Artsen, werkgevers, ziekenfondsen en het RIZIV : allemaal worden ze gecontroleerd en als ze niet voldoen: gesanctioneerd.
Het is voorlopig het enige grote dossier waar de federale regeringspartijen niet langdurig over zeiken: de langdurig zieken. Meer dan 580.000 Belgen zitten vandaag thuis met een ziekte-uitkering, en dat cijfer stijgt maand na maand. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) heeft nu een uitgewerkt “totaalplan” klaar om die curve te breken. Zijn plan - dat volgens zijn eigen berekeningen 1,8 miljard euro moet opleveren tegen 2029 - legt de verantwoordelijkheid breed: van arts tot werkgever, van ziekenfonds tot patiënt zelf.
Een sociaal-economische tijdbom
Langdurige arbeidsongeschiktheid is uitgegroeid tot één van de duurste posten binnen de sociale zekerheid. En tegelijk tot een structureel probleem op de arbeidsmarkt: tienduizenden mensen verdwijnen uit het arbeidscircuit, vaak zonder realistisch perspectief op terugkeer. Uit eerdere audits zou blijken dat velen nauwelijks worden opgevolgd en dat een aanzienlijke groep langdurig zieken in feite opnieuw zou kunnen werken – al dan niet deeltijds.
Vandenbroucke - die al in de vorige legislatuur experimenteerde met “terugkeercoaches” en re-integratietrajecten - legt nu een plan op tafel dat niet langer vrijblijvend is. Zijn meedogenloos uitgangspunt: iedere actor in het systeem moet meewerken aan re-integratie, anders volgen financiële consequenties.
Werkgevers: meer betalen, maar ook meer terugkrijgen
Het meest opvallende onderdeel van het plan zit aan de werkgeverszijde. Bedrijven zullen langer financieel bijdragen aan langdurig zieken. Voor arbeiders wordt de bedrijfsbijdrage tijdens de eerste maand ziekte verhoogd. Voor zowel arbeiders als bedienden geldt bovendien een hogere solidariteitsbijdrage, die loopt tot de zesde maand van de afwezigheid.
Dat levert de overheid – hopen ze – een extra 280 miljoen euro per jaar op. Toch zou het niet louter een besparingsmaatregel: wie preventief inzet op welzijn en actief bijdraagt aan re-integratie, zou dat bedrag volledig kunnen compenseren via verlagingen van de patronale bijdragen en hogere werkhervattingspremies. Ten minste volgens de Vandenbroucke-logica. Bedrijven die investeren in gezonde werkomgevingen zouden dus worden beloond; wie niets doet, moet betalen.
Artsen onder toezicht: data als stok achter de deur
Ook huisartsen ontsnappen niet aan het plan. Langdurig zieken zullen minstens één keer per jaar hun arbeidsongeschiktheid opnieuw moeten laten evalueren. Dat gebeurt vandaag al bij 95 procent van de gevallen, maar het verschil zit in de diepgang van het gesprek. Artsen moeten voortaan expliciet nagaan of gedeeltelijke of aangepaste arbeid mogelijk is. Wie twee benen en twee armen mist, heeft nog een tong voor de wijnproeverij, zeg maar.
Het RIZIV zal via datamining bijhouden welke artsen opvallend veel of lange ziekteattesten uitschrijven. Een soort van Stasi-light. Wie te genereus blijkt met ziektebriefjes, wordt op de vingers getikt. Voor patiënten met ernstige aandoeningen, zoals kanker, blijven uiteraard uitzonderingen gelden - alsof het een toegeving is.
Mutualiteiten moeten bewijzen dat ze activeren
Ook de ziekenfondsen worden rechtstreeks verantwoordelijk gesteld. Ze moeten voortaan een actieve brug vormen tussen de behandelende arts en de VDAB of FOREM. Wanneer uit medische attesten blijkt dat een langdurig zieke nog bepaalde vormen van werk aankan, moeten de adviserend geneesheer en de re-integratieteams verplicht actie ondernemen. Vrij vertaald: de overheid eigent zich het recht toe om te ‘dwingen'.
Hun financiering zal deels afhangen van die inzet: ziekenfondsen die te weinig mensen helpen terugkeren naar werk, verliezen middelen. Zo wordt de logica omgedraaid — van passieve uitbetaling naar actieve re-integratie.
Psychologische zorg als preventiemiddel
Een opvallende pijler van Vandenbrouckes plan klinkt als een konijn uit de hoge hoed: de eerstelijns psychologische zorg. Sinds 2022 konden meer dan 500.000 mensen al terecht bij een psycholoog aan verlaagd tarief (11 euro per sessie). Die investering lijkt vruchten af te werpen: volgens berekeningen van Volksgezondheid levert elke geïnvesteerde euro 1,8 euro aan maatschappelijke winst op.
De redenering is die van een kleuter: wie tijdig psychologische ondersteuning krijgt, valt minder snel langdurig uit, en wie toch uitvalt, herneemt sneller het werk en dat levert euro's op.
RIZIV wordt de Big Brother van het systeem
Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering krijgt een centrale rol als toezichthouder. Tot nu toe gebeurde de controle op arbeidsongeschiktheidsattesten gefragmenteerd, maar voortaan wordt dat een volwaardige administratieve opdracht van het RIZIV. Die moet zowel de cijfers als de gedragspatronen van artsen, werkgevers en mutualiteiten monitoren.
1,8 miljard tegen 2029
In totaal droomt het kabinet-Vandenbroucke de besparing op 2,1 miljard euro. Daarvan zou ongeveer 300 miljoen terugvloeien naar lastenverlagingen voor bedrijven, waardoor de netto-opbrengst 1,8 miljard zou bedragen.
Maar het uiteindelijke doel zou niet louter budgettair zijn. Het plan zou de stijging van het aantal langdurig zieken moeten afremmen, én tegelijk een cultuurverschuiving in gang moeten zetten: langdurige arbeidsongeschiktheid mag geen eindstation meer zijn, maar een fase waaruit herstel en werkhervatting opnieuw realistisch zou worden.
De kern: activeren in plaats van afschrijven
Frank Vandenbroucke vat het zelf samen als een evenwicht tussen opvolging, begeleiding en verantwoordelijkheid. Langdurig zieken zouden meer kansen op terugkeer krijgen, maar ook meer verplichtingen. Artsen, werkgevers, mutualiteiten en het RIZIV worden onder druk gezet en afgerekend op hun inzet.
Een hervorming die — als ze slaagt — niet alleen miljarden zou besparen, maar ook duizenden mensen opnieuw richting werk zou duwen. Zij die tot de bedelstaf worden veroordeeld - de collateral damage, zeg maar - zitten niet in het totaalplan.
Streng, maar rechtvaardig? Of alleen maar streng? Wat denk jij?
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)