Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

De Wever maakt zichzelf stilaan belachelijk: nu moet zelfs de jobstudent de begroting redden

Redactie - 30-10-2026

Begrotingssanering op kap van de student: De Wever zoekt miljarden, maar raakt liever niet aan de Belgische politieke koterij.

Studentenjobs duurder maken, flexi-jobs beknotten en zelfs de leeftijd van studentenarbeid begrenzen: de federale regering zoekt naarstig naar miljarden. Wie de voorstellen ziet passeren, krijgt stilaan de indruk dat de begroting - letterlijk - gered moet worden met de inhoud van een studentenportefeuille. Intussen blijven de grote Belgische uitgavenposten en de peperdure bestuurlijke versnippering opvallend buiten schot.

Tien miljard euro moeten we vinden en de kibbelende club van De Wever heeft daarvoor een indrukwekkende verzameling maatregelen op tafel gelegd. Een van de ideeën: studentenarbeid strenger aanpakken. Wie studeert, zou nog maximaal tot zijn 25ste als jobstudent mogen werken. Bovendien zouden de sociale bijdragen stijgen. Vandaag betaalt een student 2,7 procent solidariteitsbijdrage en de werkgever 5,4 procent. Die tarieven moeten omhoog, al ligt het precieze percentage nog niet vast.

Je moet het maar bedenken. Jongeren die tijdens hun studies een cent willen bijverdienen, worden plots een interessante fiscale doelgroep. De regering wil de kloof tussen studentenarbeid en een gewone job verkleinen en tegelijk extra inkomsten binnenhalen. Ook de flexi-jobs liggen op de onderhandelingstafel: de werkgeversbijdrage zou mogelijk stijgen van 28 naar 30 procent en bepaalde groepen zouden minder gemakkelijk van het systeem gebruik kunnen maken.

Het is een merkwaardige begrotingsstrategie. Eerst wordt flexibele arbeid jarenlang aangemoedigd, uitgebreid en verkocht als een zegen voor werkgevers en werknemers. Vervolgens ontdekt de politiek dat er op die voordelige statuten inkomsten verloren gaan en komt ze met de factuur. Dezelfde regering die het maximumaantal uren studentenarbeid eerder optrok van 600 naar 650, onderzoekt nu hoe ze dat systeem opnieuw minder aantrekkelijk kan maken. Beleidsconsistentie is blijkbaar ook een knelpunt dat nog moet worden weggewerkt.

Tien miljard zoeken in de verkeerde kleerkast?

Laat er geen misverstand over bestaan: België heeft een ernstig begrotingsprobleem. Het begrotingstekort bedroeg in 2025 5,2 procent van het bbp en de overheidsschuld liep op tot 107,9 procent. Volgens de Nationale Bank kan die schuld tegen 2028 richting 115 procent gaan. De Europese Commissie waarschuwt eveneens dat de overheidsuitgaven bijzonder hoog liggen. In 2025 ging het om 54,2 procent van het bbp, een van de hoogste percentages binnen de Europese Unie. 

Dat vraagt ingrijpende keuzes. Alleen lijkt de politieke moed om de grote structuren aan te pakken er niet te zijn. De Wever zoekt het keer op keer bij de zwaksten van de maatschappij. Een student die een paar honderd euro bijverdient pluimen is een makkie. Een ingewikkeld staatsapparaat met overlappende bevoegdheden, kabinetten, administraties en politieke instellingen aanpakken vergt meer dan een persbericht en een rekenmachine.

Wel ja, laten we het eens hebben over de Belgische staatsstructuur. Ons land telt zeven parlementen, zes regeringen, vijf bestuursniveaus en 31.806 politieke mandatarissen. Dat cijfer omvat het brede politieke landschap van het federale niveau tot de lokale besturen. De onderzoekers wijzen op de waanzinnig hoge kosten, de complexiteit en de versnippering van de instellingen. 

Een recente studie becijferde dat de 54 ministers en staatssecretarissen, samen met ongeveer 2.000 kabinetsmedewerkers, jaarlijks meer dan 300 miljoen euro kosten. Dat is geen volledige rekening van alle administraties en overheidsdiensten, maar het geeft wel een idee van de omvang van het politieke apparaat. 

Zeven parlementen, zes regeringen en een leger aan mandatarissen: in een land waar bevoegdheden voortdurend over elkaar heen schuiven, is het blijkbaar gemakkelijker om een student te vertellen dat hij te lang studeert om nog goedkoop te mogen werken dan om de eigen bestuurlijke constructie tegen het licht te houden.

De rekening van een land dat zichzelf organiseert

België heeft een bestuursmodel waarin bevoegdheden soms zo ingewikkeld verdeeld zijn dat niemand nog precies weet wie waarvoor verantwoordelijk is. Wanneer een probleem zich voordoet, kan elke overheid naar een andere overheid wijzen. Wanneer er bespaard moet worden, kan elke bestuurslaag uitleggen waarom net haar uitgaven noodzakelijk zijn.

