De Europese dronehysterie heeft er opnieuw een hoofdstuk bij, en dit keer komt het uit Denemarken. Wat daar gebeurde, leest als een kruising tussen een NAVO-alarm, een amateuristische UFO-waarneming en een aflevering van F.C. De Kampioenen, maar dan zonder Boma-worst. Een intern memo van Naviair, het Deense equivalent van Skeyes, is door onderzoekscollectief Zetland bovengehaald, en dat document laat weinig aan de verbeelding over: de luchtverkeersleiders hebben die bewierookte, gevreesde, ‘hybride aanval-drones’ nooit gezien. Geen enkele. Nul. Nada.
Toch werd op 22 september in Kopenhagen het luchtruim potdicht gegooid, werd het alarmniveau opgeschroefd naar standje terroristische aanslag en vlogen ministers in paniek door elkaar. De officiële verklaring: drones boven Terminal C. De realiteit, volgens het memo: stilte, een lege lucht en een toren vol mensen die verveeld uit het raam keken en zich afvroegen waar de hysterie vandaan kwam.
De melding die het land in crisismodus duwde, kwam namelijk niet van de luchtverkeersleiders, maar van één ketting aan interpretaties uit het operationeel centrum. Eén medewerker dacht eerst een klein toestel te hebben gezien, vond het later toch meer op een ‘grote drone’ lijken, en hup: de hele luchthaven plat. Het blijft onwaarschijnlijk hoe fragiel kritieke infrastructuur kan zijn als één persoon een vliegtuigje verwart met een DJI-speeltje van de Mediamarkt.
OSINT-onderzoekers, die intussen chronisch vermoeid zijn van het factchecken van paniekerige overheden, kwamen een dag later al tot dezelfde conclusie: het was gewoon een trainingsvliegtuigje dat exact op de plek en hoogte vloog die overeenkomt met de dronewaarneming. En de Naviair-memo bevestigt nu dat de mensen die het móésten zien, absoluut niets zagen.
Natuurlijk bleef Denemarken niet alleen in deze Europese paniekgolf. Enkele uren later ging ook in Oslo het luchtruim dicht wegens ‘mogelijke drones’. Alleen verklaarde de Noorse politie vorige week doodleuk dat ze geen spoortje bewijs hebben gevonden. Geen drone, geen schaduw van een drone, geen luidruchtige Russische hacker die een quadcopter bestuurde vanuit een kelder vol computers. Helemaal niets.
Toch werd aan beide kanten van de grens meteen gezwaaid met woorden als ‘hybride aanval’ en ‘gecoördineerde actie’. Het bleek allemaal gebaseerd op… fout geïnterpreteerde lichtjes.
Het meest frappante is misschien nog wel dat de dronepaniek die herfst als een soort virus Europa doortrok: havens, kerncentrales, NAVO-basissen, vliegvelden: overal plots meldingen, maar bijna nergens beelden, radarinfo of iets dat ook maar lijkt op hard bewijs. Een soort moderne massahysterie, maar dan met quadcopters.
En nu terug naar eigen land, want ook hier werden we de afgelopen weken overspoeld met verhalen over mogelijk Russische drones rond onze vliegvelden en militaire domeinen. Regeringsleden sprongen achter hun pupiters alsof er een nieuwe Cuba-crisis was uitgebroken. Tot dit weekend plots twee ‘verdachte dronepiloten’ op heterdaad werden opgepakt door de federale politie. Bivakmutsen. Dronemateriaal. Verdacht gedrag.
Maar dan kwam de plot twist. Het waren journalisten van de grootste krant van Vlaanderen. Geen Russen. Geen militairen. Geen anonieme spionagedienst. Journalisten. Met bivakmutsen. Die een drone wilden oplaten vlakbij Zaventem. Dat stond echter niét in de krant. Hopla, de doofpot in.
Het mooie aan het hele verhaal? Als die drone-journalisten wél officieel zouden worden aangeduid, riskeert hun mediabedrijf aansprakelijk gesteld te worden voor de enorme kosten van eerdere drone-incidenten. Uitwijkende vliegtuigen, extra beveiliging, vertragingen: dat loopt in de miljoenen. Dus blijft iedereen opvallend stil.
En dus zit het zo: In Kopenhagen zagen ze geen drones. In Oslo zagen ze geen drones. En in België? Daar zagen ze wél iets.
Maar het waren gewoon journalisten die James Bond wilden spelen met een bivakmuts. Of gewoon zelf nieuws maken, wie weet.