Gouden koe of fiscale tijdbom: toekomst van flexi-jobs onzeker.
De federale regering zoekt miljarden en het vizier staat plots op een heilige koe van de Vlaamse arbeidsmarkt: de flexi-job. Ooit gepresenteerd als smeerolie voor de horeca, vandaag – volgens kritische boekhouders – uitgegroeid tot een parallel universum van goedkope arbeid. Maar als de begroting bloedt, moet iemand de rekening betalen.
Van witte kassa naar witte leugen?
In 2015 waren flexi-jobs de noodrem voor cafés en restaurants die niet konden overleven met de witte kassa. Werknemers die minstens 4/5 werken, mochten legaal bijklussen zonder dat Vadertje Staat mee aan tafel schoof. Werkgevers betaalden enkel 28 procent sociale bijdragen. Iedereen gelukkig.
Maar wat begon als een hulpmiddel tegen zwartwerk, groeide uit tot een arbeidsmarkt op zich. Supermarkten, logistiek, kinderopvang, zelfs scholen draaien intussen op flexi’s. Eind 2024: 229.000 mensen, samen goed voor 312.000 contracten. “Flexibele olie”, jubelen de liberalen. Maar voor de staatskas voelt het meer als motorolie in een lekkend vat.
De begroting kreunt en kraakt
Minister Vincent Van Peteghem (CD&V) ziet het als een apocalyptisch scenario: waar winkels vroeger tien vaste krachten hadden, lopen er nu vaak maar twee, geflankeerd door flexi’s en studenten. Voor de schatkist zijn dat honderden miljoenen euro’s minder. Mochten die contracten gewone jobs zijn, was het begrotingsgat meteen een stuk kleiner, zo redeneert ‘mijnheer getal’.
Doch, rechts schuift dat argument kordaat van tafel. Axel Ronse (N-VA): zonder flexi’s zouden restaurants sluiten en banen verdwijnen. En bovendien: de arbeidsmarkt is krap genoeg. Wie echt wil werken, kan werken – maar dan wel op flexi-niveau, niet noodzakelijk met de klassieke voorwaarden.
Arizona gooide er nog een schep bovenop
In plaats van de kraan dicht te draaien, besliste Arizona in het regeerakkoord om de flexi’s fors uit te breiden. Straks mag zowat elke sector flexi’s inzetten. Het plafond voor belastingvrij bijklussen stijgt van 12.000 naar 18.000 euro per jaar. Het leger van flexi’s groeit, de bijdragen dalen. Een pyrrusoverwinning voor de arbeidsmarkt. Nu ja, je kan het - voor bijvoorbeeld gepensioneerden – ook zien als het laatste legale achterpoortje om op eind van de maand de rekeningen te kunnen betalen.
Vooruit steunt de uitbreiding, maar wil de werkgevers laten dokken: verhoog de bijdrage bovenop de flexi-lonen. Dan blijft het extra nettoloon voor de werknemer onaangetast, maar stroomt er toch geld naar de sociale zekerheid. De liberalen springen recht als zijn ze in hun gat gebeten: hogere lasten jagen iedereen terug naar zwartwerk, het spook dat men tien jaar geleden net dacht te verjagen.
Flexi-taks of flexi-val?
Het debat wordt een karikatuur: iedereen is voor de flexi’s, niemand wil de begroting zien ontsporen, en toch blijft men op twee benen hinken. Werknemers zien flexi’s als hun gouden bijverdienste, werkgevers als hun reddingsboei. Maar voor wie voltijds werkt en zwaar belast wordt, voelt het aan als pure scheeftrekking.
Wacht tot wanneer de werkloosheidsuitkeringen beperkt worden in de tijd. Dan komen duizenden Belgen plots de arbeidsmarkt op. Daar botsen ze niet op open vacatures, maar op flexi-jobs die enkel toegankelijk zijn voor wie al werk heeft. En zo werd ‘Flexi-werken’ een parallel circuit dat reguliere arbeid verdringt.
Wat hebben we vandaag geleerd?
De flexi-job werd ooit verkocht als slimme oplossing. Vandaag is ze een sluipende tijdbom onder het sociale systeem. Toch durft geen enkele partij de stekker eruit te trekken: te populair, te gevoelig, te explosief in verkiezingstijd.
Dient dit systeem de economie of vooral de partijen die er garen bij spinnen? En zo zijn flexi-jobs verworden tot een politieke trofee, met een geut sociaal-economisch vergif.
(Foto: Shutterstock)