Francken dreigt met terugtrekking uit Europees defensieplan na kritiek van Dassault.
Het Europese defensieproject FCAS – de ontwikkeling van een hightech straaljager die Europa onafhankelijker moet maken van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen – dreigt zijn Belgische partner kwijt te raken. Minister van Defensie Theo Francken (N-VA) is op zijn pik getrapt door Dassault en overweegt een terugtrekking van ons land. De topman van het Franse Dassault Aviation, Éric Trappier, had zich laatdunkend uitgelaten over de Belgische deelname. Die sprak ronduit over “belachelijk” gedrag, zolang België vasthoudt aan de aankoop van Amerikaanse F-35’s.
Eendracht maakt macht, maar niet in Europa
Trappier vindt dat België enkel recht van spreken heeft als het de Amerikaanse straaljagers laat voor wat ze zijn. Zoniet, dan zou ons land maar beter op de achterbank plaatsnemen. Zijn uithaal komt vlak nadat België besliste om elf bijkomende F-35's aan te kopen. De Dassault-baas ziet daarin een dolk in de rug van de Europese defensie-industrie.
Dat soort taal viel niet in goede aarde bij Francken, die via sociale media liet weten dat België zijn deelname aan het FCAS-project "grondig zal herbekijken". Met andere woorden: als de Fransen liever alleen spelen, dan misschien zonder Belgische centen. “We hebben geen lessen te krijgen van arrogante industriëlen,” sneerde de minister.
Europese trots of Franse dominantie?
De Franse kritiek verhult amper een groter dispuut: gaat FCAS over Europese samenwerking, of over Franse hegemonie binnen de defensie-industrie? Dat Dassault – als hoofdleverancier van het Rafale-programma – zich als poortwachter van de Europese luchtvaartindustrie opstelt, lijkt niet iedereen te smaken.
Duitsland uitte al vaker bedenkingen bij de trage en chaotische ontwikkeling van FCAS, en ook binnen Spanje rommelt het over wie welke rol mag spelen. De kritiek dat België de boel zou compliceren klinkt dan ook vooral als zelfbescherming vanuit een geprivilegieerde positie. Want laten we eerlijk zijn: van open samenwerking lijkt in dit ‘Europees’ project bitter weinig sprake.
Wat staat er op het spel?
België engageerde zich vorige week nog voor een bijdrage van 300 miljoen euro in de eerste fase van het project. Een fors bedrag, zeker in tijden waarin elke euro telt. En hoewel Belgische bedrijven zich in de wachtkamer mochten nestelen voor eventuele toeleveringscontracten, is het maar de vraag of de return opweegt tegen het Franse dédain.
Toch waarschuwen defensie-experts zoals Kristien Verbelen (Vlaams Belang) voor een strategische misrekening. “Als we uitstappen, zetten we onszelf aan de zijlijn van het grootste Europese defensieproject in decennia. En dan missen we niet alleen geopolitieke invloed, maar ook miljarden aan industriële kansen.”
Principes of prestige?
De kern van de zaak: moet België zich ondergeschikt maken aan de nukken van een Franse topindustrieel om erbij te mogen horen? Of kiezen we ervoor om alleen nog in projecten te stappen waarin wederzijds respect geen loos begrip is?
De Franse aanval op onze geloofwaardigheid is ronduit grof. Maar het is tegelijk de realiteit van een Europese defensiesamenwerking waar ‘samen’ al te vaak een façade blijkt. En dus hangt het zwaard van Damocles boven onze deelname: blijven we investeren in een samenwerking die vooral een Frans prestigeproject lijkt? Of trekken we de stekker eruit en aanvaarden we onze plaats aan de zijlijn?
Als FCAS ooit écht Europees wil zijn, zal het toch iets meer moeten worden dan een Parijse opera met Duitse figuranten en Spaanse achtergrondzang. Met of zonder Belgische inbreng.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)