Geniet er nog maar van, jongens en meisjes. De zomer van 2026 zou weleens een van de koelste zomers kunnen zijn die jullie in jullie hele leven meemaken. Dat is althans de behoorlijk onheilspellende boodschap die deze week opdook naar aanleiding van nieuw klimaatonderzoek van de VUB. Voor mainstream media natuurlijk alweer een reden om uit te pakken met apocalyptische titels. Maar wij hadden zoiets van: hold my zonnecrème, eens kijken wat de wetenschap werkelijk zegt.
Wie dit weekend de kranten opensloeg, kreeg weinig reden om nog een zwembadje voor de kinderen te kopen. De krant schreef dat deze zomer, hoe warm ze ook is, voor onze kinderen mogelijk “een van de koelste zomers van hun leven” wordt.
Dat klinkt behoorlijk spectaculair. Een kind van vijf dat in 2090 nostalgisch terugdenkt aan die heerlijk frisse zomer van 2026, toen papa bij 31 graden nog gewoon buiten durfde te komen.Alleen: staat dat ook zo in het onderzoek? Of is ‘t alweer klimaatpaniekzaaierij?
Eerst het slechte nieuws: dat onderzoek bestaat echt
Jawel. Het gaat om nieuw onderzoek onder leiding van de Vrije Universiteit Brussel, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science Advances. De onderzoekers combineerden bevolkingsgegevens met klimaatmodellen en zogenaamde attributiewetenschap, waarmee wordt berekend welk deel van veranderingen in extreem weer aan de door mensen veroorzaakte klimaatverandering kan worden toegeschreven.
En de resultaten zijn niet bepaald vrolijk. Wereldwijd zouden tot 560 miljoen kinderen tussen 0 en 9 jaar vandaag minstens dertig extra dagen per jaar worden blootgesteld aan hittestress als gevolg van klimaatverandering.
Dat is 43 procent van alle kinderen in die leeftijdsgroep. Bij 1,5 graden mondiale opwarming zou dat volgens de onderzoekers oplopen tot 620 miljoen kinderen. Bij 2 graden tot 650 miljoen.
Kleine maar belangrijke nuance: de studie kijkt niet simpelweg naar dagen waarop de thermometer 30 graden aanwijst. De onderzoekers bestuderen vooral vochtige hitte. Daarbij spelen naast temperatuur ook onder meer luchtvochtigheid en het vermogen van het lichaam om zichzelf door zweten af te koelen een rol.
Dat is relevant omdat kleine kinderen daar fysiologisch kwetsbaarder voor zijn. Hun lichaam warmt sneller op en ze kunnen zichzelf minder efficiënt afkoelen. Kortom: tot hier weinig reden om de onderzoekers uit te lachen.
Maar wordt 2026 werkelijk een van hun koelste zomers ooit?
Daar wordt het interessanter. Want die spectaculaire formulering vonden we niet terug in het wetenschappelijke onderzoek of de uitgebreide communicatie van de VUB die we konden controleren.
Wat daar wél staat, is dat de blootstelling aan gevaarlijke hitte naar verwachting verder zal toenemen naarmate de aarde verder opwarmt. De studie berekent daarvoor scenario's bij 1,5 en 2 graden mondiale opwarming. Dat is iets anders dan voorspellen dat de zomer van 2026 letterlijk een van de koelste zomers uit het leven van een Belgisch kind zal zijn.
Klimaat en weer zijn nu eenmaal niet hetzelfde. Ook in een warmer klimaat blijven koele en warme zomers elkaar afwisselen. Een stijgend gemiddelde betekent niet dat iedere zomer warmer moet zijn dan de vorige.
De uitspraak kan dus prima bedoeld zijn als illustratie van een langetermijntrend — toekomstige generaties krijgen gemiddeld met meer hitte te maken — maar als letterlijke voorspelling over de rangschikking van de zomer van 2026 over de komende zeventig of tachtig jaar is ze een stuk straffer dan wat we in het onderzoek zelf terugvinden. En daar begint het verschil tussen wetenschap en een geweldige krantenintroductie.
En die 93 procent dan?
De Morgen pakt nog met een opmerkelijk cijfer uit. Volgens klimaatwetenschapper Rosa Pietroiusti zou in België 93 procent van de dagen waarop de temperatuur tegenwoordig boven 35 graden uitkomt zonder klimaatverandering niet boven die grens zijn uitgekomen. Ook dat klinkt indrukwekkend.
Alleen konden we dat specifieke Belgische percentage niet terugvinden in de openbare samenvatting van de nieuwe VUB-studie. Dat maakt het cijfer niet fout — De Morgen kan aanvullende landenresultaten of informatie rechtstreeks van de onderzoekster hebben gekregen — maar zonder die achterliggende berekening kunnen we niet onafhankelijk controleren hoe die 93 procent precies tot stand kwam. Enfin, het zou dus ook zever in pakskes kunnen zijn.
