"Sport heeft niks te maken met politiek.”
Wie ooit in China was, heeft wellicht ondervonden dat ‘liegen’ er tot een kunstvorm is verheven. Wang Wenbin, de woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, gaf daar gisteren een prachtig voorbeeld van. De Verenigde Staten, Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada hebben een diplomatieke boycot van de Winterspelen aangekondigd. De landen sturen wel atleten naar de spelen, maar geen ministers en andere vertegenwoordigers van hun regeringen. Belangrijke reden voor de boycot is de slechte behandeling van de Oeigoeren in de Chinese provincie Xinjiang.
Dat is in het verkeerde keelgat geschoten van China – dat net als Qatar met het WK-voetbal – de sport gebruikt om het blazoen op te poetsen en de wereld te tonen dat zij de beste natie van de planeet zijn. Uiteraard ziet China dat heel anders.
“Sport heeft niks te maken met politiek. De Olympische Spelen zijn een grote bijeenkomst van atleten en sportliefhebbers, geen scène waarop politici een spektakel van zichzelf maken”, zei Wang Wenbin. “Of hun officiële vertegenwoordigers komen of niet, de Winterspelen in Peking zullen een succes zijn.” China wentelt zich in de slachtofferrol en noemt de boycot “politieke manipulatie”.
"Landen die meedoen aan de “onpopulaire” boycot isoleren zichzelf en zullen daarvoor de prijs betalen”, aldus de woordvoerder van het Chinese ministerie. Wat China met dat dreigement bedoelt, is niet duidelijk. Maar het klinkt alvast niet als sportieve revanche.