Het is tegenwoordig bij zowat iedere nieuwe (sport)wagen: ergens zit er een batterij verstopt. Of een stekker. Of een elektromotor die ‘ondersteunt’. Niet noodzakelijk omdat ingenieurs daar spontaan opgewonden van raken, maar vooral omdat Europa almaar strengere uitstootregels uit zijn mouw schudt. En dus worden zelfs iconische sportwagens stilaan half elektrische huishoudtoestellen.
Maar bij BMW M hebben ze blijkbaar besloten: “Nee. Tot hier en niet verder.” Want de Duitsers hebben nu een manier gevonden om hun BMW M2, BMW M3 en BMW M4 zuiniger én properder te maken… zonder er batterijen en elektromotoren in te steken. En dat is eigenlijk best straf.
Vanaf deze zomer gaat de nieuwe Euro 7-regelgeving van start. Dat klinkt saai, maar voor autofabrikanten is dat ongeveer hetzelfde als een onverwachte belastingcontrole op vrijdagavond, terwijl de met zwart geld betaalde champagne al uitgeschonken staat. Iedere constructeur moet plots nog properder, zuiniger en ‘groener’ worden.
En dus zie je overal dezelfde evolutie: plug-inhybrides, kleinere motoren, turbo’s op alles wat beweegt en auto’s die ondertussen meer software bevatten dan een ruimteschip.
Bij Audi kreeg de nieuwe RS5 bijvoorbeeld een plug-inhybride aandrijflijn. Zelfs Porsche flirt openlijk met ‘elektrische ondersteuning’ bij de heilige Porsche 911. Maar BMW wilde zijn populaire M2, M3 en M4 blijkbaar liever niet veranderen in rollende powerbanks van twee ton.
Dus deden de Duitsers iets typisch Duits. In plaats van gewoon een batterij in die wagens te lepelen, wat de makkelijke oplossing zou zijn, zijn de ingenieurs opnieuw beginnen knutselen aan die heerlijke 3.0-liter zes-in-lijn.
Resultaat: iets wat BMW nu ‘M Ignite technology’ noemt. Klinkt als een energiedrankje dat je koopt op Tomorrowland, maar technisch is het eigenlijk behoorlijk slim.
Kort samengevat: de motor krijgt een extra mini-verbrandingskamer per cilinder. Wanneer je rustig rijdt, werkt alles zoals weleer. Maar zodra je stevig op het gaspedaal gaat staan, ontstaat er een soort voorontbranding die ervoor zorgt dat het mengsel sneller en efficiënter verbrandt.
In gewone mensentaal: meer controle, minder verbruik, minder kans op ongewenste ontploffingen in de motor… en vooral: geen zware hybridebatterij nodig.
En daar zit eigenlijk het knappe aan heel dit verhaal. Want tegenwoordig lijken veel sportwagens vooral gebouwd om uitstootnormen tevreden te houden. Je voelt dat ook achter het stuur: meer gewicht, minder emotie, meer filters tussen bestuurder en machine.
BMW probeert dat hier duidelijk te vermijden. De M2, M3 en M4 blijven dus: achterwielaangedreven hooligans (of met optionele xDrive) met een dikke zes-in-lijn, zonder gigantisch batterijpakket en zonder honderden kilo’s extra ballast. Dat alleen al maakt deze auto’s tegenwoordig bijna rebels.
Je voelt trouwens dat merken als BMW met dergelijke pure sportwagens stilaan in een soort eindstrijd zitten. Want iedereen weet: de druk vanuit Europa zal alleen maar groter worden.
Dus proberen ingenieurs vandaag nog één keer alles uit klassieke verbrandingsmotoren te persen wat technisch mogelijk is. En daar kan je als autoliefhebber alleen maar respect voor hebben. Want in een wereld waarin zelfs sportwagens tegenwoordig vaak aanvoelen als snelle huishoudtoestellen, blijft BMW koppig vasthouden aan iets wat stilaan zeldzaam wordt: een auto die nog écht mechanisch aanvoelt.