Stadsdichters nemen ontslag na beslissing van het stadsbestuur om culturele projectsubsidies te schrappen.
Cultuurschepen Nabilla Ait Daoud stelt voor om de projectsubsidies (720.000 euro/jaar) simpelweg te schrappen. Voor 3 jaar. Projectsubsidies staan los van de vaste cultuursubsidies en dienen vooral om jonge, beginnende en experimenterende kunstenaars te ondersteunen. De algemene cultuursubsidies worden ook niet meer geïndexeerd. Deze beslissingen zorgen voor algehele verbijstering in de cultuursector.
“Door die subsidies af te schaffen, pleeg je een moord op een hele generatie jonge artistieke talenten”, reageerde Marc Verstappen, directeur van cultuurcentrum De Studio in ‘Gazet Van Antwerpen’. “Dit is een gruwelijke maatregel. Het is gewoon schandelijk. De ene dag sta je te juichen dat het KMSKA opengaat en de volgende dag zeg je dat alle jonge artiesten kunnen oprotten. Dat vind ik zeer raar. Op deze manier maak je je stad onaantrekkelijk voor heel veel sterke artiesten. ‘De rekening zal kloppen’, wordt er gejuicht. Maar ten koste waarvan?”
Artiesten verzamelden zich voor het stadhuis en schreeuwden luidkeels hun ongenoegen uit terwijl achter de gevel van het renaissancistische stadhuis de gemeenteraad werd gehouden. Studenten die het stadhuis belegeren, grote culturele namen die van zich laten horen, een afgelast Schrijversbal; politici liggen daar niet wakker van. Het leek op een echo van het protest van de cultuursector tijdens corona: roepen in de woestijn. Of niet?
Eind 2019 besliste Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon (N-VA) om de Vlaamse projectsubsidies met 60 procent te verminderen. Ook toen stak een storm van protest op, waarna Jambon extra middelen vond om de besparing zo goed als helemaal terug te draaien. “De minister heeft toen ingezien dat die projectsubsidies niet zomaar een besparingspost zijn, maar wel voor leven en energie zorgen voor een hele sector”, zegt schrijver Jeroen Olyslaegers in ‘De Morgen’. “Maar wanneer je dan merkt dat amper een paar jaar later opnieuw eenzelfde beslissing wordt genomen, stopt het begrip.”
En nu zijn er de stadsdichters die ontslag nemen. Antwerpen heeft (had) er maar liefst vijf. Ruth Laster naam eerder al ontslag omdat het stadsbestuur - bij aanvang van het nieuwe schooljaar - een gedicht van haar geweigerd had. ‘Losgeld’ was een kritisch gedicht over de ongelijke behandeling van kinderen en jongeren in het beroepsonderwijs.
Na haar ontslag hebben de overblijvende stadsdichters - Yannick Dangre, Lotte Dodion, Lies Van Gasse en het duo Proza-K – overlegd met schepen van cultuur Nabilla Ait Daoud (N-VA) en haar kabinet. Onderwerp van gesprek: hoe kritisch kan/mag een dichter zijn. Het was de bedoeling om te komen tot een licentie-overeenkomst met concrete afspraken voor de stadsdichters, maar na twee maanden is er nog altijd geen overeenkomst. Alle stadsdichters nemen nu samen ontslag. Het schrappen van de culturele projectsubsidies, was de dichterlijke druppel teveel.
Dit is het gedicht (?) dat door het stadsbestuur werd geweigerd
Losgeld
Olie-, oliedomme staat die leerlingen vanaf twaalf jaar
nog altijd letterlijk met ‘A’ labelt of ‘B’. Welkom in het middelbaar!
Aan Vlaanderen een vraag: wanneer ligt de maatschappij volledig plat?
Is dat wanneer de notarissen en de senators staken? Of als de loodgieters,
de bakkers en de havenarbeiders niet opdagen?
Ah, inderdaad! Het land ligt op zijn gat als de dakwerkers nakateren,
als alle winkeliers hun schup afkuisen, als de onthaalmoeders de luiers zelf aandoen, als koks hun kat sturen naar Nam Fong, Mister Spaghetti en naar alle internaten.
En wie is nu het slimst, iemand die weet waar de Aconcagua ligt (vraag uit De slimste mens ter wereld) of wie het hele stroomschema kan tekenen en uitvoeren voor een schoolkeuken, het Sportpaleis, Wetstraatvergaderzalen?
Iemand die weet hoeveel een flamingo weegt of iemand die een tillift kan bedienen zonder dat de bomma valt op koude tegels voor het licht uitgaat?
Wij moesten maar eens over A- en B-ministers praten. Dan zouden ze
misschien verstaan hoe het aanvoelt. Alsof wij tweede keus zijn,
alsof een stiel leren slechts een plan B kan zijn
voor als de A-richting iemand niet ligt, niet gaat.
Straks vraagt gij, Vlaanderen, nog losgeld voor het woord ‘intelligent’
dat gij al eeuwenlang gegijzeld houdt, alleen voor quizzers reserveert,
voor dokters, architecten, wetenschappers, voor mevrouw Michiels en advocaten.
Terwijl wij, trappenmakers, de hellingsgraad berekenen, de ideale afstand tussen treden. Kunt gij dat, Vlaanderen? En weet gij alles, zoals wij, mecaniciens, over de juiste spanningskracht op bouten van de nokkenas of hoe de distributieriem vervangen dient voor een perfecte kleptiming?
Zolang gij, Vlaanderen, niet ook de vakman slim noemt
in kranten, spelprogramma’s en journaals,
zijt gij de A’s in uw naam VlAAnderen niet waard.’