Bijna drie op de tien Brusselaars die door de federale werkloosheidshervorming hun uitkering zijn verloren, klopt nu aan bij het OCMW. Uit nieuwe cijfers van de FOD Maatschappelijke Integratie blijkt dat de druk op de sociale bijstand in ons land aanzienlijk is, en dat de regionale verschillen groot zijn.
Brussel: 28 procent naar OCMW
Iets meer dan 28 procent van de Brusselse werklozen die hun uitkering verloren als gevolg van de federale hervorming, richtte zich voor steun tot het OCMW. Dat blijkt uit een voorlopige schatting die federaal minister Anneleen Van Bossuyt (N-VA) dinsdag voorstelde in de commissie Sociale Zaken van de Kamer. Over heel België bedraagt dit cijfer 30,4 procent, voor de eerste drie uitsluitingsgolven, in januari, maart en april.
Definitieve cijfers worden "tegen het einde van de zomer" verwacht. De vierde uitsluitingsronde gaat in op 1 juli.
Jongeren het hardst getroffen
Bijzonder opvallend is het aandeel jongeren in de OCMW-instroom. Zo'n 34 procen van de jongeren die hun inschakelingsuitkering zijn verloren, deed intussen een beroep op sociale bijstand. Een signaal dat de hervorming ook de meest kwetsbare groepen raakt.
Grote regionale verschillen
De regionale kloof is markant. In het Vlaams Gewest doet 22,5 procent van de uitgesloten werklozen een beroep op het OCMW, in Brussel 28,1 procent, in Wallonië 36 procent en in de Duitstalige Gemeenschap zelfs 46,4 procent. Op lokaal niveau lopen de cijfers nog verder uiteen: in Sint-Jans-Molenbeek zou 65 procent van de mensen zonder uitkering aankloppen bij het OCMW, wat de gemeente voor een kostenstijging van 2,4 miljoen euro heeft gesteld. In Seraing liep dat tijdens de tweede golf zelfs op tot 94 procent.
300 miljoen euro compensatie
De federaties van OCMW's, VVSG, Federatie van OCMW's van Wallonië en Brulocalis, vroegen de minister al begin mei om tijdelijke steunmaatregelen. Minister Van Bossuyt beloofde dat de federale compensatie "niet geplafonneerd" is en zal worden aangepast als de behoeften hoger uitvallen dan geraamd. Voor 2026 en 2027 bedraagt het begrote bedrag 300 miljoen euro, gevolgd door 345 miljoen euro voor 2028 en 2029. Donderdag volgt een overlegmoment met de betrokken partijen.
Oppositiepartijen reageerden sceptisch. "Als we zien dat de regering nog miljarden moet besparen, hebben we grote twijfels over deze beloften", aldus Caroline Désir (PS). Vanuit de meerderheid betwistte Denis Ducarme (MR) de harde lokale cijfers en sprak hij van "een regelrechte instrumentalisering van de door links bestuurde steden".