Commissievoorzitter Ortwin Depoortere (Vlaams Belang) reageert scherp op de goedniewsshow van Quintin: “Als ik u nog een uur langer had laten praten, dan was er volgens u in de Hoge Venen waarschijnlijk helemaal geen brand geweest.”
"Never waste a good crisis", zei Churchill. Quintin liep met die quote te zwaaien. Laten we voorzichtig zeggen dat dat smakeloos was. Tijdens de parlementaire evaluatie van de ramp bleef vooral één boodschap hangen: “Het systeem heeft gewerkt.” Een opmerkelijke conclusie, als intussen duizenden hectaren natuurgebied zijn afgebrand.
“Het systeem heeft gewerkt”
“Bij de aanpak van de brand in de Hoge Venen heeft het Belgische crisissysteem gewerkt.” Dat was donderdag de centrale boodschap van minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) in het parlement. Wat precies níét heeft gewerkt, bleef tijdens zijn betoog een stuk minder duidelijk.
Quintin kreeg van commissievoorzitter Ortwin Depoortere (Vlaams Belang) de vraag om het crisisbeheer te evalueren. Maar na ruim een uur uitleg begon die evaluatie volgens Depoortere verdacht veel op een goednieuwsshow te lijken.
“Als ik u nog een uur langer had laten praten, dan was er volgens u in de Hoge Venen waarschijnlijk helemaal geen brand geweest”, reageerde Depoortere. Een sneer, maar wel een die de kern van het politieke debat blootlegt.
En jawel, de brandweer is massaal uitgerukt, verschillende overheidsdiensten hebben samengewerkt en België heeft snel buitenlandse hulp ingeschakeld. Maar dat betekent nog niet dat alles goed is gegaan.
Buitenlandse hulp is geen schande?
Quintin verdedigde zich vooral tegen de kritiek op de inzet van buitenlandse blushelikopters. Volgens de minister is het onzinnig om buitenlandse hulp automatisch als een teken van Belgisch falen te beschouwen.
Geen enkel land beschikt volgens hem permanent over al het gespecialiseerde materieel dat bij een uitzonderlijke natuurbrand nodig kan zijn. Europese solidariteit betekent dat landen elkaar helpen wanneer de nood hoog is. België doet dat zelf ook, benadrukte Quintin, en stuurde eerder al hulp naar Frankrijk bij zware bosbranden.
Dat argument is moeilijk weg te zetten. Internationale samenwerking is geen zwaktebod. Niemand verwacht dat elk Europees land een complete vloot blusvliegtuigen, Chinook-helikopters en gespecialiseerde brandweereenheden permanent paraat houdt. Of wel? Want daarmee is de discussie niet afgelopen.
De vraag die Quintin niet beantwoordde
De echte vraag is niet of buitenlandse hulp mocht worden ingeschakeld. De vraag is waarom België voor bepaalde vormen van natuurbrandbestrijding zo afhankelijk is van die buitenlandse hulp en of dat, gezien de veranderende risico’s, nog volstaat.
De Hoge Venen zijn geen willekeurig stukje bos. Het gaat om een van de belangrijkste natuurgebieden van het land. Nu ligt ongeveer 3.000 hectare in de as. In het veen kan vuur bovendien dagenlang ondergronds blijven smeulen en op onverwachte plaatsen opnieuw uitbreken.
Dan volstaat het niet om achteraf te zeggen dat de procedures hebben gewerkt. Een echte evaluatie moet ook durven kijken naar de zwakke plekken.
Was er voldoende materieel? Was er voldoende luchtsteun? Kon buitenlandse hulp snel genoeg worden gemobiliseerd? Waren de toegangswegen en waterpunten voldoende voorbereid? Was er genoeg gespecialiseerd personeel? En misschien de belangrijkste vraag: wat als de volgende brand groter, sneller of moeilijker bereikbaar is?
Op die vragen kwamen tijdens de parlementaire evaluatie voorlopig minder spectaculaire antwoorden.
Politiek na de brand
De oppositie ruikt ondertussen haar kans. PVDA-Kamerlid Sofie Merckx wijst erop dat minister Quintin in 2025 nog aangaf dat grote investeringen in extra luchtsteun niet verantwoord werden geacht. Vandaag, na een natuurbrand van deze omvang, klinkt dat standpunt plots een stuk minder vanzelfsprekend.
“Een typisch Belgische reflex om nieuwe evaluaties en plannen op te stellen, om die vervolgens in de kast te laten liggen”, aldus PS-fractieleider Pierre-Yves Dermagne. Anders-Kamerlid Arthur Orlians merkte op dat defensieminister Theo Francken ook al met een ‘militair brandactieplan’ bezig is. “Dat worden wel heel veel plannen.”
Ook N-VA-Kamerlid Jeroen Bergers wil lessen trekken uit de brand en pleit voor een versnelling van de geplande aankoop van zware helikopters. Een handigheid van N-VA want die helicopters kunnen natuurlijk meer dan alleen maar blussen. Niet waar, Theo?
Nu goed, als België ervoor kiest om voor dit soort incidenten grotendeels op internationale solidariteit te rekenen, moet het dat bewust doen. Als het land meer zelfredzaamheid wil, moet daar geld tegenover staan.
En precies daar wringt het politieke schoentje.
Eerst de brand, daarna het applaus
Op het terrein blijven brandweerlui ondertussen hun werk doen. Zij hebben weinig aan politieke borstklopperij. Voor hen is een brand die grotendeels onder controle is nog altijd geen gewonnen wedstrijd zolang de bodem warmte blijft afgeven.
De uitspraak “het systeem heeft gewerkt” mag dus gerust in het parlementaire verslag staan. Maar laat het vooral het begin van de evaluatie zijn, niet het einde ervan.
Want een echte evaluatie stelt niet alleen vast wat goed ging. Ze zoekt naar wat beter moet.
3.000 hectare natuur is een behoorlijk grote voetnoot voor een goednieuwsshow.
De uitsmijter
Quintin had nog één lekker uitsmijter, die we je niet willen onthouden: de bereikbaarheid. “Dat is een groot probleem geweest in de Hoge Venen, omdat het natuurgebied niet toegankelijk is”, aldus de minister. “De groenen zullen het niet graag horen, maar misschien is het een goed idee om een weg aan te leggen doorheen de Hoge Venen. Het is een gevoelige discussie, maar met het toenemend risico op branden zullen we die wel moeten voeren.”
(Foto: screenshot X)