Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Gent onthuld: in welke wijk blijf je het langst wonen — en waar ben je snel weer weg?

Mark Tijtgat - 07-03-2026

Bijna twee derde van de Gentenaars woont al meer dan elf jaar in de stad. Maar dat zegt lang niet alles: de ene wijk is de andere niet. Van rustig Drongen tot de bruisende Papegaaiwijk — waar je woont, bepaalt hoe lang je blijft.

Wie denkt dat de Gentenaars een honkvast volkje zijn, heeft half gelijk. 59,6 procent van de Gentse bevolking tussen 17 en 85 jaar woont al minstens elf jaar onafgebroken in de stad. Dat blijkt uit cijfers voor 2025 van provincies.incijfers.be, op basis van het Rijksregister. Antwerpen doet het vergelijkbaar met 62,5 procent.

Maar kijk je naar wie al meer dan tien jaar op hetzelfde adres woont, dan valt het beeld snel uiteen: slechts 36,5 procent van de Gentenaars blijft zo lang op één plek. In 2025 verhuisde maar liefst 13,5 procent binnen het jaar van adres.

Drongen spant de kroon

De verschillen tussen wijken zijn groot. In de randgemeenten wonen Gentenaars doorgaans het langst. Drongen staat bovenaan: 57,6 procent van de inwoners woont er meer dan tien jaar. Mariakerke (50,5 procent), de Kanaaldorpen (50,1 procent) en Oostakker (49,9 procent) volgen.

Stadssocioloog Stijn Oosterlynck (UAntwerpen) legt uit waarom: "Mensen kopen meestal met de bedoeling om ergens voor langere tijd te blijven. Waar meer appartementen en huurwoningen zijn, zie je een veel grotere doorloop. En dan zijn er ook de studenten."

Gezinnen trekken bovendien naar de rand van de stad. "Het idee is nog steeds dat je een tuin nodig hebt om kinderen op te voeden. Zo kom je automatisch verder van het centrum terecht."

Binnenstad: snel komen, snel gaan

In het stadscentrum en de Papegaaiwijk woont slechts een vijfde van de inwoners langer dan tien jaar — respectievelijk 19,4 en 21,5 procent. De Brugse Poort (33,2 procent), het Rabot (29,6 procent) en de Muide (27,9 procent) scoren ook laag.

Dat lijkt tegenstrijdig voor wijken die het imago hebben van 'doorgangswijken', maar Oosterlynck nuanceert: "Die dertig procent stabiele bevolking zijn waarschijnlijk eigenaars. Het gaat nog steeds om aankomstwijken, waarvan de samenstelling snel verandert."

Huurders verhuizen vaker — soms omdat ze willen, soms omdat ze moeten. "Omdat hun financiële situatie het niet toelaat. Zij gaan vaker verhuizen wanneer de huurprijs stijgt, of omdat ze zich elders kunnen verbeteren."

Stabiliteit maakt betrokkenheid

Die beperkte residentiële stabiliteit heeft gevolgen voor de buurt. "Wie ergens langer woont, engageert zich meer, bijvoorbeeld in initiatieven tegen verkeersonveiligheid of drugsoverlast. Eigenaars hebben daar ook financieel belang bij. Tijdelijke bewoners zitten vaak in lagere inkomensgroepen, met andere prioriteiten."

Het stadsbestuur zou in die buurten extra moeten inzetten op participatie en gemeenschapsinfrastructuur, aldus Oosterlynck. Maar hij ziet ook de kansen van dynamiek: "In een klein dorp is weinig ruimte voor vernieuwing, terwijl in een stad veel meer nieuwe initiatieven ontstaan. Doorloop is eigen aan de stad, die door haar vitaliteit net aantrekkingskracht heeft op nieuwkomers."

Huurmarkt Woonwijken * gent Residentiële stabiliteit Stadssociologie

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken