Vanavond werd voor de 69ste keer de Gouden Bal, oftewel de Ballon d’Or, uitgereikt. Geen strijd tussen Cristiano Ronaldo en Lionel Messi dit keer, dat is ondertussen verleden tijd. De grote confrontatie was tussen het wonderkind van FC Barcelona, Lamine Yamal, en PSG-ster Ousmane Dembélé.
En het werd uiteindelijk Dembélé. De Fransman kroonde zich tot winnaar bij de mannen. In 53 wedstrijden was hij betrokken bij 51 doelpunten, waarmee hij PSG naar Champions League winst tilde. Na een moeilijke periode bij Barcelona, waar blessures zijn carrière leken te vertragen, staat Dembélé nu volledig op. Twee jaar geleden had bijna niemand verwacht dat hij ooit de Ballon d’Or zou winnen.
Yamal, pas 18 jaar, moest dit jaar nog zijn meerdere erkennen in de ervaren aanvaller. Maar de Spanjaard kreeg wel de Kopa Trophy, voor het grootste talent van het jaar, als erkenning voor zijn indrukwekkende prestaties bij Barcelona.
Bonmati schrijft geschiedenis
Bij de vrouwen ging de Gouden Bal voor de derde keer op rij naar Aitana Bonmati van Barcelona. Ondanks een gemiste EK-finale met Spanje en een verloren Champions League-finale, blijft de 27-jarige middenveldster de absolute top van het vrouwenvoetbal domineren.
De Johan Cruyff-award voor beste coach ging bij de mannen naar Luis Enrique, die PSG naar de Champions League-titel loodste. Bij de vrouwen werd Sarina Wiegman bekroond, na opnieuw een succesvol EK met Engeland.
Voor de Belgen viel er weinig te vieren: Thibaut Courtois eindigde als vierde en Matz Sels op tien in de verkiezing van doelman van het jaar. Donnarumma verhuisde ondertussen van PSG naar Manchester City en werd logischerwijs verkozen tot beste doelman.