Het fascinerende aan politieke taal is dat die vaak meer zegt over wie ze gebruikt dan over de werkelijkheid zelf. Neem nu het woord ‘klimaatontkenner’. Dat wordt tegenwoordig geplakt op iedereen die durft te twijfelen aan de idee dat de klimaatverandering uitsluitend door de mens wordt veroorzaakt.
Dat is geen ontkenning van het klimaat, maar een vraag naar nuance. Alleen is nuance levensgevaarlijk in een wereld waarin iedereen maar twee kampen duldt: “U bent voor ons” of “u bent tegen de ijsberen”.
Daarom komt P-magazine met een woord dat wél letterlijk klopt én zielig scherp binnenkomt: de klimaatioot. Dat is geen mens die het klimaat ontkent, maar iemand die gelooft dat de wereld duurzaam wordt door meer taksen, meer regels en meer controle. Als het aan de klimaatioot ligt, stopt de oceanenstijging zodra je 12 cent extra belasting betaalt op een croissant in een plastic zakje. Het argument wordt dan: hoe duurder het leven wordt, hoe groener onze lucht is. Alsof CO₂-moleculen in paniek oplossen zodra de schatkist gevuld wordt.
De klimaatioot gelooft heilig dat de middenklasse moet boeten om de planeet te redden, terwijl de echte vervuilers vrolijk verder doen aan de andere kant van de wereld. Je mag morgen je wagen inruilen voor een step op zonne-energie, China gooit in vijf minuten opnieuw het equivalent van heel Vlaanderens uitstoot de lucht in en noemt dat een rustige voormiddag. Maar de klimaatioot ziet dat allemaal niet, want hij is te druk bezig met rekenen hoeveel extra accijnzen nodig zijn om een tropische storm tegen te houden.
Nog zoiets. De overheid die het woord ‘klimaatontkenner’ bedacht, is exact dezelfde overheid die het structureel onmogelijk maakt om zonnepanelen, isolatie of een warmtepomp te betalen zonder een lening die langer loopt dan je leven. Dezelfde overheid die kerncentrales sluit zonder alternatief en daarna verbaasd opkijkt dat elektriciteit duurder wordt. “Hoe kan dat nu?”, vraagt men zich af in Brussel. “We hadden nochtans een PowerPoint gemaakt.” De klimaatioot applaudisseert ondertussen enthousiast, want hoe moeilijker en duurder alles wordt, hoe zekerder hij is dat we op de juiste weg zitten.
Voor een klimaatioot is een belasting eigenlijk een knuffel voor de atmosfeer. Een emissierecht is geen politieke maatregel maar een warm dekentje voor de Noordpool. En wie zich dat niet kan veroorloven? Ach ja, jammer. De planeet gaat toch voor op de portemonnee? Vooral als het de portemonnee van iemand anders is.
Wat een klimaatioot nooit ziet: belastingen lossen geen fysica op. Ze lossen vooral begrotingsgaten op. CO₂ verandert niet van mening omdat hij in een duurdere categorie valt. De natuur volgt geen factuur.
Geen mens ontkent dat we verstandig met onze planeet moeten omgaan. De vraag is alleen hoe. Door technologie? Innovatie? Slimme investeringen? Door met verstand te bouwen, reizen en produceren? Nee, zegt de klimaatioot triomfantelijk: door extra taksen hier en daar.
En daarom is het woord niet alleen gepast, maar broodnodig. De term ‘klimaatontkenner’ is framing. ‘Klimaatioot’ is een beschrijving. Eindelijk één die klopt.
De wereld redden? Graag. Maar dan door oplossingen, niet door kasticketjes.