In de Villa Empain gaan Léon Spilliaert, James Ensor en Michaël Borremans met elkaar in gesprek. Geen vrijblijvende greatest hits, maar 130 jaar Belgische kunst waarin melancholie, vervreemding, naakt, zee en zelfportret opvallend vaak de hoofdrol spelen.
Op 22 oktober gaat in de Brusselse Villa Empain Soleil Noir open, een tentoonstelling die ongeveer honderd werken van uitsluitend Belgische kunstenaars samenbrengt. Het uitgangspunt is Léon Spilliaert, maar de expo blijft daar nadrukkelijk niet hangen. Zijn donkere, soms beklemmende universum wordt naast dat van James Ensor, Constant Permeke, Edgar Tytgat, George Minne en Henry Van de Velde geplaatst, waarna de lijn wordt doorgetrokken naar onder meer Luc Tuymans, Thierry De Cordier, Hans Op de Beeck en Michaël Borremans.
Het is een behoorlijk Belgische manier om naar kunstgeschiedenis te kijken: niet als een keurige opeenvolging van stromingen en jaartallen, maar als een lange familiegeschiedenis waarin kunstenaars elkaar soms rechtstreeks, soms via een paar generaties omweg beïnvloeden.
Spilliaert als donkere vaderfiguur
Léon Spilliaert krijgt de hoofdrol met ongeveer dertig werken. De kunstenaar uit Oostende is daarvoor een bijzonder geschikte gids. Zijn werk zit vol leegte, nacht, water, eenzaamheid en personages die er niet bepaald uitzien alsof ze zo meteen een feestje gaan organiseren.
Zijn beelden zijn meer dan honderd jaar oud, maar de psychologische spanning voelt opvallend hedendaags. Een figuur die verloren lijkt te lopen in een landschap, een eindeloze dijk, een zelfportret dat eerder ongemakkelijk dan heroïsch wordt: Spilliaert had weinig behoefte aan de geruststellende versie van de werkelijkheid.
Soleil Noir gebruikt thema’s als zelfportret, naakt, melancholie, landschap en de Noordzee om die wereld open te trekken. Daardoor wordt Spilliaert niet als een geïsoleerd genie in een vitrinekast gezet, maar als een kunstenaar die deel uitmaakt van een veel grotere Belgische traditie.
Ensor naast Borremans
James Ensor en Michaël Borremans liggen qua tijd, techniek en artistieke context mijlenver uit elkaar, maar de expo zoekt bewust naar de mentale en visuele raakvlakken.
Ensor had zijn maskers, skeletten en groteske figuren; Borremans heeft zijn mysterieuze personages die vaak even ongemakkelijk in hun vel lijken te zitten. Bij beiden blijft de werkelijkheid nooit helemaal betrouwbaar. Het alledaagse krijgt een vreemde knik en de mens is zelden de sympathieke held die hij volgens de brochure zou moeten zijn.
De tentoonstelling wil precies die echo's zichtbaar maken. Niet beweren dat Borremans simpelweg de erfgenaam van Ensor is, wel tonen hoe bepaalde Belgische kunstenaars telkens opnieuw terugkeren naar dezelfde ongemakkelijke plekken: identiteit, vervreemding, lichamelijkheid, eenzaamheid en de donkere kant van het bestaan.
Van de Noordzee naar de hedendaagse kunst
De Noordzee is daarbij meer dan decor. Voor Spilliaert is de kust een mentale ruimte, een plek waar horizon en leegte bijna hetzelfde worden. Dat motief krijgt in Soleil Noir gezelschap van andere Belgische kunstenaars die landschap nooit uitsluitend als een mooie achtergrond behandelen.
De curatoren Louma Salamé en Noémie Goldman maken geen simpele chronologische wandeling, maar leggen verbanden tussen kunstenaars over generaties heen. De tentoonstelling bestrijkt daardoor ongeveer 130 jaar Belgische artistieke creatie.
Een zwarte zon in een witte villa
De keuze voor Villa Empain is minstens zo spannend als de kunstenaars. Het monumentale art-decogebouw aan de Franklin Rooseveltlaan is zelf een architecturale blikvanger, met marmer, graniet, hout, glas-in-lood en een grote tuin met zwembad. De Boghossianstichting gebruikt de villa sinds 2010 als tentoonstellingsplek.
Daar ontstaat een aardige paradox: een van de meest glamoureuze modernistische huizen van Brussel wordt gevuld met kunst die zelden vrolijk wordt van zichzelf.
De luxe van de Villa tegenover de melancholie van Spilliaert, de theatrale wereld van Ensor en de verontrustende personages van Borremans: Belgische kunst blijkt hier vooral goed in iets waar België sowieso een reputatie voor heeft. Schoonheid combineren met een lichte existentiële kater.
Niet alleen voor kenners
Je hoeft bovendien geen halve Belgische kunstgeschiedenis te hebben gestudeerd om er iets aan te hebben. Wie Spilliaert kent, krijgt de kans om hem opnieuw te bekijken in een bredere context. Wie vooral voor Ensor of Borremans komt, ontdekt verbanden die minder voor de hand liggen. En wie gewoon van sterke beelden houdt, krijgt een tentoonstelling waarin donkere psychologie en uitgesproken beeldtaal de rode draad vormen.
Soleil Noir loopt van 22 oktober 2026 tot 19 maart 2027 in de Boghossianstichting – Villa Empain in Elsene. De expo is van dinsdag tot en met zondag open van 11 tot 18 uur. Het standaardticket bedraagt volgens de Brusselse cultuuragenda 15 euro.
(Foto: Villa Empain)