Op 11 februari 2020 wees de procureur-generaal van Bologna Licio Gelli aan als een van de vier organisatoren en financiers van het bloedbad in Bologna, samen met Mario Tedeschi, Umberto Ortolani en Federico Umberto D'Amato. Gelli (1919-2015) was toen al dood.
Onder het bewijs tegen Gelli bevond zich een handgeschreven brief van hemzelf, met aan de ene kant de inscriptie Bologna - 525779 - X.S. en aan de andere kant een lijst van betalingen voor het bloedbad.
Via Gelli en de Italiaanse piste komen we misschien ook dichter bij de waarheid over ’onze‘ Bende van Nijvel.
Zuid-Amerika
Minder gekend zijn de Zuid-Amerikaanse jaren van Gelli. La Stampa: “Toen het bestaan van de P2 en haar leden (td: ook de Vlaming Hans De Belder) aan het licht kwam, vluchtte Gelli naar Zwitserland, waar hij in 1982 werd gearresteerd en opgesloten in de gevangenis van Champ-Dollon. Van hier wist hij echter een jaar later op mysterieuze wijze te ontsnappen en vond onderdak in Zuid-Amerika, waar hij lange tijd tussen Venezuela en Argentinië verbleef voordat hij in 1987 gepakt werd, opnieuw in Genève. Pas in februari 1988 werd Gelli uitgeleverd aan Italië, waar hij slechts enkele dagen in de gevangenis verbleef en in april om gezondheidsredenen voorlopig werd vrijgelaten.“
“Vaak werd gesproken over de uitstekende betrekkingen die Gelli had met de Argentijnse generaal en president Roberto Eduardo Viola en admiraal Emilio Massera tijdens de dictatuur in het Zuid-Amerikaanse land (1976-1983). Ongeveer 30.000 mensen werden gedood of verdwenen (desaparecidos), en vele duizenden anderen werden gevangen gezet en gemarteld."
"Enkele dagen na de staatsgreep (in 76) ontving Gelli, een aanhanger van het Argentijnse leger, een brief van Massera (td: ook lid van P2), waarin deze ’zijn oprechte vreugde uitsprak over hoe alles volgens de vooraf vastgestelde plannen was verlopen‘. Als bewijs van zijn goede betrekkingen verkreeg de Grootmeester van de P2 (Gelli) ook een diplomatiek paspoort van de Argentijnse autoriteiten.“