De rekening is intussen indrukwekkend. In 2024 bedroegen de geconsolideerde overheidsuitgaven 335,3 miljard euro. Daarvan ging 44,3 miljard naar de categorie algemene overheidsdiensten. Die post omvat onder meer administratie, buitenlandse hulp en rentelasten op de overheidsschuld. Het zou dus fout zijn om dat bedrag integraal als bureaucratie te bestempelen, maar het toont wel hoe groot de uitgaven zijn die onder de algemene werking van de overheid vallen. 

En nee, een grondige vereenvoudiging van de staatsstructuur zou niet van vandaag op morgen tien miljard opleveren. Maar het is evenmin ernstig om de institutionele versnippering als een onaantastbaar gegeven te behandelen terwijl de regering bij studenten, zieken en werknemers naar bijkomende inkomsten zoekt.

Defensie is geen blanco cheque voor Trump en de wapenindustrie

Zullen we de stijgende defensie-uitgaven ook eens tegen het licht houden? Mag het? 12,4 miljard euro in 2025, met een geplande stijging naar ruim 13 miljard in 2026. België heeft de NAVO-norm van twee procent van het bbp bereikt en verbindt zich ertoe dat niveau de komende jaren aan te houden. Dat engagement wordt geserveerd als een onvermijdelijke veiligheidsmaatregel, alsof er geen politieke keuze meer aan te pas komt. De druk van Donald Trump en een internationale wapenindustrie die uitstekend verdient aan oplopende spanningen, maken die reflex alleen maar sterker.

Natuurlijk heeft een land een geloofwaardige defensie nodig. Wie veiligheid ernstig neemt, kan de geopolitieke werkelijkheid niet wegwuiven. Alleen hoeft dat geen vrijgeleide te betekenen voor steeds hogere budgetten, peperdure wapenaankopen en een militaire logica die zichzelf voortdurend bevestigt. Een leger is geen liefdadigheidsinstelling en defensie-uitgaven zijn geen investering in menselijk welzijn. Ze dienen in de eerste plaats om militaire slagkracht op te bouwen, en uiteindelijk om mensen te kunnen doden.

N-VA en de vergeten staatshervorming

De N-VA - de Nieuw-Vlaamse Alliantie - maakte jarenlang van de Belgische staatsstructuur een centraal strijdpunt: een verkiezingsbelofte. Meer autonomie, confederalisme, een efficiëntere overheid en het afbouwen van de Belgische versnippering waren vaste ingrediënten van haar politiek menu. De partij die de Belgische constructie zo vaak als onwerkbaar bestempelde, zit nu aan het hoofd van de federale regering die ze mee bestuurt.

Dat heet ‘politiek kazakkendraaien’. De Wever kent als geen ander de institutionele problemen van dit land. Hij heeft jarenlang uitgelegd waarom België volgens zijn partij grondig hervormd moest worden. Nu hij premier is, zou je verwachten dat de vereenvoudiging van het staatsapparaat bovenaan de begrotingsagenda staat. Toch lijkt de regering voorlopig meer energie te steken in het zoeken naar bijkomende inkomsten bij kwetsbare minderheden dan in een fundamentele discussie over de bestuurlijke architectuur.

Natuurlijk kan een premier niet eigenhandig zes regeringen en zeven parlementen afschaffen. Daarvoor zijn politieke akkoorden en institutionele hervormingen nodig. Maar wie jarenlang een systeem als onhoudbaar heeft omschreven, kan moeilijk doen alsof de hervorming ervan plots geen prioriteit meer is zodra hij zelf de sleutels van de Wetstraat in handen heeft.

De student als begrotingspost

De discussie over studentenarbeid gaat uiteindelijk over meer dan enkele procenten sociale bijdragen. Studenten werken om hun studies, kot, vervoer en dagelijkse kosten te betalen. Voor gezinnen die het financieel moeilijk hebben, is dat inkomen vaak geen luxe. Een hogere bijdrage maakt werken minder aantrekkelijk of vermindert wat er netto overblijft. Een leeftijdsgrens tot 25 jaar kan bovendien studenten met een langer studietraject treffen, zonder dat daarmee automatisch de grootste begrotingsproblemen worden opgelost.

Ook flexi-jobs zijn geen heilig huisje. Het is verdedigbaar om te onderzoeken of de sociale bijdragen en de concurrentie met gewone arbeid eerlijk geregeld zijn. Maar het debat moet verder gaan dan de vraag waar nog een paar procent extra kan worden geïnd.

De begroting van een land met meer dan 335 miljard euro overheidsuitgaven wordt niet gered door studentenjobs alleen. Zolang de regering de grote structurele vragen ontwijkt, blijft het zoeken naar kleine inkomstenbronnen vooral een manier om te tonen dat er iets gebeurt.

Zielig

De student krijgt straks misschien een hogere bijdrage op zijn loonbrief. De flexi-jobber mag zijn voordelige statuut opnieuw verdedigen. Maar de surrealitische Belgische politieke machine blijft draaien op zes regeringen, zeven parlementen en een indrukwekkende hoeveelheid onderlinge bevoegdheidsdiscussies.

Wie tien miljard wil vinden, zal ooit ook de grote kasten moeten opentrekken. Zelfs als daar politieke lijken in liggen.

(Foto: Didier Lebrun/Photonews)

Begroting De wever Nieuws nationaal Jobstudent

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken