24 uur racen klinkt al behoorlijk vermoeiend wanneer je zelf gewoon langs de kant staat met een pint in je hand. Laat staan wanneer je met een racewagen tegen hoge snelheid over Circuit Zolder moet blijven knallen. Jera trok voor P de paddock in en ging op zoek naar de mensen die weten hoe zo'n uitputtingsslag écht voelt: de rijders zelf.
De 24 Uur van Zolder is afgelopen, maar wie denkt dat zo'n wedstrijd gewoon bestaat uit instappen, plankgas geven en 24 uur later weer uitstappen, heeft duidelijk nog nooit een endurancewedstrijd van dichtbij meegemaakt.
Niet één coureur zit uiteraard een volledig etmaal achter het stuur. Rijders wisselen elkaar af, maar zelfs dan blijft het een aanslag op lichaam en concentratie. Terwijl de ene rijder zijn rondjes afwerkt, probeert de andere wat te eten, te drinken, te rusten en zich alweer klaar te maken voor zijn volgende stint.
En slapen? Dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan wanneer rondom je racewagens voorbij denderen en je weet dat je straks opnieuw aan de bak moet.
Onze Jera trok daarom tijdens de 24 Uur van Zolder de paddock in en legde twee rijders enkele simpele vragen voor. Hoe bereid je je voor op zo'n wedstrijd? Hoe blijf je geconcentreerd wanneer de vermoeidheid begint toe te slaan? En lukt het eigenlijk om tussendoor nog een beetje te slapen?
Het levert een blik op achter de schermen van een race die voor het publiek vooral draait om snelheid, brullende motoren en spektakel, maar voor de mensen achter het stuur minstens evenveel om uithoudingsvermogen draait.
Want een snelle ronde rijden is één ding. Dat urenlang blijven herhalen terwijl je lichaam roept: “Gast, we moeten rusten” is nog iets anders.