Wie zijn auto behandelt alsof die van porselein gemaakt is, zou wel eens het tegenovergestelde effect kunnen bereiken.
Dat blijkt uit een opvallende video waarin een monteur een 2,0-liter turbomotor uit een Buick Envision uit elkaar haalt. Op zich niets bijzonders, ware het niet dat deze motor al na amper 40.000 kilometer uit de wagen werd gehaald omdat hij buitensporig veel olie begon te verbruiken. En het verdict van de monteur was allesbehalve fraai.
Deze motor, een blok dat in wel meer GM-producten te vinden is zoals bij ons in pakweg de Opel Isignia, bleek intern zo vervuild dat je zou denken dat hij al een halve miljoen kilometer achter de kiezen had. De olieschraapveren rond de zuigers zaten volledig vastgekoekt. Daardoor kon olie vanuit de carterpan langs de zuigers naar de verbrandingskamer kruipen, waar ze vrolijk mee verbrandde. Het resultaat: een motor die olie slurpt alsof het brandstof is.
Maar wat de monteur vooral deed fronsen, was de enorme hoeveelheid koolstofafzetting op de zuigers. Voor een motor met slechts 40.000 kilometer op de teller is dat volgens hem ronduit extreem.
De schuldige: een te braaf leven
Koolstofafzetting ontstaat wanneer brandstof niet volledig verbrandt. Dat kan verschillende oorzaken hebben, maar een klassieker is dat de motor simpelweg nooit goed warm wordt. Denk aan het typische stadsgebruik: korte ritjes naar de supermarkt, even naar school, misschien nog een stukje naar het werk. De motor draait, maar krijgt nooit de kans om zijn ideale temperatuur te bereiken.
Nog een mogelijke oorzaak: bestuurders die hun motor behandelen alsof hij van glas is. Altijd rustig rijden en het blok nooit eens in de hogere toeren te laten gaan. Dat klinkt sympathiek voor de techniek, maar het kan juist leiden tot koolstofaanslag.
De vraag die in de video wordt gesteld, is overigens ook interessant: ontstaat die koolstofafzetting door het rijgedrag, of door het olieverbruik zelf? Want zodra olie in de verbrandingskamer terechtkomt, draagt ook dat bij aan extra vervuiling.
Stationair draaien en goedkope benzine
Volgens de monteur lijkt het er sterk op dat deze motor ofwel veel stationair heeft gedraaid, ofwel een leven heeft geleid waarin hij nooit echt moest werken. Ook wijst hij naar brandstofkwaliteit als mogelijke factor. In de Verenigde Staten, waar deze Buick rondreed, ligt de kwaliteit van goedkoop dinosap doorgaans lager dan in Europa. Goedkope brandstof kan meer onzuiverheden bevatten en draagt op lange termijn bij aan vervuiling van het motorblok.
Nogmaals: dat goedkope benzine bij ons meer onzuiverheden zou bevatten, is haast ondenkbaar gezien de strenge normen. Maar de duurdere merken zoals Shell en Total bevatten wel additieven die de vervuiling van het blok net tegengaan.
Het beroemde Italiaanse geneesmiddel
De oplossing die de monteur aanhaalt, is een klassieker onder autoliefhebbers: de zogenaamde Italian tune-up.
Dat betekent niet dat je met 200 km/u over de snelweg moet scheuren. Het idee is simpel: geef je motor af en toe eens de kans om echt op temperatuur te komen en onder belasting te werken. Een stevig stuk snelweg rijden wanneer het verkeer dat toelaat kan al wonderen doen. De hogere temperaturen en toerentallen helpen om opgehoopte koolstof los te branden.
Met andere woorden: een motor die af en toe eens stevig moet werken, blijft vaak net gezonder dan een blok dat zijn hele leven in een soort mechanische yogastand doorbrengt.
Of, om het in autotaal te zeggen: soms heeft zelfs de braafste viercilinder een klein beetje Italiaans temperament nodig.