Hoe Vlaanderen van schone lucht een deurenkomedie maakte.
Er was eens een plan. Een plan - noem het narratief - met de geur van properheid, frisse longen en morele superioriteit. Het lage-emissiezonelandschap moest Vlaanderen vooruit helpen — of beter: de vuile diesels achterlaten in een wolk van beleid. Antwerpen en Gent kregen hun LEZ, Brussel liep voorop, en de Vlaamse regering sloeg zichzelf op de borst. “Gezonde lucht voor iedereen,” zo klonk het. Tot het allemaal wat ingewikkeld werd.
Want zoals dat vaker gaat in dit land, liep het ideaal vast op de realiteit — en op politieke rekensommen. De strenger wordende regels die in 2026 zouden ingaan? Die werden plots, zonder veel ceremonie, afgevoerd. Geen extra beperkingen, geen gedoe. Dat de Raad van State daar nu een stokje voor wil steken, past perfect in wat dit dossier geworden is: een bureaucratische deurenkomedie, compleet met slippende dossiers, wegdraaiende ministers en ramen die dichtgeslagen worden omdat het binnen begint te stinken.
De Raad van State tikt op de vingers, maar niet hard genoeg
De Raad van State noemt het afschaffen van de verstrenging “een bedreiging voor de volksgezondheid”. Dat klinkt vrij heftig, maar het brengt onze politici niet van hun stuk. Hun reactie: “We zullen het bestuderen.” Minister Jo Brouns (CD&V) belooft “de motivering te versterken”.
Het advies is niet bindend, dus Vlaanderen kan vrolijk verder doen. Maar Brussel toonde al hoe dat afloopt: de regering daar probeerde hetzelfde, kreeg de Raad van State op haar dak, en werd uiteindelijk teruggefloten door het Grondwettelijk Hof. In Vlaanderen loopt men dus recht op hetzelfde toneelstuk af, met dezelfde spelers, enkel het decor is anders.
Antwerpen haalt de schouders op, Gent houdt de adem in
In Antwerpen lijkt niemand nog wakker te liggen van de LEZ. Daar heerst vooral bestuurlijke vermoeidheid: het is iets wat “van bovenaf” komt. Gent daarentegen — bakermat van de ecologische verontwaardiging — maakt er nog een punt van. Schepen Filip Watteeuw (Groen) zegt dat Vlaanderen zijn huiswerk opnieuw moet maken. Terecht, want dat huiswerk lijkt meer op een servet vol aantekeningen dan op beleid.
De evaluatie van de Gentse LEZ werd intussen alweer uitgesteld “in afwachting van duidelijkheid”. Die duidelijkheid komt er dus niet, en iedereen wacht: het stadsbestuur, de oppositie, de automobilist.
Terug naar af: liever vuile lucht dan vuile handen?
Als Vlaanderen de verstrenging echt schrapt, mogen dieselwagens met Euro 5-norm – zeg maar alles ouder dan 2015 – vanaf 2026 gewoon blijven rondrijden in Gent en Antwerpen. De Vlaamse regering belooft “regelmatige evaluaties”.
Het LEZ-verhaal begon als een narratief van hoge nood: schone lucht, klimaatdoelstellingen, Europese normen. Vandaag eindigt het als een dossier dat niemand nog wil aanraken. Van “meer gezonde lucht” naar “laat het maar waaien”. De Vlaamse regering heeft van een milieumaatregel een politiek mijnenveld gemaakt, waar iedereen met kleine stapjes doorheen schuifelt en doet alsof er niets aan de hand is.
Epiloog van een mislukking
En dus eindigen we als een klucht in slow motion. De LEZ werd eerst verkocht als reddingsboei voor onze longen, daarna als symbooldossier voor stedelijke trots — en nu als overbodige last. De ene minister wil niet, de andere kijkt weg, en de Raad van State probeert nog iets van ernst te bewaren. Van hoge nood naar liever kwijt dan rijk: het LEZ-verhaal is geen beleid meer, het is een metafoor voor België zelf.
(Foto: PD)