Een megaproces rond de verkoop van RSC Anderlecht, tientallen miljoenen euro’s, vermeende vervalste documenten en jarenlang juridisch modderworstelen ligt deze week volledig stil. Niet door nieuw bewijsmateriaal. Niet door een zieke verdachte. Niet door een verdwenen dossier. Maar omdat een rechter aan een advocaat gevraagd zou hebben: “Is dat een grap?”
Welkom in de Belgische justitie van 2026.
Normaal zouden deze week enkele zwaargewichten uit het Belgische voetbalmilieu ondervraagd worden over de verkoop van Anderlecht aan Marc Coucke. Maar nadat een advocaat vroeg om de agenda aan te passen wegens andere processen in zijn planning, reageerde de rechtbankvoorzitter blijkbaar iets minder enthousiast dan gehoopt. De advocaat kon daar niet mee lachen, diende prompt een wraking in en plots ligt heel het proces stil.
Het mooie aan België blijft toch dat gigantische dossiers soms minder lijken te draaien rond waarheid, fraude of miljoenenconstructies, maar eerder rond toon, ego’s en procedureoorlogen. Want ondertussen gaat het hier nog altijd over een dossier waarin volgens de beschuldigingen documenten geantidateerd zouden zijn en miljoenen euro’s op het spel staan. Dat is op zich geen klein caféruzietje meer.
Toch voelt het alsof het proces inhoudelijk bijna al half gevoerd wordt buiten de rechtbank. HLN herhaalt ondertussen braaf dat Coucke zich “opgelicht voelde”, dat er “lijken uit de kast vielen” en dat de vertraging een “slag in het gezicht” zou zijn. En zo krijgt de lezer alweer netjes dezelfde rolverdeling voorgeschoteld: Coucke als de bedrogen ondernemer, terwijl iedereen die proceduremiddelen gebruikt automatisch verdacht begint te lijken.
Terwijl advocaten in dit soort megadossiers natuurlijk al sinds de middeleeuwen exact doen waarvoor ze betaald worden: elk mogelijk juridisch manoeuvre gebruiken dat hun cliënt voordeel kan opleveren. Dat heet niet “de boel traineren”, dat heet letterlijk hun job.
Het meest Belgische detail van heel dit verhaal blijft misschien nog dat een complete saga rond topvoetbal, miljoenen euro’s en vermeende fraude voorlopig ontspoort door wat in essentie neerkomt op een rechter die tijdens een agendadiscussie licht geïrriteerd reageerde.
Als Kafka ooit een scenario over Belgisch voetbal en justitie had geschreven, het zou waarschijnlijk ongeveer zo klinken.