Autobezitters zijn een vreemd volk. Vraag hen terwijl ze in hun wagen zitten wat ze ervan vinden, en je krijgt steevast een soort amoreel lofgedicht: “Fantastische auto, nooit problemen, nooit panne, ik zou hem direct opnieuw kopen.”
Maar wacht tot ze de sleutels hebben ingeruild: dan barst ineens de biecht los. “Ja, die versnellingsbak was eigenlijk niet alles… en de boordcomputer deed raar… en die dealer, amai…”
Plots blijkt de droomauto toch vooral een verkleed Fiatje Panda geweest te zijn.
Maar hoe vaak blijven mensen écht trouw aan hun merk? Daar heeft Consumer Reports, de Amerikaanse Consumentenbond, maar dan met meer statistiek en minder geitenwollensokken, even diep in gegraven. En de resultaten? Laten we zeggen: sommige merken zouden beter niet te diep in hun eigen commentaren scrollen.
Volkswagen, in onze contreien al jaren koning der occasions, blijkt in de VS een beetje… meh.
Slechts 52 procent van de Amerikaanse VW-rijders zou opnieuw een Volkswagen kopen.
De andere helft denkt: “Leuk, die Duitse degelijkheid, maar misschien probeer ik eens iets dat niet bij regenweer spontaan lampjes doet knipperen.”
En als je denkt dat dat pijnlijk is: Jeep doet nóg slechter. 51 procent wil een nieuwe Jeep. De rest vermoedelijk niet, omdat hun vorige Jeep hen vooral rijlessen in “creatief terug naar huis geraken” bood.
Audi, de chique broer van VW, haalt 53 procent. Dat is net genoeg om te zeggen: “Het valt mee”, maar niet genoeg om het luidop te zeggen zonder te blozen.
En dan zijn er de merken die hun fans wél weten te hypnotiseren. BMW staat helemaal bovenaan met een royale 71 procent die opnieuw hetzelfde logo op de kofferklep wil. En ja, dat klinkt 100 procent logisch voor iedereen die puur en onversneden rijplezier wil.
Tesla doet het ook verrassend goed (69 procent), ondanks het feit dat sommige eigenaars meer bugs rapporteren dan een Nintendo-spel uit de jaren ’80. Maar goed: een elektrische spaceship met ludicrous mode maakt veel goed, zelfs piepende panel gaps.
Toyota en Lexus? Die worden al jaren heilig verklaard door Consumer Reports als de meest betrouwbare dingen op vier wielen, maar blijkbaar is betrouwbaarheid toch niet sexy genoeg om klanten te houden. Amerikanen willen blijkbaar fun, karakter en eventueel een dashboard dat niet constant zegt “please wait… updating”.
De conclusie? Rijplezier wint het nog altijd van redelijkheid. En dat is exact waarom BMW-rijders gelukkig blijven. Wij hadden verwacht dat Alfa Romeo om die reden ook hoog zou scoren (eens Alfist, altijd Alfist zeggen ze toch) maar dat merk komt helaas helemaal niet voor in de lijst.