Veel nieuwe regels, maar de echte test moet nog beginnen.
Na tien jaar politieke ruzies heeft Europa eindelijk een migratiepact. De bedoeling is duidelijk: sneller beslissen, beter registreren en de lasten eerlijker verdelen. Maar achter de grote woorden schuilt een ongemakkelijke realiteit: geen enkel land is volledig klaar en het grootste probleem – de terugkeer van afgewezen asielzoekers – blijft grotendeels onopgelost.
Tien jaar discussiëren, vandaag begint het echte werk
Na jaren van eindeloze onderhandelingen, veto's en politieke confrontaties treedt het Europees Migratiepact officieel in werking. Sinds de migratiecrisis van 2015 slaagden de Europese lidstaten er nauwelijks in om één gezamenlijk beleid uit te werken. Elk land trok zijn eigen plan, waardoor asielzoekers vaak door meerdere landen reisden en de verantwoordelijkheid voortdurend werd doorgeschoven.
Dat moet nu veranderen. De Europese Unie wil één systeem met uniforme procedures, gedeelde databanken en afspraken over solidariteit tussen de lidstaten. Op papier lijkt dat een fundamentele hervorming. In de praktijk begint vandaag vooral een gigantische administratieve operatie.
Sneller beslissen en iedereen registreren
De kern van het pact is eenvoudig(?): elke migrant die illegaal de Europese Unie binnenkomt, wordt onmiddellijk geregistreerd en gescreend.
Persoonlijke gegevens worden opgeslagen in het centrale Europese systeem Eurodac, waardoor alle lidstaten dezelfde informatie kunnen raadplegen. De bedoeling is dat iemand niet langer in verschillende landen een nieuwe asielprocedure kan opstarten.
Ook de behandeling van dossiers moet aanzienlijk sneller verlopen. Voor mensen afkomstig uit landen waarvan minder dan twintig procent van de aanvragen wordt goedgekeurd, geldt een versnelde procedure. Binnen twaalf weken moet duidelijk zijn of zij bescherming krijgen of moeten terugkeren.
Europa wil daarmee vooral vermijden dat procedures jarenlang aanslepen en afgewezen asielzoekers in een juridisch niemandsland terechtkomen.
De buitengrenzen blijven het zwakke punt
De grootste verantwoordelijkheid blijft echter liggen bij de landen aan de buitengrenzen van de Europese Unie, zoals Griekenland, Italië, Spanje en Cyprus. Zij moeten nieuwe migranten opvangen, identificeren, screenen en hun dossiers behandelen.
In ruil komt er een solidariteitsmechanisme. Andere lidstaten kunnen ervoor kiezen om een deel van de asielzoekers over te nemen of financieel bij te dragen aan een Europees fonds.
Maar ook daar bestaan verschillende interpretaties van solidariteit. Sommige landen nemen liever mensen over, andere betalen liever een bijdrage. Het compromis is politiek haalbaar, maar zorgt ervoor dat de lasten niet noodzakelijk gelijk verdeeld worden.
Geen enkel land is volledig klaar
Hoewel het pact vandaag officieel start, geven Europese instellingen zelf toe dat de uitvoering nog verre van afgerond is.
Nationale wetgevingen moeten nog worden aangepast, IT-systemen zijn nog niet volledig operationeel en duizenden extra personeelsleden moeten nog worden opgeleid. De invoering gebeurt dus terwijl het systeem nog volop wordt gebouwd.
De Europese Commissie spreekt daarom nadrukkelijk over een startpunt en niet over een eindpunt.
Het grootste probleem blijft bestaan
Het migratiepact regelt vooral hoe asielaanvragen worden behandeld, maar biedt geen sluitende oplossing voor een oud probleem: wat gebeurt er met mensen die uiteindelijk geen recht hebben op bescherming?
Hun terugkeer blijft afhankelijk van de bereidheid van de landen van herkomst om hen opnieuw op te nemen. Net daar loopt Europa al jaren tegen dezelfde muur. Sommige landen werken nauwelijks mee, andere beschikken zelfs niet over een functionerende administratie om terugkeer mogelijk te maken.
Europa onderzoekt daarom de mogelijkheid om zogenaamde terugkeerhubs in derde landen op te richten, waar afgewezen migranten tijdelijk zouden worden ondergebracht. Dat plan bevindt zich echter nog volop in de politieke en juridische discussie.
Iedereen ontevreden, misschien precies daarom een compromis
Opvallend is dat bijna niemand tevreden is met het nieuwe pact.
Voor partijen aan de rechterzijde blijft het systeem te soepel en zou illegale binnenkomst automatisch moeten leiden tot weigering. Linkse partijen vinden dan weer dat de procedures te streng worden en vrezen dat de toegang tot asiel wordt uitgehold.
Net daardoor beschouwen sommige Europese beleidsmakers het akkoord als een typisch Europees compromis: niemand krijgt volledig zijn zin, maar iedereen beweegt een stukje mee.
Succes zal niet afhangen van mooie teksten, maar van uitvoering
Wie verwacht dat het aantal migranten vanaf vandaag plots spectaculair zal dalen, zal waarschijnlijk teleurgesteld worden. Migratiestromen worden immers bepaald door oorlogen, armoede en politieke instabiliteit buiten Europa, niet door administratieve hervormingen alleen.
De echte maatstaf voor succes zal elders liggen: kunnen de lidstaten eindelijk samenwerken zonder elkaar voortdurend verantwoordelijk te stellen? En slaagt Europa erin om snelle procedures te combineren met rechtszekerheid én effectieve terugkeer van wie geen bescherming krijgt?
Dat antwoord zal niet binnen enkele weken volgen, maar wellicht pas binnen enkele jaren.