Er was een tijd dat een luxewagen pas écht luxueus was als je de deur opendeed en de geur van echt leer je tegemoetkwam. BMW, Mercedes, Jaguar... hoe meer leder, hoe beter. Dat hoorde er gewoon bij. Vandaag is de wereld plots helemaal omgekeerd. Steeds meer constructeurs pronken met een "vegan interieur", alsof dat de nieuwe maatstaf voor luxe geworden is. Mercedes is zelfs het eerste automerk ter wereld waarvan twee modellen een officieel vegan certificaat kregen van The Vegan Society.
Dat klinkt mooi. Modern ook. Maar het zette ons wel aan het denken. Want als autobouwers massaal afscheid nemen van echt leer, wat gebeurt er dan eigenlijk met de huid van de koe?
Veel mensen gaan ervan uit dat koeien gekweekt worden voor hun leder. In werkelijkheid is dat nauwelijks het geval. De economische waarde van een rund zit vooral in het vlees en – bij melkkoeien – uiteraard ook in de melkproductie. De huid is doorgaans een bijproduct. Ze krijgt pas een bestemming nadat het dier al geslacht werd.
En daar wordt het verhaal plots een stuk interessanter. Want stel dat de autosector, meubelindustrie en schoenenfabrikanten morgen allemaal beslissen dat echt leer niet meer van deze tijd is. Keislecht voor het klimaat en zo, je kent dat wel. Die koe wordt daarom niet minder geslacht. Alleen verdwijnt een natuurlijk materiaal waarvoor vroeger gretig betaald werd stilaan uit beeld. Een deel van die huiden wordt nog altijd verwerkt tot schoenen, handtassen of meubels. Een ander deel wordt uitgevoerd naar landen waar de vraag groter blijft. Maar sommige huiden leveren vandaag zo weinig op dat ze uiteindelijk gewoon worden vernietigd of een laagwaardige industriële toepassing krijgen.
Dat roept toch een vreemde vraag op. Is het eigenlijk duurzamer om een natuurlijk restproduct niet meer te gebruiken... om vervolgens een volledig nieuw materiaal te produceren?
Want dat "vegan leer" waar vandaag zo enthousiast mee wordt uitgepakt, groeit natuurlijk niet aan een boom. In het geval van Mercedes gaat het om MB-Tex, een hoogwaardige kunststofbekleding die grotendeels uit polyurethaan bestaat. En polyurethaan wordt gemaakt uit... aardolie.
Dat betekent niet dat het een slecht product is. Integendeel. Wie vandaag in een moderne Mercedes stapt, zal vaak nauwelijks nog voelen of hij op echt leder zit of niet. De kwaliteit is de voorbije jaren enorm verbeterd en ook qua duurzaamheid doen sommige kunststoffen het verrassend goed.
Maar het blijft wel een opvallende tegenstelling. We vervangen een natuurlijk restproduct door een materiaal dat uit fossiele grondstoffen wordt gemaakt. Zo zwart-wit als het debat soms wordt voorgesteld, is het dus allerminst.
Uiteraard zullen voorstanders van vegan materialen daar een ander argument tegenover zetten. Door echt leer te kopen, geef je volgens hen ook economische waarde aan de veeteelt. Zelfs al is de huid slechts een bijproduct, ze brengt nog altijd geld op. Vanuit die ethische redenering kiezen sommige mensen liever voor een synthetisch alternatief.
Alleen wordt daarbij vaak vergeten dat ook synthetische materialen niet uit het niets verschijnen. Ze moeten geproduceerd worden, vragen grondstoffen en zullen ooit eveneens vervangen moeten worden. Een goed onderhouden leren interieur kan daarentegen tientallen jaren meegaan. Wie ooit in een Mercedes of Jaguar van dertig jaar oud met mooi verzorgd leder heeft gezeten, weet dat zo'n interieur vaak mooier veroudert dan heel wat moderne kunststoffen.
Misschien zit daar wel de grootste verandering van allemaal. Niet in het materiaal zelf, maar in de manier waarop we erover praten.
Twintig jaar geleden sprak iedereen over kunstleder. Dat klonk een beetje goedkoop. Vandaag heet hetzelfde soort materiaal plots "vegan leather". Het voelt luxueuzer aan, niet omdat het fundamenteel anders is, maar omdat het verhaal errond veranderd is. Marketing speelt nu eenmaal ook een rol.
En toch moesten we tijdens het schrijven af en toe glimlachen. Polyurethaan wordt gemaakt uit aardolie. En hoewel aardolie wetenschappelijk gezien vooral afkomstig is van plankton en ander organisch materiaal – en dus niet letterlijk van dinosaurussen – klinkt het natuurlijk veel leuker om te zeggen dat je geen koe meer in je auto wilt... maar wel gefermenteerde dino’s.
Misschien is dat uiteindelijk wel de mooiste conclusie. Er bestaat in dit verhaal geen eenvoudig juist of fout. Wie geen dierlijke producten wil gebruiken, kiest bewust voor een vegan interieur. Wie vooral naar duurzaamheid kijkt, zal zich afvragen of het zinvol is om een natuurlijk restproduct te vervangen door een kunststof op basis van aardolie...