In Kortenaken dreigt het basisonderwijs tegen 2030 met een surplus van 40 lege stoeltjes te zitten. Dat is 6 procent van de totale schoolcapaciteit in de gemeente — exact het Vlaamse gemiddelde. Het dalende geboortecijfer bijt zich vast in het Vlaamse schoollandschap.
Minder baby's, meer lege klaslokalen
Uit de capaciteitsmonitor van de VUB en KU Leuven, een driejaarlijks onderzoek naar de beschikbare plaatsen in het onderwijs, blijkt dat liefst 41.665 stoeltjes in Vlaamse basisscholen leeg zullen staan tegen 2030. In 218 van de 304 Vlaamse en Brusselse gemeenten verwachten de onderzoekers een overschot aan plaatsen.
Kortenaken is daar één van. In het schooljaar 2030-2031 loopt het surplus er op tot 40 lege stoeltjes, wat neerkomt op 6 procent van de totale capaciteit. Dat klinkt misschien bescheiden, maar het zijn precies die getallen die directeurs en gemeentebesturen wakker houden.
Groeipijnen in omgekeerde richting
De ironie is groot: de voorbije jaren investeerden tal van scholen flink in extra capaciteit om de stijgende leerlingenaantallen bij te benen. Nu dreigt de omgekeerde beweging. Het geboortecijfer daalt al jaren gestaag, en de gevolgen sijpelen nu door naar de kleuterklas en de lagere school.
Scholen die fusioneerden, uitbreidden of net verbouwden, kunnen straks met te veel ruimte zitten. Dat roept vragen op: worden klassen samengevoegd? Worden vestigingen gesloten? En wie beslist dat?
Wat nu?
Beleidsmakers en schoolbesturen staan voor moeilijke keuzes. Leegstaande lokalen kosten geld, maar sluitingen raken gemeenschappen in het hart. Zeker in landelijke gemeenten als Kortenaken, waar de dorpsschool vaak meer is dan een school.
Een breed debat over de toekomst van het Vlaamse basisonderwijs dringt zich op. De cijfers zijn er. Nu de politieke moed nog.