Mogen we nog even wachten met applaudisseren?
Vanaf 1 januari 2026 worden ook langdurige verblijven in de psychiatrische zorg afgedekt door de maximumfactuur, een nieuw federaal systeem dat ervoor moet zorgen dat gezondheid geen luxeproduct wordt. Tot dusver gold die bescherming slechts voor één jaar. Wie langer dan 365 dagen in opname bleef, kreeg de rekening bijna integraal gepresenteerd. Het nieuwe besluit moet daar een einde aan maken. Dat klinkt nobel — maar zoals altijd zit de duivel in de details. Heeft Vandenbroucke nood aan een positief succesje om de rest te maskeren?
De maximumfactuur: een vangnet met slijtplekken
De maximumfactuur (MAF) is het paradepaardje van onze sociale zekerheid. Zodra een gezin boven een wettelijk plafond aan eigen medische kosten gaat, betaalt het ziekenfonds de rest terug. Voor chronische patiënten, gezinnen met een laag inkomen of zorgintensieve kinderen is dat een essentiële buffer tegen financiële uitputting. Volgens de meest recente cijfers maken meer dan 755.000 Belgische gezinnen gebruik van dit systeem, goed voor zo'n 435 euro terugbetaling remgeld per jaar.
Maar de psychiatrische zorg viel tot nu toe opvallend buiten die structurele bescherming — althans, zodra de opname langer dan een kalenderjaar duurde. Terwijl een hartpatiënt of iemand met kanker na jaar één in hetzelfde vangnet bleef, moest de langdurig opgenomen patiënt met een psychische aandoening voortaan rekenen op... zichzelf. Met als gevolg een tweedeling tussen fysieke en mentale gezondheidszorg die geen recht deed aan de realiteit van zorgnoden in 2025.
Gelijke rechten, bescheiden investering
Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) wil dat gat nu dichtplakken. Met ingang van 2026 wordt de MAF onbegrensd voor psychiatrische zorg, net zoals bij andere zorgvormen. Kostprijs voor de staat: 1,6 miljoen euro per jaar. Dat is wel heel erg weinig, lijkt ons. Dat is een koopje in een gezondheidsbudget van ruim 30 miljard, zeker gezien de symbolische en sociale return. Maar er zit een spin in het web.
Eén maatregel, twee agenda’s
Op papier lijkt dit een duidelijke stap richting gelijke behandeling. In praktijk valt de timing op: dezelfde minister schuift tegelijk een besparingsronde van meer dan 900 miljoen euro in de gezondheidszorg naar voren. Apothekerspremies gaan omlaag, terugbetalingen van bepaalde geneesmiddelen worden verstrengd en toegankelijkheid wordt onder de loep gelegd. Met andere woorden: deze 'uitbreiding' van de maximumfactuur dreigt meer rookgordijn dan omwenteling te zijn. Zeker als je bedenkt dat de MAF vooral werkt als noodrem, niet als structurele hervorming.
En dan rest nog de vraag hoeveel langdurig psychiatrische patiënten baat zullen hebben bij 1,6 miljoen euro extra — een bedrag dat overeenkomt met het onderhoud van één kantoorgebouw of acht ministerwagens.
MAF: geen wondermiddel
De uitbreiding van de MAF is geen heilige graal voor wie mentaal ziek is en jaren van opname voor de boeg heeft. De dagprijs voor een psychiatrische opname blijft hoog, net als de supplementen van artsen en instellingen. Daarbij komt dat langdurige opvang vaker verloopt in semi-residentiële structuren of zorginstellingen die niet onder het klassieke MAF-plafond vallen. De ongelijkheid wordt dus niet opgeheven, wel in de schuif gelegd van ‘later te bekijken’.
Een pleister, geen herstelplan
De belofte van gelijke rechten is welkom — en voor veel gezinnen broodnodig. Maar het blijft wrang om vast te stellen dat het politieke applaus sneller komt dan het structurele werk. De uitbreiding van de maximumfactuur symboliseert een stap in de goede richting, maar met babyvoetjes. Wie echte gelijkheid wil, wil de hele rotte ladder vervangen, niet enkel de onderste treden verstevigen.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)