Tesla heeft een nieuwe stunt uitgehaald en komt met zijn meest betaalbare wagen ooit. Al moet je bij ‘nieuw model’ geen visioen van een futuristische ruimtescooter verwachten: de Model 3 Standard is gewoon een uitgeklede Model 3. Maar dan uitgekleed op de manier waarop Musk dat meestal doet: vreemd genoeg nog best aantrekkelijk.
Tot gisteren was de goedkoopste Tesla een Model Y Standard voor net geen 40.000 euro. Een logische keuze, tenzij je graag een lagere, sportievere auto hebt. De Model 3 bleef immers koppig boven die grens hangen. Maar nu komt Tesla plots met een basisversie van 36.990 euro. Daarmee is dit officieel de goedkoopste Tesla ooit, en da’s in deze inflatietijden bijna ontroerend.
Meer batterij, minder franjes
De echte verrassing? Niet de prijs, maar het feit dat je hier meer batterij krijgt dan in de vorige, duurdere versie. 64 kWh zit er onder de vloer, goed voor maximaal 534 kilometer rijbereik.
De motor blijft dezelfde achterwielaangedreven 283 pk-unit. Sprintje naar 100 km/u in 6,2 seconden… wat toch straf blijft voor een ‘instapmodel’.
Waar zit de catch?
Uiteraard snijdt Tesla ergens in het vlees. De Model 3 Standard krijgt stoffen zetels, geen fancy sfeerverlichting, de helft van het audiosysteem (van 15 speakers naar 7, maar kom: je kunt nog altijd ‘Highway to Hell’ spelen zonder tranen).
Maar het glazen panoramadak blijft wél. En je kan zelfs ‘Full Self-Driving’ toevoegen voor 7.500 euro.
Het vreemdste? Deze instap-Model 3 is 3.000 euro goedkoper dan de Model Y Standard, terwijl hij er beter uitgerust uitziet. Bij de Model Y zie je instant dat het een basisversie is: die mist zelfs de typische Tesla-lichtbalken voor- en achteraan. De Model 3 Standard? Die lijkt net op de duurdere versies, tot iemand begint te tellen hoeveel speakers er inzitten. Al verklappen de velgen het ook wel een beetje.
Deze instapper kan je ook alleen maar in het wit, zwart of grijs krijgen. Bij de duurdere versies kan je ook nog voor blauw, zilvergrijs of rood gaan.