Verdwijnt nu na creativiteit ook spontaniteit vanwege het AI-tijdperk?
Tijdens een passage in The Pat McAfee Show vertelde Fernando Mendoza, quarterback van de Indiana Hoosiers, hoe coach Curt Cignetti hem had binnengehaald. Het verhaal was zo kleurloos dat er maar één logische conclusie bestaat, hij had zijn antwoord laten knutselen door Cluely, een AI-assistent die gesprekken meeschrijft en antwoorden voorstelt.
Zijn ogen dwaalden als een goedkope autocue, zijn handen bleven onnatuurlijk stil en zijn blik vermeed elk menselijk contact. Pure AI-vibes.
De inhoud zelf was nog pijnlijker. Mendoza begon met een plechtige “Ik zou zeggen dat je de nagel op de kop slaat”, waarna hij zichzelf in de derde persoon prees.
Indiana had hem geholpen “de beste Fernando Mendoza mogelijk” te worden. Daarna volgde een opsomming van droge feiten die zo generiek klonk dat zelfs een taalmodel het niet durfde claimen.
Intussen is het bijna aandoenlijk hoe afhankelijk we als maatschappij zijn geworden. Voor elk persoonlijk moment hebben we digitale training wheels nodig, een app die voor ons nadenkt, een assistent die onze emoties herschrijft, een chatbot die onze verhalen beter verzint dan wijzelf.
We zijn nog één update verwijderd van “Sorry schat, het lukt niet zonder mijn algoritme”.
Maar ach, het is eenvoudig om iedereen die ChatGPT gebruikt uit te lachen, maar als er één groep is die we een uitzondering gunnen, zijn het sporters. Ze moeten zoveel tegelijk onthouden: sportstrategiën, sponsorzinnetjes, media-training.
Een AI-assistent die hun interviews redt, is misschien het verstandigste dat ze tot nu toe hebben gedaan. Maar helaas horen we dan nooit meer ‘zo fris als een konijn op de plein’ citaten.