Vier op de tien werkvloeren zeggen dat aangepast werk voor langdurig zieken niet kan. Amper twaalf procent van de bedrijven heeft er een beleid voor. En toch moeten er 585.000 mensen zo snel mogelijk weer aan de slag.
Er bestaat sinds eind 2022 een wet die zegt dat elk bedrijf een re-integratiebeleid moet hebben voor werknemers die lang ziek zijn geweest. Een mooi principe. Alleen: vandaag heeft amper één op de acht ondernemingen zo'n beleid ook echt op papier staan. De rest heeft een verplichting, en verder niets. Een wet die door tachtig procent van het land vrolijk wordt genegeerd, dat noemen we in dit land geen probleem. Dat noemen we een gewoonte.
De plicht staat op papier, het beleid nergens
De cijfers zijn er niet om vrolijk van te worden. Uit een recent verzuimonderzoek blijkt dat vier op de tien bedrijven vinden dat aangepast werk in hun organisatie niet of nauwelijks mogelijk is. En dat aandeel stijgt: zes procentpunt hoger dan twee jaar geleden. De wetgever duwt dus in de ene richting, de werkelijkheid rolt in de andere. Wie had dat kunnen zien aankomen? Iedereen, behalve de wetgever.
Het gekke is dat het niet eens aan onwil hoeft te liggen. Eén op de vijf bedrijven geeft toe dat het simpelweg de kennis of de tijd niet heeft om met die ingewikkelde regels aan de slag te gaan. Er bestaat zelfs een fonds dat werkgevers financieel steunt wanneer ze een langdurig zieke opnieuw begeleiden — maar een flink deel van de ondernemingen weet niet eens dat het bestaat. We hebben, met andere woorden, een verplichting bedacht, er een subsidie naast gelegd, en vergeten iemand in te lichten. Belgische efficiëntie op haar mooist.
Klein bedrijf, geen speelruimte
Zoals altijd is de last niet gelijk verdeeld. In grote ondernemingen, met meer dan vijfhonderd mensen, zegt maar negen procent dat aangepast werk zo goed als nooit lukt. Bij de kleinste bedrijven, die met minder dan tien werknemers, loopt dat op tot vierenveertig procent. En dat is geen kwaadwilligheid, dat is wiskunde. In een onderneming met acht mensen en een ploegensysteem is er geen bureaufunctie waar je iemand tijdelijk parkeert. Een chauffeur die niet mag rijden, is een chauffeur zonder job. Vraag zo'n zaak om "aangepast werk" en je vraagt haar om een kamer bij te bouwen aan een huis dat al vol staat.
Dat is precies waar het schoentje wringt. Flexibiliteit eisen is gratis. Flexibiliteit leveren kost een organisatie ruimte, geld en mensen die de gaten opvangen. En hoe kleiner de werkgever, hoe minder van dat alles er is.
De klok tikt, maar alleen voor de zieke
Ondertussen telt dit land 585.000 langdurig zieken, en de regering-De Wever wil dat cijfer naar beneden. Begrijpelijk. Zoveel mensen langdurig aan de kant is slecht voor de begroting, slecht voor de bedrijven, en — dat vergeten we te vaak — ook slecht voor die mensen zelf, want thuiszitten geneest zelden iets. Tot daar heeft de activering gelijk.
Maar kijk eens waar de klok hangt. Na vier weken ziekte moet de arbeidsarts verwittigd worden. Wie acht weken onafgebroken uitvalt, krijgt zijn "arbeidspotentieel" ingeschat. Blijkt daar iets mogelijk, dan moet er binnen het halfjaar een traject starten. Termijn na termijn na termijn — en ze mikken allemaal op één ding: de terugkeer van de werknemer. De werkgever die geen beleid heeft? Die haalt zijn twaalf procent en kijkt verder de andere kant op. De druk ligt, zoals gewoonlijk, op de schouders die al het minst kunnen dragen: die van iemand die net kanker, een burn-out of een operatie achter de rug heeft.
En toch kán het
Hier hoort eerlijkheid bij, want het beeld is niet alleen zwart. Er zíjn bedrijven die het wél doen, en die bewijzen dat het werkt. De formule is niet ingewikkeld: laat iemand stap voor stap terugkeren, in zijn eigen tempo, met minder taken en de zwaarste dossiers voorlopig opzij. Begin bij wat iemand nog wél kan in plaats van bij wat niet meer lukt. Betrek de collega's, zodat de terugkeer geen last wordt maar een gedeelde zaak. Wie het zo aanpakt, ziet de betrokkene weer meerwaarde opbouwen — en ziet de motivatie van het hele team stijgen, want mensen onthouden hoe een werkgever omgaat met iemand die het moeilijk heeft.
Het kán dus. Het is een keuze, geen natuurwet. En net daarom is het verdict streng: je stuurt geen half miljoen zieke mensen terug door een deur die vier op de tien werkvloeren zweren dat ze niet bestaat. Een re-integratiewet die niemand bij de werkgever afdwingt, is geen brug terug naar de arbeidsmarkt. Het is een beleefde manier om de schuld te verhuizen naar wie al ziek is.
En dat, kameraden en captains of industry, is geen re-integratie. Dat is afschuiven met een menselijk gezicht.
Je kan de kat wel bij de melk zetten, maar ze niet dwingen om te drinken. Maar wat als de melk op is?
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)