De nieuwe Honda Prelude maakt heel wat tongen los: zo veel is duidelijk. Iedereen is lovend over de looks, maar tijdens eerste onafhankelijke testritten kwam er ook nog eens een pijnlijke conclusie. Hij accelereert als een sschildpad met een poot in het gips. Da’s een beetje lullig voor een sportcoupé...
Honda kondigde de Prelude aan als een soort romantische reünie met zijn gloriedagen: terug naar het tijdperk van hoogtoerige motoren, blinkende lak en ingenieurs met benzine in hun bloed. Alleen… deze Prelude blijkt meer eco dan ego. Onder die strakke carrosserie schuilt geen brullend Type-R-blok, maar de hybride aandrijflijn van een Civic met CVT-bak.
Met andere woorden: je krijgt de looks van een vechtersbaas, maar de reflexen van een zatte nonkel.
Het wordt nog erger: volgens de eerste metingen sprint de Prelude trager naar de honderd dan een gemiddelde gezinswagen van tegenwoordig. Van nul naar honderd kruipt-ie in 9,1 seconden.
Kort samengevat: wie zich aan de rode lichten wil meten met een Prelude, hoeft enkel de eco-modus uit te zetten en een beetje optimistisch te zijn.
Honda beweert dat de Prelude delen van de Civic Type-R gebruikt. Dat klopt ongeveer zoals zeggen dat je ‘iets van Brad Pitt weghebt’ omdat je wenkbrauwen hebt, en Brad Pitt ook.
De realiteit: je krijgt wat onderdelen uit hetzelfde rek, maar alle pit is eruit gefilterd door de ingenieurs van de boekhouding.
Gelukkig ziet de Prelude er wél geweldig uit. Slank, elegant, strak: de ideale wagen om indruk te maken bij een sushi-restaurant. Alleen jammer dat de stilte in de cabine niet komt van perfecte isolatie, maar van het feit dat de motor geen zin heeft om lawaai te maken.
Misschien is dat ook wel de nieuwe vorm van sportiviteit anno 2025: niet racen, maar er sportief uitzien terwijl je stilstaat.