Wat we wél weten: Belgische klimaatdata laten een duidelijke toename zien van zeer warme dagen. In Ukkel steeg het aantal zomerdagen sinds de jaren tachtig en ook het aantal dagen boven 35 graden vertoont volgens Belgische klimaatanalyses een stijgende trend.
Het verschijnsel is dus reëel. Over die spectaculaire 93 procent zouden we alleen graag de kleine lettertjes zien. Kritische mensen zijn vervelende mensen.
Kinderen krijgen wel degelijk meer hitte op hun bord
Nog een cijfer uit het artikel blijkt ondertussen eveneens stevig onderbouwd. UNICEF becijferde dit jaar dat ongeveer 1,1 miljard kinderen, bijna de helft van alle kinderen ter wereld, worden blootgesteld aan minstens drie overlappende klimaatrisico's. Daaronder vallen onder meer droogte, extreme hitte, hittegolven, overstromingen, branden en tropische stormen.
De Morgen wijst daarnaast op heel concrete problemen in België: hete klaslokalen, kinderen die sneller uitdrogen en dichtbebouwde buurten waar nauwelijks verkoeling te vinden is.
En daar komen we op een punt waar zelfs de grootste klimaatruziemakers elkaar misschien vijf minuten kunnen verdragen.
Want ongeacht hoeveel tienden van een graad je precies aan welk klimaatmodel toeschrijft: een betonnen speelplaats zonder schaduw is bij 32 graden gewoon bloedheet.
Gelukkig heeft de wetenschap een revolutionaire uitvinding gevonden
Maak kennis met: de boom. Ja, werkelijk. Na klimaatmodellen, mondiale scenario's en honderden miljoenen kinderen blijkt een van de simpelste oplossingen verrassend ouderwets.
Bomen zorgen voor schaduw en verkoeling, helpen fijnstof uit de lucht halen en groen in de leefomgeving heeft daarnaast andere gezondheidsvoordelen. De experts pleiten daarom onder meer voor groene speelplaatsen, meer bomen in straten en minder versteende stedelijke omgevingen.
En daar kunnen wij eigenlijk alleen maar enthousiast van worden. We hebben de afgelopen decennia nogal wat pleinen vol beton en klinkers gelegd, bomen gekapt omdat hun wortels vervelend deden met het voetpad en nieuwbouwwijken opgetrokken waarin een volwassen eik ongeveer even exotisch is als een palmboom op Antarctica.
Om vervolgens vast te stellen: “Verdorie, het wordt hier warm wanneer de zon schijnt.” Misschien hadden onze grootouders met hun grote boom naast het huis toch iets begrepen waarvoor geen klimaatmodel nodig was.
Niet ieder kind beleeft dezelfde hittegolf
Misschien staat de interessantste passage uit het hele verhaal zelfs los van de vraag hoeveel warmer het precies wordt. Kinderarts Daan Van Brusselen wijst erop dat een kind dat met vijf mensen in een klein appartement in een dichtbebouwde wijk woont tijdens een hittegolf veel kwetsbaarder is dan een kind dat thuis een tuin, bomen en een koele slaapkamer heeft. Bovendien vallen veel van die hete stedelijke gebieden samen met meer luchtvervuiling.
Daar kun je morgen iets aan doen: je hoeft geen raketgeleerde te zijn om tot die conclusie te komen. Meer bomen. Schaduw op speelplaatsen. Minder nutteloze verharding. Gebouwen die niet veranderen in pizzaovens zodra het drie dagen warm is. En ja, desnoods een airco waar dat nodig is.
De planeet zal er niet tegen protesteren wanneer een kleuter niet uitdroogt.
Wat hebben we vandaag geleerd?
Dat nieuwe VUB-onderzoek is geen verzinsel. De hoofdconclusie staat behoorlijk stevig: door de klimaatverandering worden honderden miljoenen kinderen nu al aan meer hittestress blootgesteld en bij verdere mondiale opwarming neemt die blootstelling toe.
Maar “de zomer van 2026 wordt een van de koelste zomers uit het leven van onze kinderen” is een veel pittigere journalistieke vertaling dan de conclusie die wij in het onderzoek zelf konden terugvinden.
En die 93 procent voor Belgische dagen boven 35 graden? Mogelijk correct, maar wij zouden graag de berekening zien voordat we er 93 uitroeptekens achter zetten.
Het goede nieuws is dat we ondertussen niet hoeven te wachten tot wetenschappers, politici en klimaatactivisten het eens worden over iedere komma. We kunnen alvast beginnen met een bijzonder revolutionair klimaatplan: plant hier en daar eens een boom.
Onze kinderen hebben schaduw. Onze steden worden koeler. En als de klimaatmodellen er uiteindelijk 0,2 graden naast blijken te zitten, hoeft niemand die boom weer uit te graven.