Europa lanceert digitale munt om “onafhankelijker” te worden, maar de vraag blijft: wie wordt hier nu echt onafhankelijk van wie?
De Europese Unie heeft weer een nieuw financieel speeltje in de steigers gezet: de digitale euro. Officieel bedoeld als moderne, veilige en handige tegenhanger van cash geld. Onofficieel klinkt het vooral als een systeem waarbij je geld nog nét iets makkelijker gevolgd, begrensd en gemonitord kan worden.
Het Europees Parlement zette in de commissie Economische Zaken alvast het licht op groen voor het wetgevend kader. De digitale euro moet vanaf (waarschijnlijk) 2029 de digitale versie worden van onze vertrouwde muntstukken en biljetten. Alleen zonder papier, zonder muntjes, maar met heel veel “innovatie”.
Cash is ouderwets, afhankelijk en blijkbaar verdacht
De redenering is simpel: we gebruiken steeds minder cash, dus moet er iets nieuws komen. In 2016 werd nog 79 procent van de betalingen in winkels met contant geld gedaan. In 2024 is dat gezakt naar 52 procent. Logisch gevolg volgens Europa: dan schaffen we cash stap voor stap gewoon digitaal af.
Dat de meeste mensen dat vooral doen omdat ze hun telefoon altijd bij zich hebben en niet omdat ze cash haten, is een detail.
Officieel moet de digitale euro Europa minder afhankelijk maken van Amerikaanse spelers zoals Visa en Mastercard. Want afhankelijk zijn van Amerikaanse bedrijven is blijkbaar problematisch. Afhankelijk zijn van een Europese Centrale Bank die alles in goede banen leidt, is dat uiteraard niet.
De digitale portemonnee van morgen (die vandaag al begint te kriebelen)
In theorie wordt het simpel. Je krijgt een digitale portemonnee op je smartphone. Daar kan je geld in zetten door cash te storten of geld van je bankrekening over te zetten. Daarna kan je ermee betalen in winkels, online en zelfs “offline”.
Ja, ook zonder internet. Zolang je gsm opgeladen is natuurlijk. Want niets zegt “toekomstbestendig systeem” zoals een betaalmiddel dat afhankelijk is van je batterijniveau.
Je kan er ook geld mee sturen naar vrienden. Handig ? Ja, toch?
Vrijheid, maar met een limiet
De digitale euro komt met een plafond. Momenteel wordt gesproken over 3.000 euro per digitale portemonnee.
Vrij vertaald: je mag gerust digitaal geld hebben, maar niet te veel. Oftewel: vrijheid is leuk, zolang ze binnen de grenzen blijft die iemand anders voor jou bepaalt.
Europa wil onafhankelijk zijn (maar wel op Europese manier)
De grote motivatie achter dit alles is geopolitiek. Europa wil niet langer afhankelijk zijn van buitenlandse betaalnetwerken. Want stel je voor dat de VS ooit beslist dat Visa en Mastercard stoppen in Europa. Dat zou chaos zijn.
Dat is overigens al eens gebeurd in Rusland, waar internationale betaalnetwerken simpelweg de stekker eruit trokken na de invasie in Oekraïne. Voor Europa is dat dus het ultieme nachtmerriescenario: geen controle meer over je eigen betalingen.
Oplossing? Een systeem dat… nog centraler, nog Europees en nog uniformer is. Dat voelt ergens als “minder afhankelijk worden” door een nog grotere baas aan te stellen.
Banken kijken mee en fronsen vooral
Niet iedereen staat te springen. Banken noemen de digitale euro liefkozend “een munt zonder missie”. En eerlijk: die kritiek is niet volledig uit de lucht gegrepen.
Want wat gebeurt er als mensen massaal geld weghalen van hun bankrekening en in hun digitale portemonnee parkeren? Dan hebben banken plots minder geld om uit te lenen voor hypotheken en investeringen. En dat is exact hoe een financieel zenuwstelsel begint te trillen.
In het slechtste scenario krijg je een digitale versie van de “run on the bank”, maar dan zonder fysiek aanschuiven. Gewoon een paar miljoen mensen die tegelijk op een app klikken.
Winkels moeten meedoen, of ze willen of niet
Voor handelaars wordt het ook gezellig. Wie elektronische betalingen aanvaardt, zal de digitale euro moeten accepteren. Gratis voor consumenten, maar niet noodzakelijk voor winkels.
Unizo is alvast niet onder de indruk. Vooral omdat niemand precies weet hoe de kostenstructuur zal evolueren. En in Europa is “kostenefficiënt” vaak gewoon een ander woord voor “we zien later wel wie de rekening betaalt”.
Wie zit hier eigenlijk op te wachten?
De hamvraag blijft: wil iemand dit eigenlijk echt?
Voorstanders spreken over veiligheid, onafhankelijkheid en toekomstgericht betalen. Tegenstanders horen vooral: controle, centralisering en een extra laag tussen jou en je geld.
Want dat geld op je digitale portemonnee brengt geen interest op. Net zoals cash in je broekzak. Alleen is het verschil dat je broekzak niet regelmatig een software-update krijgt.
Het vertrouwensexperiment
De Europese Centrale Bank noemt de digitale euro een “monetair anker”. Een manier om vertrouwen in de euro te versterken.
Maar vertrouwen is precies het punt. Want hoe meer je het moet organiseren, reguleren en digitaal verpakken, hoe meer de vraag rijst of het er spontaan nog is.
De digitale euro komt er waarschijnlijk vanaf 2029. Tegen dan zijn we 25 jaar verder sinds de invoering van de euro als cash munt.
Een symbolische evolutie dus: van munten in je hand naar cijfers op een scherm.
Of, cynischer gezegd: van geld dat je kon voelen naar geld dat vooral voelt alsof iemand anders mee aan de knoppen zit.
(Foto: PD)