Zeven op tien werknemers zouden de pensioenhervorming niet voelen.
De storm rond de zogenaamde pensioenhervorming van onze Arizonavrienden woedt niet alleen in de Wetstraat, maar in menig huiskamer. Wat als je straks de eindjes niet meer aan elkaar kan knopen, omdat de spelregels ergens in het midden van het spel werden aangepast? Maar volgens het kabinet van minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) is het een kunstmatig onweer. Nieuwe cijfers van de Federale Pensioendienst (FPD) zouden aantonen – zo schrijft ‘De Tijd’ – dat zeven op de tien werknemers geen financiële impact zullen ondervinden van de hervorming. Toch blijven de vakbonden luid uithalen – en volgens Jambon is dat geen misverstand, maar een bewuste strategie.
De hervorming in cijfers
Op vraag van de sociale partners maakte de FPD een simulatie van de pensioenhervorming die de regering-De Wever voorbereidt. Die berekeningen gaan uit van drie kernmaatregelen: de invoering van een pensioenmalus (een vermindering bij vroegtijdig pensioen), de beperking van de gelijkgestelde periodes (zoals werkloosheid of ziekte) en de koppeling van het minimumpensioen aan een werkvoorwaarde van minstens 5.000 effectief gewerkte dagen.
De Pensioendienst paste die regels toe op een steekproef van ongeveer 600 recent gepensioneerde werknemers. Het rapport maakt abstractie van een mogelijke gedragswijziging – met andere woorden: wat zou het effect zijn als niemand langer gaat werken? Die aanname is theoretisch, want de hervorming wil net dat mensen hun loopbaan verlengen.
Daarom - zo benadrukt het kabinet-Jambon - moet de studie voorzichtig worden geïnterpreteerd. Ze houdt ook geen rekening met de verhoging van de pensioenleeftijd tot 66 jaar in 2025 en 67 in 2030, waardoor het uiteindelijke pensioenbedrag voor veel mensen juist hoger zal uitvallen.
81 procent van de mannen, 62 procent van de vrouwen niet geraakt
De FPD-cijfers tonen aan dat een ruime meerderheid van de werknemers financieel buiten schot zou blijven. 81 procent van de mannen en 62 procent van de vrouwen zouden geen negatief effect ondervinden. Van de drie op de tien werknemers die wel verlies zouden lijden, was minder dan een derde nog actief op het moment van pensionering.
De rest bestond uit mensen die ziek waren (28 procent), werkloos (27 procent) of inactief (16 procent). Binnen deze groep zijn vrouwen oververtegenwoordigd, wat volgens de FPD te verklaren is door hun hogere aandeel in deeltijdse of onderbroken loopbanen.
Voor wie wél geraakt wordt, schat de Pensioendienst het gemiddeld verlies – bij ongewijzigd gedrag – op zo’n 318 euro per maand, goed voor ongeveer een kwart van het pensioenbedrag. Hoe dan ook lezen wij een studie met heel veel misschien, ‘maaren’ en ‘alsen’.
Vakbonden slaan alarm
De vakbonden ABVV, ACV en ACLVB bereiden intussen een nationale betoging voor op 14 oktober. Zij noemen de hervorming een mokerslag voor wie geen vlekkeloze, voltijdse loopbaan kan voorleggen. “De hervorming treft vooral vrouwen en de laagste pensioenen”, klinkt het. “Wie door ziekte of arbeidsongeval net niet aan de vrijstellingsdrempel voor de pensioenmalus komt, betaalt de prijs.”
Bij Jambon klinkt het anders: “De besparing van de pensioenhervorming komt niet voort uit lagere pensioenbedragen, maar uit gedragsverandering. Wie langer werkt, zal meer pensioen en een hoger beschikbaar inkomen hebben. Dat is de essentie.”
Politieke symboliek en electorale inzet
De discussie overstijgt intussen de technische details. Voor de regering-De Wever is de hervorming een symbooldossier: een poging om de duurzaamheid van het pensioensysteem te garanderen en de kloof tussen arbeid en inactiviteit te verkleinen.
Voor de vakbonden is het evenzeer een ideologisch strijdpunt. Ze zien de hervorming als een aanval op solidariteit en sociale bescherming, met vrouwen en oudere werknemers als voornaamste slachtoffers.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)