Antwerpen is het nieuwe jaar niet ingerold met champagne en vuurwerk, maar met stenen, benzinebommen en kinderen die denken dat hulpdiensten legitieme schietschijven zijn. Volgens burgemeester Els van Doesburg was het geen gewone onrustige oudejaarsnacht, maar een ronduit grimmige. En wie denkt dat het om een paar baldadige tieners ging, heeft het mis. De daders worden jonger, het geweld zwaarder en het respect voor alles wat op een uniform lijkt, verdwijnt sneller dan de laatste confetti van de Meir.
Terwijl het overgrote deel van de Antwerpenaren gewoon feest vierde, dook er een andere realiteit op in verschillende wijken van de stad. ‘Jongeren’ – en in sommige gevallen kinderen van amper tien of elf jaar – zochten actief de confrontatie met politie, brandweer en ambulanciers. Niet per ongeluk, niet uit verveling, maar doelbewust. Vuurwerk werd niet afgestoken, maar ingezet. Stenen vlogen niet uit enthousiasme, maar uit woede. Brandjes werden niet veroorzaakt door onhandigheid, maar aangestoken als onderdeel van een spel waarin de straat zogezegd “van hen” is.
Volgens de politie ging het om georganiseerde chaos: barricades in brand, straatmeubilair vernield, voertuigen beschadigd en vuurwerk dat volgens getuigen meer weg had van geïmproviseerde explosieven dan van onschuldige rotjes. Het soort oudjaar waarbij hulpdiensten niet feestelijk aftellen naar middernacht, maar dekking zoeken.
De balans is onthutsend. In totaal werden 104 mensen opgepakt, meer dan de helft minderjarig. In veel gevallen ging het om bestuurlijke arrestaties, wat betekent dat de gevolgen voor sommigen beperkt blijven tot een stevig gesprek en een hoop papierwerk. Maar het signaal is duidelijk: dit is geen randfenomeen meer, dit is een structureel probleem. En het begint steeds vroeger op de avond, met steeds jongere deelnemers en steeds minder remmen.
Van Doesburg spaart de ouders niet, zo liet ze op VRT-radio weten. Wanneer kinderen van tien of elf jaar stenen gooien naar politie, en ouders reageren met een schouderophalen en een verbaasde “was die op straat? Ik wist dat niet!”, dan spreken we niet meer over kattenkwaad maar over totale normvervaging. Over een generatie die grenzen test omdat ze nauwelijks nog worden aangegeven. Over volwassenen die het verschil tussen opvoeden en laten betijen zijn kwijtgeraakt.
De stad grijpt ondertussen naar zwaardere middelen. Boetes, vervolgingen en huisarresten worden niet geschuwd. Dit jaar kregen zeventien mensen een huisarrest opgelegd tijdens oudjaar, en volgens de burgemeester werkte dat grotendeels. Wie het toch vertikte om thuis te blijven, werd steevast teruggevonden op de plekken waar het opnieuw misliep. Sommige overtreders bleken zelfs het land te zijn ontvlucht, vermoedelijk om elders hetzelfde circus op te zetten.
Volgens Van Doesburg is dit geen lokaal probleem, maar een West-Europese realiteit. Oudejaarsavond is voor een bepaalde groep ‘jongeren’ uitgegroeid tot een ritueel waarin niet het nieuwe jaar wordt gevierd, maar de confrontatie met de samenleving. Wie het hardst provoceert, wint status. Wie hulpdiensten uitdaagt, scoort punten.
Antwerpen is dus geen uitzondering, maar wel een waarschuwing. Want als kinderen vuurwerk leren gebruiken als wapen vóór ze leren wat verantwoordelijkheid is, dan hebben we niet alleen een probleem met oudjaar, maar met alles daartussen. En dan wordt “gelukkig nieuwjaar” stilaan een holle wens.