Kneep ING België een oogje dicht voor meestergraaier Reynders?
De Nationale Bank heeft een onderzoek geopend naar ING België, de bank die verantwoordelijk was voor het beheer van Reynders’ zichtrekening. De vraag is duidelijk: heeft ING haar rol als waakhond van het financiële systeem verzaakt door jarenlang opvallende stortingen met de mantel der liefde te bedekken?
Cash als koning: dubieuze stortingen in de kijker
Volgens de onthullingen van ‘Le Soir’ zou ING al in 2018 de wenkbrauwen hebben gefronst over de opvallende cashstortingen die Reynders op zijn rekening uitvoerde. De bedragen zouden allesbehalve alledaags zijn geweest. Na interne vragen stopte de voormalige minister van Financiën midden 2018 met die stortingen. Maar in plaats van het geld onder zijn matras te steken, schakelde hij naar een ander manier van sjoemelen: loterijbiljetten.
De timing is niet onbelangrijk. Toen Reynders zijn cashwissel van bank naar loterij uitvoerde, bleef het vanuit ING opmerkelijk stil richting de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Pas in 2023 – jaren na de eerste verdachte stortingen – zou ING een verklaring hebben afgelegd. En dat terwijl er sinds maart 2022 al een officieel onderzoek liep naar witwaspraktijken rond Reynders, aangewakkerd door meldingen van de Nationale Loterij. Die combinatie van laattijdig handelen en een jarenlang gebrek aan actie heeft Nationale Bank op het idee gebracht om een onderzoek te starten naar de aanpak van ING.
De Nationale Bank houdt vinger aan de pols
Dat de Nationale Bank haar blik op ING richt, is allesbehalve lichtzinnig. Banken hebben een wettelijke plicht om verdachte transacties tijdig te melden aan de bevoegde autoriteiten. Het lijkt er echter op dat ING pas in actie kwam toen de druk van buitenaf niet meer te negeren viel. Of er sprake is van nalatigheid, bewuste passiviteit, of beïvloeing van Reynders, is wat de Nationale Bank nu wil achterhalen.
Zowel ING België als de Nationale Bank weigeren voorlopig commentaar te geven. ING laat enkel weten dat het “altijd conform de wet handelt” en dat het “op transparante wijze samenwerkt met de gerechtelijke autoriteiten”. Een reactie die weinig licht werpt op de concrete vragen rond dit specifieke dossier.
Een minister met vuile handen of een storm in een glas water?
Didier Reynders zelf houdt al sinds december vol dat hij volledig onschuldig is. Het onderzoek naar zijn loterijpraktijken – waar hij grote sommen cash uitgaf – en de verdenking van witwassen valt moeilijk te ontkennen. Het feit dat zijn naam al vaker opdook in gevoelige dossiers, helpt zijn zaak niet.
Het is afwachten of hij ING mee zal trekken in zijn val. Heeft de bank écht te weinig gedaan om verdachte transacties aan te kaarten? Of werden de stortingen van Reynders destijds gewoonweg niet als problematisch beschouwd? In beide gevallen, klopt er iets niet.
Een bredere blik op financiële integriteit
Dit dossier roept niet alleen vragen op over de schande genaamd Reynders , maar ook over hoe goed het Belgische financiële systeem gewapend is tegen witwaspraktijken. Banken staan in de frontlinie van de strijd tegen financieel wanbeheer, maar als zelfs grote namen zoals ING steken laten vallen, hoe stevig is dat schild dan echt?
Hoe dan ook, het verhaal rond Reynders blijft een symbooldossier dat zowel de politieke als de financiële wereld in België blijft beroeren. Voor ING is dit meer dan een imagoprobleem: het is een testcase voor hoe streng de Nationale Bank optreedt tegen een van haar eigen pilaren. De waarheid komt vroeg of laat boven tafel. Laten we de straf recht evenredig zal zijn met de schaamteloosheid .