Inzet van 600 manschappen roept vragen op over proportionaliteit en strategische keuzes.
Moeten militairen vandaag echt opnieuw het straatbeeld domineren om de veiligheid te garanderen? En zo ja: tegen welke dreiging precies? Het antwoord op die vraag blijft opvallend vaag, terwijl het discours rond veiligheid en geopolitieke spanning steeds nadrukkelijker wordt opgevoerd. De inzet van het leger lijkt minder het sluitstuk van een doordachte strategie dan een symptoom van politieke druk en een groeiend oorlogsnarratief.
Militaire steun aan politiecapaciteit
Vanaf maandag worden militairen ingezet in Brussel en Antwerpen. In eerste instantie gaat het om de beveiliging van gevoelige locaties, waaronder Joodse instellingen zoals synagogen en scholen. De operatie start met een beperkte aanwezigheid, maar wordt geleidelijk opgeschaald.
Volgens Theo Francken zijn in totaal 600 militairen nodig om de gevraagde ondersteuning structureel te kunnen garanderen. Tegelijkertijd zullen maximaal 200 militairen gelijktijdig op het terrein aanwezig zijn, met een rotatiesysteem over een periode van drie maanden. Nadien wordt de inzet teruggeschroefd.
Naast statische bewaking voorziet het plan ook in gemengde patrouilles met de politie, ondersteuning in drugsgevoelige wijken en bijstand aan gespecialiseerde eenheden zoals de spoorwegpolitie en federale interventieteams.
Vage dreigingsanalyse
Opvallend is dat de concrete dreigingsanalyse die deze beslissing moet onderbouwen, nauwelijks publiek wordt gemaakt. De maatregel volgt op een vraag vanuit de politietop om extra ondersteuning, maar de aard en omvang van de dreiging blijven grotendeels impliciet.
De vraag rijst dan ook of de inzet van militairen proportioneel is. Wordt hier gereageerd op een acute veiligheidsnood, of wordt een signaal gegeven dat verder reikt dan de feitelijke situatie op het terrein?
Politiek en perceptie
De beslissing past binnen een bredere context waarin veiligheid steeds vaker militair wordt geframed. Dat discours sluit aan bij internationale tendensen waarbij defensie opnieuw centraal staat in het politieke debat en budgettaire keuzes.
De zichtbare aanwezigheid van militairen kan het gevoel van veiligheid versterken, maar tegelijk ook een beeld creëren van permanente dreiging. De grens tussen reële noodzaak en politieke profilering wordt daarbij dun.
Structurele vragen blijven onbeantwoord
Fundamenteel blijft de vraag of het leger moet instaan voor taken die traditioneel tot het domein van de politie behoren. De inzet van militairen kan tijdelijke capaciteitstekorten opvangen, maar biedt geen structurele oplossing voor onderliggende problemen zoals personeelstekort, georganiseerde criminaliteit of radicalisering.
Zonder duidelijke afbakening dreigt het risico dat uitzonderlijke maatregelen stilaan genormaliseerd worden.
Wat kost veiligheid met camouflage?
“Een goeie duit.” Meer precisie krijg je voorlopig niet uit regeringskringen. Het prijskaartje van militairen op straat blijft vaag, en dat is geen toeval: zolang de duur en concrete invulling van de missie schuiven, blijft ook de factuur elastisch.
Achter de schermen wordt de operatie nochtans verkocht als een budgettair verstandige keuze. Militairen zijn, op papier althans, goedkoper dan politieagenten. De reden is technisch, maar veelzeggend: een militair op binnenlandse opdracht wordt beschouwd als “op missie”. Dat betekent dat hij wel 24 uur inzetbaar is, maar slechts een deel daarvan effectief wordt vergoed. Een militair die 24 op 24 in dienst is, zal daarvoor 14,6 uur vergoed worden. In het weekend komt daar enkel een kleine toelage bij.
Bij de politie werkt het anders. Daar gelden strikte uurroosters, met een maximum van twaalf uur per shift. Daarna moet er aflossing komen. Meer mensen dus, en dus ook een hogere kost om dezelfde aanwezigheid te garanderen.
De vergelijking lijkt snel gemaakt: militairen leveren meer uren voor minder geld. Alleen vertelt dat niet het hele verhaal. Want wie naar de totale kost kijkt – logistiek, transport, coördinatie en de impact op de reguliere werking van Defensie – merkt dat de rekening minder eenvoudig is dan ze wordt geserveerd.
Met andere woorden: het lijkt goedkoper, en dat is politiek handig. Maar hoe lang die redenering standhoudt, hangt af van één factor waar niemand zich vandaag aan wil branden: hoelang deze “tijdelijke” inzet effectief zal duren.
Wat hebben we vandaag geleerd?
De inzet van militairen in stedelijke contexten is geen nieuw fenomeen, maar blijft een ingrijpende keuze. Zonder transparante motivering en duidelijke einddoelstelling roept de maatregel meer vragen op dan ze beantwoordt.
Of dit een noodzakelijke veiligheidsoperatie is, dan wel een politieke zet in een breder narratief rond defensie en dreiging, is een vraag die je van hogerhand niet mag stellen. Voorlopig blijft vooral één vaststelling overeind: de structurele uitdagingen binnen veiligheid en justitie worden hiermee niet opgelost.
(Foto: Shutterstock)