Sterke Jan blokkeert plannen om bezit van Belgen in kaart te brengen.
Onze ex-minister-president van Vlaanderen Jan Jambon (N-VA) heeft in de Kamer een duidelijke rode lijn getrokken. Alle voorstellen die richting een vermogenskadaster zouden kunnen gaan – een systeem waarbij de overheid een volledig overzicht krijgt van ieders bezittingen – krijgen wat hem betreft geen kans. Een “No pasarán”, om het in zijn eigen woorden te zeggen: een verwijzing naar de historische slogan tegen autoritaire regimes. Niet, njet, nooit.
Achtergrond van het debat
De commotie rond het “verruimd inkomensbegrip” werd aangewakkerd door Vlaams minister van Begroting Ben Weyts (N-VA), die in een podcast liet verstaan dat hij geen groot effect verwacht van de nieuwe maatregel. De Vlaamse regering wil met het systeem vermijden dat premies of toelagen terechtkomen bij mensen die zich arm rekenen via managementvennootschappen of andere constructies. Concreet zullen aanvragers van bijvoorbeeld studietoelagen voortaan een verklaring op eer moeten afleggen over hun inkomsten.
Vooruit drong in het Vlaams Parlement aan op strengere controles. Vlaamse ministers - zoals daar is de superboekhouder Mathias Diependaele (ook N-VA) - zagen zich gedwongen te bevestigen dat die controles er effectief komen, wat federaal medewerking vereist. En zo kwam de vraag op tafel bij partijgenoot Sterke Jan , met de vraag of Financiën bereid is mee te stappen in nieuwe mechanismen die meer zicht geven op inkomsten én vermogen. Dat ruikt verdacht veel naar een eentweetje.
Het signaal van Jambon
Tijdens het vragenuur stelde Open Vld-Kamerlid Kjell Vander Elst Jambon rechttoe rechtaan de vraag: “Als Vlaanderen u vraagt om mee te werken aan zulke controlemechanismen, zegt u dan ja?” Jambon antwoordde dat hij “in het kader van samenwerkingsfederalisme” altijd overleg wil, maar hij trok meteen een onwrikbare grens. Alles wat lijkt op een vermogenskadaster – een gedetailleerd overzicht van spaargeld, aandelen, onroerend goed of andere activa – krijgt nul op het rekest.
Het gebruik van “No pasarán” was geen slip of the tongue. De minister wilde duidelijk maken dat de N-VA principieel tegen een vermogenskadaster blijft, ongeacht wie het voorstelt. Daarmee zendt hij ook een signaal naar zijn eigen Vlaamse partijgenoten - want die praten uiteraard niet met mekaar - die door druk vanuit Vooruit en andere partijen verleid worden tot steeds strengere controles.
Het bredere speelveld
De discussie over het “verruimd inkomensbegrip” raakt aan een klassiek spanningsveld: hoe ver kan de overheid gaan om fraude en misbruik tegen te gaan zonder de privacy en het eigendomsrecht te ondermijnen? Voorstanders wijzen op eerlijkheid – premies en toelagen horen niet bij mensen die zich arm rekenen – terwijl tegenstanders vrezen voor een glijdende schaal richting een fiscaal panopticum. Maar was N-VA in - bij voorbeeld ANPR-dossiers - niet van mening dat wie niets verkeersds doet, niets te vrezen heeft?
Nu goed, fiscaal specialisten wijzen erop dat België al beschikt over diverse databanken, zoals het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank waar alle bankrekeningen geregistreerd zijn. Maar een volledig vermogenskadaster zou veel verder gaan en de overheid ongezien inzicht geven in patrimonium en vermogen. Dat idee stuit vooral bij liberale en Vlaams-nationalistische partijen op hevig verzet.
Electorale en ideologische dimensie
Met zijn uitspraak bedient Jambon dus niet alleen de eigen achterban, maar plaatst hij zich ook duidelijk tegenover het discours van linkse partijen en belangenverenigingen die juist meer transparantie eisen. Door de vergelijking met autoritaire instrumenten trekt hij het debat uit de technocratische sfeer en plaatst hij het in een ideologische strijd over individuele vrijheid versus staatscontrole.
En nu?
Voorlopig blijft de verklaring op eer in Vlaanderen overeind en komen er overgangsmaatregelen voor wie al renovatiepremies of studietoelagen aanvraagt onder het oude regime. Maar de federale medewerking – cruciaal om controles mogelijk te maken – lijkt veraf. Zolang Jambon aan het roer van Financiën staat, is een vermogenskadaster of iets wat daarop lijkt politiek onhaalbaar.
Conclusie
Wie tussen de lijnen leest, ziet het electorale schaakbord achter dit dossier. De N-VA wil tegelijk streng lijken voor misbruikers én de schijn van een vermogenskadaster vermijden om haar kernpubliek – zelfstandigen, kmo’s, vermogende middenklasse – niet te bruuskeren. Vooruit wil net het tegenovergestelde: via “verklaringen op eer” en controles aantonen dat zij de sociale voordelen schoonveegt. Doch, beide kampen weten donders goed dat zonder federale medewerking elke controle dode letter blijft.
Het debat over het vermogenskadaster is alzo een klassiek Belgisch compromis in wording: hard klinkende verklaringen aan de microfoon, zachte knieën in de achterkamers. Jambon speelt zijn rol van poortwachter met verve: door “No pasarán” te roepen, schuift hij zichzelf naar voren als de man die de fiscus op afstand houdt. Tegelijk geeft hij toe dat hij, in de naam van het samenwerkingsfederalisme, wel degelijk rond de tafel zal zitten.
Het resultaat? De overheid blijft dweilen met de kraan open, en de burgers blijven ondertussen tussen de plooien van de regels doorlopen. Voor wie hoopt op een consequente lijn in het beleid is het opnieuw een koude douche. “No pasarán” klinkt stoer, maar zonder echte keuzes is het vooral een verkiezingsslogan die netjes aansluit bij het wantrouwen van de burger tegenover de staat – en dat kan, cynisch genoeg, electoraal behoorlijk lonen.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)