De NMBS heeft weer een nieuw plan uit de kast getrokken en, zoals gewoonlijk, klinkt het op papier mooi: +3% treinaanbod tegen 2029. Klinkt ambitieus? Of gewoon een frisse laag marketingverf op een systeem dat al jaren kraakt?
Volgens het nieuwe vervoersplan (december 2026-2029), dat door de ministerraad werd goedgekeurd, moet alles beter worden: meer treinen tussen steden, extra late ritten rond Brussel en een uitgebreider voorstadnet in Brussel, Antwerpen, Luik en Charleroi.
Maar pendelaars kennen het refrein intussen: beloftes, plannen en vooral… wachten op de uitvoering.
Focus op Brussels Airport
Een van de blikvangers is de uitbreiding richting Brussels Airport. Vanaf december 2027 zouden er extra vroege treinen komen vanuit Brugge, Gent en Brussel. Doel: reizigers om 3u30 's ochtends al aan de luchthaven krijgen.
Meer treinen… op papier
Ook het klassieke verhaal: “meer verbindingen tussen steden” en “uitbreiding van het S-net”. Vooral rond weekends en late avonden zou het aanbod verbeteren.
Maar wie regelmatig pendelt, weet dat het probleem vaak niet het aanbod op papier is, maar de betrouwbaarheid, capaciteit en stiptheid in de praktijk.
En dan komt de reality check van de NMBS zelf. Zo zijn er aanvragen van andere spooroperatoren nodig, moet er voldoende capaciteit beschikbaar zijn via spoorbeheerder Infrabel, en spelen ook infrastructuurwerken en de levering van nieuwe treinen een rol.
Een ambitieus plan, volgens de NMBS. Een broodnodige modernisering, volgens de politiek. Maar voor veel reizigers blijft de vraag dezelfde: krijgen we eindelijk een treindienst die werkt, of vooral weer een nieuw hoofdstuk in de lange reeks beloftes?