Wie dacht dat onze asielopvang vooral een plek was voor rust, warme maaltijden en een potje kaarten in de gemeenschappelijke ruimte, mag dat beeld herzien. In 2024 werden er volgens officiële cijfers van Fedasil maar liefst 1.217 zware geweldsincidenten gemeld in en rond opvangcentra. Jawel, dat is gemiddeld méér dan drie per dag. En we hebben het hier niet over een akkefietje aan de pingpongtafel, maar over vechtpartijen, oproer, fysieke agressie, seksueel grensoverschrijdend gedrag, bedreigingen en vandalisme.
Wat niet wordt meegeteld? Gewone scheldpartijen of verbaal gekibbel. Je weet wel, het soort dingen dat je nog net wel zou verwachten in een overvolle opvangstructuur. Maar de rest – het stevige werk – komt wel netjes in de statistieken. En dat terwijl het Rode Kruis, dat een pak centra uitbaat voor Fedasil, enkel verplicht is om ‘serieuze’ feiten te melden. Dus vermoedelijk is het werkelijke aantal incidenten nog een stuk hoger, maar bon, laten we het houden bij wat we zeker weten: 1.217 zware feiten, en dat in één jaar.
Vlaams Belang springt zoals verwacht op de cijfers. Kamerlid Francesca Van Belleghem noemt het “nog maar eens het bewijs dat de massale instroom niet alleen bakken geld kost, maar ook bakken onveiligheid met zich meebrengt.” En wie de cijfers er even naast legt, kan haar moeilijk ongelijk geven: België vangt per 100.000 inwoners 294 asielzoekers op, Denemarken houdt het op 32. Dat is bijna negen keer minder. En laat het net dat Scandinavische land zijn waar criminelen met een buitenlands paspoort wél snel de grens over mogen – in één richting: eruit.
Het voorstel van Vlaams Belang is dan ook duidelijk: minder instroom, meer uitzettingen. Maar of er naar hen geluisterd wordt, is een andere zaak. Volgens Van Belleghem komt premier Bart De Wever voorlopig niet verder dan een symbolische open brief waarin hij oproept om uitzettingen makkelijker te maken. Klinkt goed, maar doet weinig. “Als het hem als premier niet lukt,” zegt ze, “wanneer gaat hij het dan wél doen?”