Elke gemeente die een trajectcontrole wil, krijgt er blijkbaar niet langer automatisch eentje. Op gewestwegen wordt eerst gerekend, gewogen en afgewezen. En dat is misschien maar goed ook: een camera hoort de verkeersveiligheid te dienen, niet de gemeentelijke schatkist.
Elke Vlaamse gemeente wil wel een paar camera's om de kas te spijzen. Een gevaarlijk kruispunt? Camera. Een drukke steenweg? Camera. Een burgemeester die geregeld klachten kreeg over hardrijders? Nog een camera.
Maar die wildgroei lijkt nu enigszins te worden afgeremd.
Sinds het begin van deze legislatuur werden amper vijftien aanvragen ingediend voor trajectcontroles op gewestwegen. En van die aanvragen werd ongeveer twee derde afgewezen. De weg bleek volgens de objectieve criteria van het Agentschap Wegen en Verkeer telkens niet gevaarlijk genoeg.
Met andere woorden: niet elke gemeentelijke verzuchting krijgt nog een camera cadeau.
Wanneer mag de camera komen?
Een gemeente kan niet zomaar beslissen om op een gewestweg een trajectcontrole te plaatsen. Daarvoor is toestemming van het Agentschap Wegen en Verkeer nodig.
AWV kijkt in eerste instantie naar de zogenaamde 531-score. Die meet hoe ernstig het ongevalsprobleem op een bepaald traject is.
De berekening is behoorlijk concreet:
- een dodelijk slachtoffer levert 5 punten op;
- een zwaargewonde 3 punten;
- een lichtgewonde 1 punt;
- slachtoffers onder voetgangers en fietsers wegen extra zwaar door, dankzij een factor van 1,7.
Pas vanaf een score van 15 punten komt een traject in aanmerking voor goedkeuring. Diezelfde 531-systematiek wordt ook gebruikt om gevaarlijke punten in Vlaanderen te identificeren.
En daar loopt het voor nogal wat gemeentelijke aanvragen dus mis.
Te weinig brokken? Dan geen camera
Haalt een weg de vereiste score niet, dan wordt niet meteen de deur dichtgegooid. AWV kijkt vervolgens naar het snelheidsgedrag.
Daarvoor wordt de zogenaamde V85 gebruikt: de snelheid die door 85 procent van de automobilisten niet wordt overschreden. Die moet minstens 6 km/u boven de toegelaten maximumsnelheid liggen om nog een argument voor trajectcontrole te vormen.
Ook andere omstandigheden kunnen een aanvraag doen stranden. Een recente snelheidsverlaging bijvoorbeeld, of een geplande herinrichting van de weg. Logisch: als een weg binnenkort helemaal opnieuw wordt aangelegd, heeft het weinig zin om eerst nog een peperduur camerasysteem neer te poten.
De camera als melkkoe?
Een trajectcontrole is in de eerste plaats bedoeld om snelheid en ongevallen terug te dringen. Volgens Vlaanderen blijkt uit onderzoek dat trajectcontroles inderdaad het aantal snelheidsovertredingen en ongevallen kunnen doen dalen.
Voor de wakkere automobilist voelt zo'n camera echter vaak als een elektronische tolpoort waar je niet met geld, maar met een snelheidsovertreding betaalt.
Gemeenten, daarentegen, lonken kwijlend naar trajectcontroles. Politiek is het nu eenmaal bijzonder comfortabel om te kunnen zeggen dat er iets aan de verkeersveiligheid wordt gedaan. En als de camera ondertussen ook nog overtredingen registreert - lees geld oplevert - is dat mooi meegenomen.
Doch, een camera die vooral wordt geplaatst omdat er veel auto's passeren, is geen verkeersveiligheidsbeleid. We moeten er geen tekening bij maken. Dat is camerabeleid. Hoe verleidelijk het ook is om iedere gevaarlijke weg vol camera's te hangen: verkeersveiligheid begint niet bij de camera.
Soms moet een kruispunt anders worden aangelegd. Soms moet een fietspad veiliger. Soms moet de snelheid omlaag. Soms moet de weg anders worden ingericht.
Vlaanderen zelf benadrukt dat infrastructurele ingrepen een belangrijke rol spelen bij het aanpakken van gevaarlijke punten.
Een trajectcontrole is een instrument.
Geen wondermiddel.
En vooral geen automatische vergunning om iedere automobilist als potentiële geldschieter van de gemeente te behandelen.
De jackpot blijft dicht
Voorlopig lijkt de Vlaamse overheid dat onderscheid opnieuw wat scherper te willen maken. Minister van Mobiliteit Annick De Ridder heeft een studie laten uitvoeren naar trajectcontroles en snelheidshandhaving. Die moet duidelijk maken wanneer trajectcontroles zinvol zijn en wanneer andere maatregelen beter passen.
Goed zo, want niet elke gewestweg is een goudader. En niet elke gemeentelijke verkeersklacht verdient een elektronische jackpot.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Photo News/Shutterstock)