lachte erbij en dacht waarschijnlijk dat het internet dit zou slikken als ‘culturele kcontent’.
Toen het filmpje viraal ging, werd Oliveira bedolven onder doodsbedreigingen, beschuldigingen van racisme en tienduizenden boze reacties van nationalistische Indiërs.
De YouTuber verklaarde dat hij enkel “met respect wilde documenteren”, maar dat hij ondertussen “niet kan vechten tegen 1,5 miljard mensen met een mestvork”.
Zelfs de rechtse commentator Dinesh D’Souza mengde zich in het debat, ironisch genoeg door te beweren dat “de toekomst toebehoort aan poepgooiende Indiërs”. Zelden klonk een cultuurstrijd zo letterlijk als een kakgevecht.
De hele heisa toont hoe snel een cultureel verschil kan ontaarden in een digitale veldslag. Wat voor de inwoners van Gumatapura een eeuwenoude traditie is om gezondheid en voorspoed af te smeken, werd door een buitenstaander gezien als iets met een geurtje aan.
Oliveira trok uiteindelijk zijn documentaire terug, uit angst voor verdere bedreigingen. Wat overblijft, is een onuitgegeven film, een hoop virtuele stront en een belangrijke les geleerd.
Namelijk, soms hoef je niet met mest te gooien om toch midden in de shit te belanden.