Kruimels voor de kiezer, camouflage voor het kapitaal.
In de politieke schijnwerpers van juli serveert premier Bart De Wever (N-VA) een ‘versneld akkoord’ over belastingverlagingen, pensioenhervormingen en loonkorting voor bedrijven. De inzet is strategisch, de timing niet toevallig. Door een rookgordijn van fiscale tegemoetkomingen hoopt De Wever de aandacht af te leiden van een voor zijn partij pijnlijk dossier: de meerwaardebelasting. Die belasting – nochtans een miniversie in Europees perspectief – botst frontaal met het ideologische DNA van de N-VA: niet raken aan kapitaal, enkel aan arbeid en geen/nooit extra belastigen.
Strategische haast, selectieve focus
Volgens De Wever moet de federale regering voor 21 juli knopen doorhakken over drie grote dossiers: het verlagen van de loonkosten voor werkgevers, het verhogen van de nettolonen en een pensioenhervorming die al in 2026 zou ingaan. In theorie klinkt dat als een totaalpakket dat evenwicht nastreeft tussen bijdragen en voordelen. In de praktijk is het vooral een tactische demarche om het debat over kapitaalwinst zo snel mogelijk te marginaliseren.
De aangekondigde belastingverlagingen – goed voor 6 miljard euro tegen 2029 – worden plots naar voren geschoven, terwijl ze initieel gespreid zouden worden over meerdere jaren. Concreet zouden de belastingvrije sommen verhoogd worden, zodat vooral lage en middeninkomens er op papier op vooruitgaan. Voor een alleenstaande met een gemiddeld loon komt dat volgens CD&V neer op een jaarlijkse stijging van 1.200 euro netto – maar pas binnen vier jaar. Op papier dus. De vraag of die timing overeind blijft in een begroting die onder druk staat van extra defensie-uitgaven en economisch onheil, blijft onbeantwoord.
Klassieke afleidingstactiek
De plotse snelheid waarmee N-VA en MR nu de ‘goeie’ fiscale hervormingen willen binnenhalen, contrasteert scherp met hun terughoudendheid tegenover de meerwaardebelasting en de botte bijl waarmee ze in de socizle zekerheid hakken. De meerwaardebelasting wordt door beide partijen nu gereduceerd tot een hinderlijke bijzaak, terwijl net die belasting al jaren ontbreekt in het Belgische fiscale landschap en mee verantwoordelijk is voor de scheve verhouding tussen de belasting op arbeid en die op vermogen.
De Wever noemt de ophef rond de meerwaardebelasting “zwaar overdreven” en positioneert zich, zoals wel vaker, als de anti-kapitalist met een spaarboekje. “Ik ben zowat de slechtste belegger denkbaar,” verklaarde hij voor de camera van VRT NWS. Een poging tot ontwapening met de glimlach, maar ondertussen gaat het wel om miljardenkapitaal dat buiten schot blijft.
Ideologische trouw onder electorale druk
De N-VA wil niet afgerekend worden op een belasting waarvan ze weet dat haar achterban ze als een aanval op het 'gespaarde succes' beschouwt. Door sneller kruimels uit te delen aan werkenden – zonder structurele correctie van de fiscale scheeftrekking – probeert de partij een beeld te creëren van evenwicht. Maar dat beeld is geënsceneerd. De lastenverlaging komt traag, gedeeltelijk en onder financiële druk. De bijdrage van vermogenden blijft minimaal.
MR-voorzitter Bouchez en CD&V-voorzitter Mahdi sluiten zich publiekelijk aanbij de roep om fiscale hervorming voor 21 juli. En zo speelt de federale regering met timing en perceptie. De Wever wil de burger doen geloven dat de regering hem geld ‘teruggeeft’. Wat in werkelijkheid gebeurt: de regering vraagt eerst een kleine bijdrage van de rijksten, maar compenseert die onmiddellijk – en overvloedig – met structurele cadeaus aan werkgevers, in de hoop dat de kiezer vooral dát onthoudt.
Kruimels als camouflage
De echte vraag blijft of dit fiscale huzarenstuk wel houdbaar is. De Nationale Bank en het Planbureau waarschuwen voor tekorten, terwijl de begroting al in het rood staat. In die context klinkt een versnelde lastenverlaging als een electorale noodgreep, niet als een structurele hervorming. De economische logica hinkt achterop, de electorale logica domineert. En ja, voor een politicus begint elek neiuwe verkiezigingscampagne de dag na de verkiezingen.
Bart De Wever probeert met een pakket van aangekondigde kortingen en hervormingen de ‘domme burger’ zand in de ogen te strooien. Alsof de kruimels die nu beloofd worden, moeten doen vergeten dat zijn partij koste wat kost wil vermijden dat ook de bovenkant van de samenleving een faire bijdrage levert. Wat voorgesteld wordt als fiscale rechtvaardigheid, is in wezen budgettaire camouflage: de rekening komt later – en zelden bij wie het breed heeft.