Wereldreiziger Henrik Jeppesen bezocht elk land ter wereld en verzamelde onderweg een collectie rampzalige ervaringen waar een doorsnee vakantieganger spontaan thuis zou blijven.
Hij belandde in een Noord-Koreaanse cel, werd in Gambia bestolen, in Brussel achternagezeten en op de Andamanen volledig uitgeteld door voedselvergiftiging.
Maar volgens Jeppesen bleef één plek met kop en schouders boven de rest uitsteken: Pointe-Noire in de Republiek Congo.
Hij boekte er een strandhotel, wilde wat foto’s maken en kreeg prompt een man op zich af die al roepend en dreigend op hem afstormde. Geen souvenirwinkel te bespeuren, wel pure paniek.
Het werd niet beter toen hij naar zijn hotel terugkeerde. Hij wisselde van hemd, bestelde een taxi en hoopte de stad achter zich te laten. Maar op de luchthaven stond een nieuwe ronde op hem te wachten. Een groep mannen greep zijn paspoort af en bood 'hulp' aan bij het inchecken, tot hij merkte dat ze geen luchthavenpersoneel waren maar gewoon criminelen.
Toen hij zijn paspoort terugkreeg, doken er meteen nieuwe obstakels op, een corrupte politieagent die zijn vertrekpapieren wilde invullen zonder dat Jeppesen erom vroeg, en daarna een veiligheidscontrole die met bijzonder veel interesse in zijn broekzakken en portefeuille keek.
Daar liep het volledig mis. De veiligheidsbeambte sprak geen Engels maar maakte duidelijk dat hij Jeppesen’s volledige tas én portefeuille wilde onderzoeken. Toen Jeppesen weigerde, werd de man kwaad en begon hij in het Frans te dreigen. De boodschap was duidelijk: dit kon eindigen met ‘vrienden’ die zouden langskomen om het maximale uit hem te persen.
En zo bewijst zelfs een wereldreiziger, soms is thuiskomen de mooiste bestemming.