“Ziehier mijn ontslag”: politiek en losse polletjes blijven een toxische combinatie.
De Waalse burgemeester -Maxime Daye (MR) van ‘s Gravenbrakel heeft zich tijdelijk teruggetrokken uit de publieke schijnwerpers. Niet echt uit vrije wil, maar onder druk van een gerechtelijk onderzoek dat hem in verband brengt met het aanzetten tot ontucht met een minderjarige. Een pijnlijk probleem voor de MR: wanneer politieke verantwoordelijkheid botst met persoonlijk gedrag, is afstand nemen geen keuze, maar noodzaak.
Politieke verantwoordelijkheid wankelt
De feiten zijn ernstig. Het parket van Bergen bevestigde dinsdag dat Daye officieel in verdenking is gesteld in het kader van een lopend onderzoek. Volgens eerdere berichtgeving van Sudinfo zou hij seksueel getinte berichten gestuurd hebben naar jonge jongens. Sinds april circuleren de eerste signalen, maar pas nu wordt de inverdenkingstelling formeel gemaakt.
In een persbericht – verspreid via sociale media – kondigt Daye aan dat hij zijn uitvoerende taken tijdelijk overdraagt aan het schepencollege. Juridisch blijft hij wel burgemeester, maar de vertegenwoordiging van de stad wordt uitbesteed aan zijn collega’s. Dat noemt hij zelf een daad van verantwoordelijkheidszin.
Deontologie of damage control?
De bewoordingen zijn zorgvuldig gekozen. Daye benadrukt dat een inverdenkingstelling géén veroordeling is, en dat hij “vol ongeduld” uitkijkt naar het moment waarop hij zich kan verdedigen. Maar het is moeilijk om zijn stap opzij te lezen als louter moreel verantwoordelijk gedrag. De druk vanuit de oppositie – met name van PS en Ecolo – bestaat al maanden. Zij vroegen eerder al om zijn ontslag toen de eerste getuigenissen naar buiten kwamen. Nu het parket officieel tot inverdenkingstelling is overgegaan, werd het stilaan onhoudbaar om te blijven zitten.
De politieke schade is intussen al een feit Ook al geldt het vermoeden van onschuld, het openbaar bestuur kan zich moeilijk veroorloven dat zedenonderzoeken de legitimiteit van het mandaat ondergraven. Zeker niet wanneer het gaat om feiten die zich situeren in de sfeer van minderjarigheid, en dus de publieke gevoeligheid maximaal raken.
Vertrouwen is geen optioneel kapitaal
De kwestie legt een hardnekkig spanningsveld bloot: het verschil tussen juridische onschuld en politieke draagkracht. Een rechtbank oordeelt op basis van feiten, een kiezerspubliek op basis van vertrouwen. En vertrouwen laat zich moeilijk herstellen als het eenmaal geschonden is – zelfs als achteraf blijkt dat er geen strafbaar feit gepleegd werd.
Voor politici geldt dan ook een eenvoudig axioma: wie de publieke macht wil uitoefenen, moet ook publieke transparantie en onberispelijkheid omarmen. Wie dat niet doet – of wie daar zelfs maar de schijn van tegen zich heeft – zaait twijfel over het gezag van zijn ambt.
Tijd om de lijn strakker te trekken
Het dossier-Daye is geen op zichzelf staand incident. Belgische politiek – en zeker de lokale bestuurslagen – blijven regelmatig geteisterd door incidenten waarin privégedrag haaks staat op het publieke mandaat. Of het nu gaat om zedenfeiten, belangenvermenging of integriteitskwesties: de slinger zwaait telkens weer tussen juridisch minimalisme en politiek pragmatisme.
Maar met elke zaak die blijft hangen, brokkelt de geloofwaardigheid verder af. En telkens wordt het moeilijker om nog te beweren dat politiek en foute losse polletjes geen impact hebben op de besluitvorming. Besturen vergt vertrouwen, en vertrouwen vergt grenzen. Wie die niet zelf bewaakt, wordt vroeg of laat door zijn omgeving tot de orde geroepen. Of door het parket.
(Foto: screenshot YouTube)