Hooggeschoold, laag beloond: masters leveren massaal pensioen in.
Volgens nieuw cijfermateriaal van het kabinet van Vlaams minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) zullen leraren substantieel minder pensioen ontvangen. De bonden spreken van “honderden euro’s per maand” en vinden dat een stap te ver.
Stevige daling volgens interne berekeningen
Een interne nota van Jambons kabinet bevestigt dus dat de netto-uitkering systematisch lager zal liggen, en dat het verlies verder oploopt naarmate men verder van de pensioenleeftijd staat. Vooral wie vervroegd stopt, wordt financieel afgestraft.
Een concreet voorbeeld van ‘Het Nieuwsblad’: een leraar met een bachelordiploma, geboren in 1990, die op 63 vertrekt, verliest volgens de berekeningen 525 euro per maand tegenover iemand die vandaag op die leeftijd stopt. Voor een collega met een masterdiploma loopt dat verschil op tot 756 euro.
Voor directeurs loopt het verlies richting 900 euro
De christelijke onderwijsvakbond CVC komt tot nog scherpere conclusies. Volgens hun berekeningen worden ook leraren die al halverwege hun loopbaan zijn, geconfronteerd met een fors lager nettopensioen—zeker wie carrière maakt. Een beginnende leerkracht met masterdiploma die later directeur wordt, ziet tot 900 euro per maand verdwijnen.
Jambon countert: ‘Onderwijspensioen blijft uitzonderlijk hoog’
Het kabinet-Jambon wijst erop dat de hervorming stapsgewijs wordt ingevoerd en dat grote delen van het huidige lerarenkorps nauwelijks iets zullen voelen. Wie in 1965 geboren is, zou hoogstens 1 procent inleveren. Voor de lichting 1970 loopt dat op tot 4 procent.
Verder benadrukt de minister dat onderwijspensioenen, zelfs na hervorming, ver boven het niveau van de privésector blijven. Het gemiddelde nettopensioen van werknemers in de privésector bedraagt 1.523 euro. Daartegenover staat straks voor bachelor-leraren 2.350 tot 2.700 euro, en voor masters zelfs tot 3.400 euro.
Langere loopbanen als sleutel van de hervorming
De forse daling vloeit vooral voort uit de verlenging van de loopbaan. Vandaag wordt het pensioen berekend op basis van de gemiddelde wedde van de laatste tien jaar. Vanaf 2027 schuift dat op naar een loopbaan van 45 jaar, niet plots maar trapsgewijs: elk jaar komt er één jaar bij.
Daarnaast moet een bonus-malusregeling leraren aanzetten om langer aan de slag te blijven. Wie vroeger stopt, verliest meer; wie blijft, wordt beloond.
Hervorming als antwoord op lerarentekort
Tot slot ziet het kabinet in deze hervorming ook een opportuniteit om het lerarentekort te temperen. Niet alleen de lage instroom speelt een rol, zo klinkt het, maar vooral de vroege uitstroom. Door langer werken financieel aantrekkelijker te maken, hoopt de regering dat lastige knelpunt deels te milderen. Vrij vertaald: jambon heeft altijd gelijk.
Niet?
(Foto: Philip Reynaers/Photo News)