Minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) heeft een frisse – of voor sommigen wrange – manier bedacht om nieuwkomers een duwtje in de rug te geven: het leefloon voor erkende vluchtelingen wordt voortaan gekoppeld aan hun zin om écht mee te draaien in België.
Concreet: wie hier asiel krijgt, kan zoals altijd rekenen op een leefloon. Maar… wie de taal niet wil leren of werk schuwt, ziet z’n uitkering dalen. Geen “goed bezig”? Dan ook geen volle portemonnee.
Het plan in mensentaal
De federale meerderheidspartijen spraken in het regeerakkoord af dat het meewerken aan een versterkt integratietraject een officiële voorwaarde wordt. Minister Van Bossuyt laat aan L’Echo weten dat ze de regels klaarstoomt, in overleg met de deelstaten – want die regelen de opleidingen en cursussen.
Volgens Van Bossuyt willen zowel Waals minister-president Adrien Dolimont (MR) als Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V) nog voor Nieuwjaar een wetsontwerp op tafel hebben.
Wie krijgt wat?
Erkende vluchtelingen (mensen die op de vlucht zijn voor vervolging) behouden in principe 100% van hun leefloon, maar moeten wel bewijzen dat ze moeite doen om Nederlands of Frans te leren en een job te vinden.
Subsidiair beschermden (zoals veel Oekraïners) krijgen niet automatisch het volle bedrag. Zij kunnen hun leefloon wél optrekken via integratiebonussen, als ze flink hun best doen.
Nog wat praktische rompslomp
Om die bonussen uit te keren, moeten er genoeg opleidingen beschikbaar zijn én een systeem om te checken of iemand zich écht inzet. Daarover wordt nog gepalaverd tussen de federale en de gewestelijke overheden.
De boodschap?
Het signaal is duidelijk: wie meedraait, krijgt centen; wie achterover leunt, krijgt minder.
Of, zoals een Brusselse cafébaas het samenvatte: “Leer een pint bestellen in het Nederlands, en je krijgt er misschien een gratis pinda bij. Simpel.”