Van Bossuyt: “Onbegrijpelijk, en onrustwekkend.”
Ex-voetballer Nizar Trabelsi – de man die ooit plannen smeedde om de luchtmachtbasis van Kleine-Brogel aan te vallen – wandelde woensdagavond om 21.20 uur als een vrij man uit het gesloten centrum van Merksplas – wit baardje, een Primmark-outfit en drie plastic tassen, maar met een triomf die voelbaar was tot in de Wetstraat. Niet omdat hij iets gewonnen had, maar omdat niemand anders nog wist wie hier eigenlijk verloor.
De terrorist zonder land
Trabelsi, intussen 55, zat sinds zijn uitlevering uit de Verenigde Staten opnieuw opgesloten in België. Zijn Amerikaanse avontuur eindigde met een vrijspraak, maar ook met een diplomatiek kluwen dat geen enkel land nog uit elkaar krijgt. België wilde hem naar zijn geboorteland Tunesië terugsturen, maar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verbood dat deze zomer: het risico op foltering zou te groot zijn.
Daarmee viel de laatste juridische grond om hem vast te houden weg. Het Hof van Cassatie bevestigde die logica woensdag officieel: zonder uitzettingsmogelijkheid geen detentie. Juridisch kristalhelder, politiek onverteerbaar.
Van Bossuyt: aan handen en voeten gebonden, gefrustreerd en machteloos
Minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) kon woensdagavond weinig meer doen dan toekijken en zuchten. “We botsen op een rechterlijke muur”, klonk het. Ze had het maximum aan juridische middelen ingezet om Trabelsi achter tralies te houden, maar de rechtspraak gaf geen millimeter toe.
De boodschap van het Hof is hard in haar eenvoud: ook wie ooit als terrorist werd veroordeeld, blijft beschermd door het Europees Mensenrechtenverdrag. Volgens Van Bossuyt is dat een teken van juridische wereldvreemdheid: “De veiligheid van onze burgers zou altijd zwaarder moeten wegen dan de rechten van iemand die illegaal in ons land verblijft.”
Het is de frustratie van een regering die zich gevangen voelt in haar eigen democratische principes. Een staat die tegelijk zijn geloof in de rechtsorde wil behouden en zijn burgers wil geruststellen, maar daar geen evenwicht meer in vindt.
“Ik ben geen bedreiging, ik ben een slachtoffer”
Trabelsi zelf spreekt intussen de taal van de onschuld. In een telefoongesprek met VRT NWS verklaarde hij opgelucht te zijn: “Na 24 jaar foltering en onrechtvaardigheid kan ik eindelijk een vrije mens zijn.” De ex-profvoetballer, ooit een reus op het veld, schildert zichzelf vandaag af als een man die zijn straf heeft uitgezeten en door het systeem verpletterd is.
Hij beweert geen bloed aan zijn handen te hebben en enkel terug te willen keren naar zijn familie. Terug naar Tunesië wil hij pas als hij zeker is dat hij daar niet zal worden gefolterd. Een standpunt dat juridisch begrijpelijk is, maar wrang klinkt uit de mond van iemand die ooit een militaire basis wou opblazen.
De rule of law versus de wet van het gevoel
Zijn advocaten zwaaien intussen met juridische overwinningen. Trabelsi werd, zeggen ze, jarenlang onrechtmatig behandeld: eerst in de VS, daarna in België. Nu hij eindelijk vrij is, is dat volgens hen een bewijs dat de “rule of law” in ons land nog werkt.
Toch voelt het anders. Niet omdat het recht niet gevolgd werd, maar omdat het resultaat zo oncomfortabel schuurt met het rechtvaardigheidsgevoel. In Merksplas wordt een man vrijgelaten die ooit symbool stond voor internationaal jihadisme. Een man zonder papieren, zonder woonrecht, maar met een onwrikbaar geloof dat hij onrecht is aangedaan.
Een martelaar zonder zaak
En zo wordt Trabelsi onbedoeld weer wat hij altijd wilde zijn: een martelaar — zij het niet van Allah, maar van de bureaucratie. Een man die zijn eigen slachtofferschap cultiveert, omdat het de enige identiteit is die hij nog heeft.
Voor de regering blijft de zaak een nachtmerrie: Van Bossuyt kan hem niet uitzetten, de veiligheidsdiensten moeten hem in de gaten houden, en de bevolking vraagt zich af hoe ver een rechtsstaat mag buigen voor zijn eigen principes.
De balans is bitter. België heeft zijn procedures gevolgd, zijn mensenrechten nageleefd en zijn onafhankelijk rechtssysteem gerespecteerd. En toch voelt het alsof het land zich heeft moeten neerleggen bij iets wat moreel onverteerbaar blijft.
Want ergens tussen Merksplas en Tunis wandelt nu een man die zichzelf ziet als slachtoffer van het Westen — en dat is misschien het gevaarlijkste type vrij man dat er bestaat.