Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Bokkensprongen van Arizona duwen de lokale besturen richting financiële afgrond

Redactie - 20-06-2025

De federale regering beslist, de gemeenten mogen betalen.

Ondanks de lamentabele toestand van de begroting van onze federale regering, blijven de Vlaamse steden en gemeenten verrassend netjes binnen de lijntjes kleuren. Sterker nog: ze draaien overschot. Knap staaltje lokaal budgetbeheer, zou je denken. Maar achter die ogenschijnlijk gezonde cijfers dreigt een financiële implosie, netjes verpakt door de hogere overheden in de vorm van stijgende pensioenlasten en nieuwe federale maatregelen die de factuur zonder verpinken doorschuiven naar de OCMW’s. En dus: naar jou.

Overschot met een addertje

Terwijl de federale staatskas bloedt en kreunt onder schulden en structurele tekorten, boekten de Vlaamse gemeenten en OCMW’s voor 2025 een begrotingsoverschot van zo’n 450 miljoen euro. Een prestatie die men bij Belfius prompt labelde als “een mooi startpunt voor lokaal beleid”. De oorzaak? Een combinatie van stabiele uitgaven en stijgende inkomsten via de aanvullende personenbelasting. Want die belasting — je weet wel, dat extra percentje bovenop je loonbelasting — verdwijnt linea recta in de gemeentekas. En met dank aan de automatische loonindexering liep dat bedrag de afgelopen jaren stevig op.

Maar zoals altijd in de Belgische bestuursstructuur is wat op het eerste gezicht gezond lijkt, zelden duurzaam. De lokale besturen mogen zich dan wel een buffer bij elkaar gespaard hebben, die dreigt binnen enkele jaren als sneeuw voor de zon te verdwijnen. Want op de achtergrond loert een niet te negeren tikkende tijdbom: de pensioenen van vastbenoemde ambtenaren.

Pensioenlast loopt uit de hand

106.000 voltijdse krachten draaien vandaag de gemeentemolen, waarvan nog slechts 20 procent vastbenoemd is. En net in die groep schuilt het probleem. Het pensioensysteem van deze ambtenaren werkt als een gesloten circuit: actieve vastbenoemden betalen via bijdragen de pensioenen van hun gepensioneerde collega’s. Maar dat systeem kreunt onder zijn eigen gewicht. In 2025 zou voor het eerst de som van de bijdragen niet langer volstaan om de pensioenuitkeringen te dekken. Tegen 2030 zou het gat zelfs 600 miljoen euro bedragen — bovenop de reguliere loonmassa.

Belfius luidt de alarmbel zonder omwegen: als deze trend doorzet, wordt het lokale beleidsveld herleid tot een pensioenkantoor. “Steden en gemeenten dreigen gevangen te raken in een onhoudbare structuur, waardoor ze nauwelijks nog ruimte hebben om maatschappelijke uitdagingen als klimaatbeleid, armoedebestrijding of veiligheid aan te pakken.”

Bij de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) omschrijft woordvoerder Nathalie Debast het in ‘De Morgen’ wel heel erg plastisch: “Een zwaard van Damocles hangt boven de hoofden van onze lokale besturen.” De federale regering voorziet weliswaar wat steun, maar of die toereikend is, blijft koffiedik kijken.

OCMW’s als opvangnet voor federale besparingen

En dan heb je nog het federale plan om de werkloosheidsuitkering te beperken in tijd. Wie te lang zonder werk zit, ziet zijn uitkering verdwijnen en komt uiteindelijk bij het OCMW aankloppen voor een leefloon.

En wie mag dan opdraaien voor die extra kost? Juist ja, opnieuw de lokale besturen. Als een derde van de langdurig werklozen straks bij het OCMW belandt, lopen de extra kosten voor leeflonen en personeel al snel op tot 135 miljoen euro. Bij 45 procent doorstroom, stijgt de rekening naar 203 miljoen.

De federale regering voorziet voor heel België een luttel bedrag van 234 miljoen euro aan compensatie. Vlaanderen krijgt daaruit mogelijk 80 miljoen. Een druppel op een smeulende plaat.

Debast blijft diplomatisch, maar duidelijk: “We weten simpelweg niet hoeveel mensen straks bij het OCMW belanden. Een open federale budgetlijn is noodzakelijk. Anders lopen de steden zich straks te pletter tegen een muur van onbetaalbare solidariteit.”

Bezuinigen met de handrem op

Dat de Vlaamse gemeenten ondanks alles overeind blijven, is te danken aan de zogenaamde autofinancieringsmarge. Die verplicht lokale besturen aan te tonen dat ze op het einde van de legislatuur hun leningen kunnen afbetalen met de eigen inkomsten. Het klinkt als basislogica — en dat is het ook — maar in België is het verschil tussen federale en lokale budgetdiscipline vaak hallucinant groot.

Toch helpt zelfs die voorzichtigheid niet als structurele hervormingen uitblijven. En daar wringt het schoentje, aldus de VVSG. Projectsubsidies zijn de norm geworden, wat leidt tot kortetermijnbeleid zonder continuïteit. “Projecten vallen na twee jaar stil zodra de geldkraan wordt dichtgedraaid. Terwijl we net nood hebben aan stabiele langetermijnmiddelen.”

Gemeenten en OCMW’s staan straks voor een tweesprong: ofwel besparen ze op essentiële dienstverlening, ofwel verhogen ze de lokale belastingen. En in beide gevallen is het de burger die de rekening betaalt.

(Foto: Shutterstock)

Nieuws nationaal Gemeenten Begroting

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken